De oorlog tegen (sommige) drugs

 

 

"De Oorlog tegen Drugs kan - alles wel beschouwd - niet blijven duren. Hij zal even snel ineenstorten als de Vietnam-oorlog, zo gauw de mensen doorhebben wat er in werkelijkheid omgaat" (Joseph McNamara - ex-politiechef van Kansas City en San Jose. Lid van de Hoover Institution).

 

Tekst: ©JosNijsten2001

 

Oorlog tegen drugs, oorlog om drugs, oorlog dus. De 'War on Drugs' is een term die heel wat meer ladingen dekt dan op het eerste zicht lijkt. Het is trouwens omwille van de oppervlakkigheid waarmee vragen rond deze oorlog beantwoord worden dat duidelijk is dat de makers en de doeners in deze oorlog teren op de onwetendheid en het gebrek aan kennis van de materie bij de mensen die voor de kosten moeten opdraaien. Alles wordt trouwens in het werk gesteld om te verhinderen dat kennis van de materie verspreid wordt. Informatie geven over drugs staat voor de VS gelijk aan reclame maken voor drugs. Niet alleen in de VS trouwens. Maar het is wel hķn oorlog. En die begon niet toen begin jaren 1970 de 'War on drugs' officieel werd aangekondigd, maar bij Anslinger in de jaren 20. Die industriŽle oorlog om het monopolie op alles wat eetbaar en verkoopbaar is, heeft gewoon een nieuw kleedje gekregen, maar is uiteindelijk dezelfde smerige oorlog. Om dit te illustreren krijg je hieronder een kort overzicht van wat die moraalridders voor de rest van de wereld in petto hebben.

 

* Om het nieuwe millennium te vieren op een technologisch verantwoorde wijze wordt in het kader van de internationale War on (some) Drugs de mogelijkheid geboden aan de generaals om vanuit satellieten de teelten van opium, coca en cannabis in kaart te brengen. Hiervoor werd een contract afgesloten tussen de Verenigde Naties en de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. De Europese Commissie en de ESA betalen een deel van de operatie.

 

* Het nieuwste wapen dat dan kan ingezet worden tegen die teelten is - zoals het een grote-jongens-oorlog-tegen-drugs past - het biologische wapen. Het VS-Congres keurde in 1999 een wet goed die moest voorzien in het vernietigen van drugsplanten op het westelijk halfrond. Het gaat om het gebruik van schimmels die cocaplanten, opium en hennep vernietigen. De schimmel "is niet gevaarlijk voor andere planten en ook niet voor de mens en andere diersoorten". Degenen die verantwoordelijk zijn voor deze uitspraak zijn dezelfden die destijds bij hoog en bij laag beweerden dat kernenergie veilig was. Ze verdwenen spoorloos na Harrisburg en Tsjernobyl en dagen nu op als woordvoerders voor nieuw vernietigingsmateriaal. We zullen weten hoe ongevaarlijk het allemaal wel is als de ongelukken gebeurd zijn.

 

* In de laboratoria wordt nog meer oorlog gevoerd tegen drugs: de Amerikaanse overheid wil drugsrecidivisten verplicht met 'antidrugs' laten inspuiten. En daarmee worden niet enkel cocaÔne- of heroÔnegebruikers geviseerd, maar ook cannabisgebruikers! Het dure vergif van hun farmaceutische industrie om het onschadelijke cannabis (The Lancet 1995) te bevechten? "Er is niet voldoende onderzoek gedaan naar mogelijke schadelijke gevolgen van cannabisgebruik" wordt gesteld om te verhinderen dat cannabis voor medicinale doeleinden gebruikt wordt, en hier wordt bij wijze van spreken 14 dagen na de ontdekking met de spuit rondgelopen om weerbarstige cannabisgebruikers met een of ander soort vergif te injecteren.

Dokter Mengele is niet dood.

 

En eigenlijk mag je dan niet vergeten dat de War on drugs voor een deel gefinancierd wordt met opbrengsten uit ... de drugshandel. Met de ronde som van 40.000.000.000 $ bereikt de Amerikaanse drugsoorlog in 2000 een nieuw uitgavenrecord.

 

Uitgaande van 12,8 miljoen gebruikers waarvan 3,6 miljoen verslaafd, stelde de Clintonregering volgend doel:

 

1. Antidrugsopvoeding bij de jeugd.

2. Vermindering van de druggelieerde criminaliteit.

3. Vermindering van de sociale uitgaven voor drugverslaving.

4. Verscherpte grensbewaking.

5. Verstoring van binnenlandse en buitenlandse bronnen van drugs.

 

In 10 jaar, zo beloven de baptisten, zullen minstens alle cocaplantages op aarde vernietigd zijn.

 

1. Biologische oorlogsvoering tegen de hennepplant

 

De VS-drugsjagers draaien dol en oogsten tegenwind.

 

John Masterson van Marihuana Laws (NORML) presenteerde einde augustus 1999 de eerste resultaten van de inzage in een rapport over een ongelooflijk voornemen van de VS-regering. De War on Drugs zal opgedreven worden via biologische oorlogsvoering en de voorbereidingen voor de inzet van plantenetende zwammen en schimmels zijn geen hersenschimmen maar een zeer bedenkelijke realiteit.

 

Het plan van de internationale drugwarriors (in 2001) om tegen 2008 alle verboden planten uit te roeien zal eerst afrekenen met cannabis: 400 miljoen gebruikers wereldwijd hebben een behoorlijke teeltoppervlakte nodig.

 

Onder druk van de VS heeft zich aan de top van het United Nations Drug Control Board (UNDCB) een groep hardliners gevormd rond ex-maffia-jager Pino Arlacchi (links op de foto), die de niet te overziene milieuschade erbij willen nemen, enkel en alleen voor een zinloze poging hennep uit te roeien.

 

In (vervuilde) lucht opgegaan: miljarden dollars belastingsgeld.

 

De Western Hemisphere Drug Elimination Act werd in de herfst van 1998 aan de VS-senaat voorgelegd door een republikein uit Ohio die Mike DeWine heet. Het voorstel geraakte zonder problemen in november van dat jaar door het Congres. Toen al waarschuwde Keith Stroup van NORML voor de risico's: ďWe scheppen een gevaarlijk precedent door de ontwikkeling van biologische middelen tegen de teelt van marihuana te aanvaarden. Er is een reŽel gevaar dat een dergelijk giftig middel ernstige gevolgen zal hebben voor de andere gewassen in de omgeving en voor de ecosystemenĒ.

 

Professor Paul Arriola, plantenexpert aan het Elmhurst College in Illinois, stelt eveneens: ďHet is beangstigend te bedenken dat we, op zoek naar een lapmiddel, op lange termijn zware ecologische en sociale schade kunnen aanrichten.Ē

 

Het totale budget voor het entlŲsungsprogramma van de Amerikanen beloopt 2,7 miljard dollar en is daarmee groter dan de totale jaarlijkse bieromzet in Duitsland ...

Een deel van de koek ging naar de Agricultural Research Services (ARS) van het US Department of Agriculture, kapitaal aan te wenden als volgt: ontwikkelen van mycoherbiciden voor de uitroeiing van de papaver, de cocaplant en de hennepplant, met de uitdrukkelijke vermelding dat dit niet enkel voor gebruik binnen de VS bestemd is.

 

Een republikeinse collega van DeWine in het huis van afgevaardigden, Bill McCollum uit Florida, predikte het programma de hemel in en bestempelde het schimmelplan als de Silver Bullet in the War on Drugs. Veel wetenschappers zien het totaal anders, zoals George Wooten, ecoloog aan de Pacific Biodiversity Institute. Hij stelt: "Er bestaat niet zoiets als een silver bullet. Aangenomen, indien het schimmelplan niet succesvol genoeg zou zijn, dan zouden we een hoop geld zonder enig resultaat uitgeven. Als het plan echter wel succesvol zou zijn, dan zouden we in een situatie terechtkomen waarin de biodiversiteit van de aarde zwaar wordt aangetast. Dan zouden we niet langer kunnen beschikken over een bron van waardevolle levens- en geneesmiddelen. De risico's zijn zeer hoog."

 

Vanuit de reageerbuis de vrije natuur in?

 

Niemand weet wat gebeuren kan met een schimmel die onder labomstandigheden ontwikkeld werd, en in de vrije natuur terechtkomt. Het is mogelijk dat de schimmel precies dŗt doet waarvoor hij ontwikkeld werd Ė voor een tijdje althans. Door mutaties, invloeden uit de omgeving of door reeds aanwezige eigenschappen kunnen totaal ander planten in de smaak gaan vallen van de schimmels. Favoriet van de schimmelkwekers bij ARS is de stam van de Fusarium Oxysporum. Een natuurlijk voorkomende vorm van deze schimmel heeft al zware schade toegebracht aan de cocateelten in de Huallaga-vallei in Peru. Volgens de Miami Herald zullen alleszins tientallen andere planten aangetast worden door dezelfde schimmelvariant. Meloenen, bananen, agave, mandarine en stekbonen behoren tot de potentiŽle slachtoffers (War casualties).

 

George Wooten: "Terwijl de drugplanten gedefinieerd zijn vanuit wetgevend (repressief) oogpunt, en niet naar hun biologische eigenheid, zal elk land een andere mening hebben over wat drugplanten zijn en wat niet. Elk land zet eigen middelen in tegen ongewenste planten. Dit houdt ook in dat planten als koffie, thee, tabak, of andere, die in eigen land aanvaard zijn, in andere landen onaanvaardbaar zijn".

 

Als mogelijke reden voor deze schijnbaar vruchteloze aanbesteding (2,7 miljard dollar) stelt Wooten dat deze ingegeven is door het feit dat een afdeling van de USDA dringend geld nodig heeft, en veel geld, om bepaalde firma's waarin zij commerciŽle belangen hebben, patent te kunnen laten nemen op resistente planten. Met de ideologische achtergrond van de War on Drugs heeft de regering Clinton dit geld ter beschikking gesteld. Thans wordt openlijk gedebatteerd over de vraag of en in welke omvang de geplande buitenproef in Florida zal plaatsvinden. Verscheidene wetenschappers trokken in de New York Times aan de alarmbel over de mogelijke gevolgen, en niet enkel gevolgen voor de illegale cannabisteelt, die in het bijzonder vruchtbare klimaat aan de Golf van Mexico goed gedijt.

 

Bill Gaves, bioloog aan het onderzoekscentrum van de universiteit van Florida in Homestead: "Ik hou niet zo van het idee te rommelen met de natuur. Ik geloof dat, als deze schimmel losgelaten wordt met het vooropgestelde doel, dit zijn eigen problemen zal creŽren. Als daar niet pijnlijk nauwkeurig mee omgesprongen wordt, zullen ook zeldzame en bedreigde plantensoorten aangetast en vernietigd worden."

 

De drugtsaar van Florida, Jim McDonough is een van de hevigste voorstanders van de buitenproef. David Struhs, secretaris van de dienst Leefmilieu van Florida wendde zich in april 1999 schriftelijk tot McDonough: "Fusarium-varianten hebben de eigenschap zich zeer snel te ontwikkelen. Erfelijke veranderingen zijn veruit de meest verontrustende factor in dit experiment om fusarium-species als bioherbicide in te zetten. Het is zeer moeilijk, zoniet onmogelijk, de verspreiding van fusarium-varianten te controleren."

 

Gemuteerde schimmels kunnen ook bloemen, maÔs of wijn besmetten en zijn voor boeren eerder gekend als ziekte dan als beschermer van gewassen.

 

Uitgelekt

 

John Masterson meldde dat begin 1999 een niet nader genoemde medewerker van het project in Florida, contact opgenomen had met NORML Montana om te wijzen op ongewone onderzoeksactiviteiten die plaatsvonden in de Montana State University in Bozeman. De onbekende was goed geÔnformeerd, kende niet alleen de namen van de schimmels waarmee aan een anti-cannabis-schimmel gewerkt wordt, maar ook de betrokken wetenschappers. Navraag bij de universiteit leerde ook dat, in samenwerking met de Missoula Police Department, inderdaad reeds indoorproeven gedaan werden. Voor meer informatie of voor het doorgeven van bewijsmateriaal was in elk geval niemand bereid.

 

In de staat Montana stelt de wetgever dat iedereen die belastingsgeld gebruikt, tegenover de burger informatieplicht heeft. Daarom vroeg Montana NORML de publicatie van alle informatie over het project, dat stiekem met belastingsgelden op openbaar terrein, door overheidspersoneel doorgevoerd werd. De rechtsfaculteit van de universiteit weigerde in juni 1999 unaniem de klacht van NORML te behandelen. Tegelijkertijd stemde de kamer van volksvertegenwoordigers in Montana een resolutie voor de teelt van industriŽle hennep met 94 tegen 4 stemmen naar de (fauna- en floraloze) jachtvelden.

 

Tom Dean lichtte nog eens de visie van NORML toe: "Het Jurassic Parc-idee als zou de schimmel gewoon verdwijnen nadat hij de Verenigde Staten van cannabis heeft bevrijd, spreekt alles tegen wat wij over biologie en evolutie weten. Wat kan de schimmel verhinderen zich naar andere landen te verspreiden waar industriŽle hennep een belangrijk deel van de economie is? Hoe verhinderen we dat de schimmel muteert in een tomaten- of een tarwekiller?"

 

Teneinde tot een akkoord te kunnen komen gaf de Universiteit van Bozeman uiteindelijk op 19 augustus 1999 een deel van de betreffende documenten vrij en verklaarde dat later meer zou volgen. In hoofdzaak gaat het tot op heden grotendeels om standaardformulieren voor openbare projecten. Toch deed John Masterson enkele interessante ontdekkingen: faxberichten die wijzen op gelijkaardige projecten in Rusland en Turkije en briefwisseling met de USDA waarin uitdrukkelijk gevraagd wordt informatie over de 'verhoogde toxiciteit van bioherbiciden' achter te houden totdat de overheid de 'commerciŽle deugdelijkheid en marktwaarde vastgesteld heeft. Daarenboven blijkt uit de totnogtoe vrijgegeven documenten duidelijk dat de proeven verdergaan.'

 

De heropleving van de oorlogswapenlaboratoria

 

Het Instituut voor Genetica in Tasjkent behoort tot de begunstigden in de internationale uitvoering van absurde projecten van het UNDCB.

 

Volgens een bericht in de Wiener Standard werd daar voor een pak minder geld dan in de VS - daarmee wordt bedoeld slechts 600.000 dollar - de mogelijkheden uitgetest om met schimmels van de stam pleospora papaveracea en dendryphion penicillatum de productie van opium voor heroÔneaanmaak onmogelijk te maken. De Frankfurter Rundschau heeft weet van 650.000 dollar en 200 medewerkers. Na verduidelijking door UNDCB-afgevaardigde Sandro Tucci is intussen klaar dat de schimmel inderdaad de papaverplant aantast.

 

De effecten op het milieu worden als ondergeschikt aangezien. Daarover zegt men dat 'het onderzoek nog niet is afgesloten.'

 

Vooral na de ernstige gevolgen van het sproeien van glyfosaat in AziŽ en Zuid-Amerika zou deze vraag voorrang moeten krijgen. Met de niets ontziende chemische oorlog is niet enkel zware milieubelasting en vergiftiging bij mens en dier in het geding. Door het uitwijken van de teelten naar ongerepte gebieden zullen ongetwijfeld grote oppervlakten woud aangetast worden. Milieueffecten zijn in Tasjkent niet aan de orde want het Instituut voor Genetica was ten tijde van de Sovjet Unie een militair labo voor de ontwikkeling van biologische wapens. Met pleospora werd er reeds vroeger geŽxperimenteerd in het kader van de vernietiging van de oogsten van de 'vijand'. Tucci verklaart: ďWat daar vroeger gemaakt werd weten we niet.Ē Een overheidsinstantie als de UNDCB weet zoiets niet???

 

Ook de beschuldiging in de Sunday Times als zou de UNDCB de ontwikkeling van biologische wapens beogen, wordt verontwaardigd weggewuifd met de uitleg dat 'noch geheime diensten, noch biowapenexperten aan het project zijn verbonden.' En de Tasjkentse wetenschappers, wat zijn dat dan? Ach ja, dat weten ze eigenlijk niet...

 

De Amerikaanse propagandamachine hangt aaneen van de leugens.

 

Al Gore zegt publiekelijk over medicinale marihuana: ďIk ben het er niet mee eens dat er een medicinale werking is. Dokters hebben dat vraagstuk uitgebreid onderzocht en tot dusver is er absoluut geen bewijs dat marihuana het effect heeft dat sommige mensen eraan toeschrijven.Ē

 

Hij vergeet dat zijn eigen Institute of Medicine, nota bene onder de Clinton-Gore regering, in maart 1999 in een rapport stelde: 'Er is geen veilig alternatief voor het roken van marihuana bij mensen die lijden aan chronische pijnen of aids.'

Gore negeert met zijn uitspraak de enorme hoeveelheid medische bewijzen en deskundigenverslagen. Dat hij deze uitspraak deed in volle verkiezingsstrijd - het opbod aan intolerantie en machogedrag - geeft een idee tot welke flagrante leugens politici bereid zijn als het gaat om de bevrediging van hun machtsverslaving.

 

Een andere uitblinker in liegen en bedriegen als het over drugs gaat, is generaal Barry McCaffrey. Als hoofd van de ONDCB kon hij zijn derde grote oorlog voeren na Vietnam en de Golfoorlogen waaraan hij actief deelnam. Tijdens de vier jaren van zijn drugsoorlog slaagde hij erin pakken geld van de belastingbetaler naar zijn organisatie te sluizen door mooie plaatjes op te hangen over zijn efficiŽnte aanpak, terwijl in werkelijkheid zijn wanbeleid enkel in stand gehouden kon worden door fraude, vervalsen van onderzoeksresultaten, en andere illegale praktijken.

 

Met zijn leugens veroorzaakte hij in 1998 een diplomatieke rel met Nederland door te stellen dat het aantal moorden in Nederland (ten gevolge van het drugbeleid) een veelvoud was van het aantal moorden in Amerika, terwijl de waarheid is dat in de VS het percentage viermaal hoger ligt dan in Nederland. McCaffrey kondigde in oktober 2000 zijn ontslag aan. Dat deed hij op zijn getrouwe manier: liegen tot hij zwart ziet. In zijn afscheidsrede bewierookte hij zichzelf en zijn successen tegen de drugs. Om die successen te staven maakte de generaal gebruik van volgende methode: in 1996 stelde hij zich tot doel om tegen het jaar 2000 circa 80 procent van de jongeren overtuigd te hebben van de schadelijkheid van drugs. De resultaten bij de jongeren van 15 jaar werden als basis voor de becijfering gebruikt.

 

Niettegenstaande McCaffrey's blitse reklamekampanjes bleek het percentage 16-jarigen die 'NEE' zeiden tegen 'DRUGS' in 1999 gezakt te zijn tot 57,4 procent. En dan plots in oktober 2000 komt de grote tovenaar boven met een onverwacht resultaat: 74 procent zegt 'NEE' tegen (sommige) drugs.

 

Hoe de generaal erin geslaagd was om tot zulke bewonderenswaardige score te komen ? Simpel, hij wijzigde de spelregels. Hij baseerde zijn laatste uitslag niet op de groep van 16-jarigen, maar op de groep van de 12-jarigen ...

 

In elk geval is het tijd om de recreatieve drugs van de straat te halen en te stoppen met de volksgezondheid in handen te leggen van geflipte militairen. Vooralsnog blijkt dit niet te gebeuren.

 

In augustus 2000 is het weer zover: met veel toeters en bellen kondigt Clinton VS-hulp aan voor Colombia. Hij stelt dat de toegekende 1,7 miljard dollar bestemd zijn voor het herstel van de democratie en de mensenrechten. In werkelijkheid betekent dit 238 miljoen dollar voor het herstel van de democratie, het juridisch systeem en de mensenrechten. Maar: 80 procent van het totale bedrag, 1,274 miljard dollar, zijn bestemd voor bewapening, inclusief jachtvliegtuigen, helikopters en automatische wapens. Op die manier gaat de hulp dus helemaal niet naar de oorzaken van de guerrillaoorlog, want aan wapens heeft Colombia geen gebrek. Het probleem van het land ligt bij het juridisch systeem, de democratisering en de mensenrechten.

 

De VS-hulp is dan ook allesbehalve hulp en kan de toestand enkel doen verergeren.

 

De Colombiapolitiek van Clinton is vergelijkbaar met Kissingers' Angolapolitiek toen die minister van buitenlandse zaken was. Kissinger argumenteerde dat de VS-hulp aan de UNITA guerrilla onvoldoende was voor hen om de oorlog te kunnen winnen, maar voldoende om de marxistische overheid te verhinderen hun controle te bestendigen.

Dertig jaar later ligt het land nog steeds in puin, verstikt in een eindeloze oorlog die de hele regio gedestabiliseerd heeft.

 

De eerste veldslag voor Clintons' Colombiaplan werd overigens op VS-grond uitgevochten. Niet in soldatenplunje, maar in Armani-pakken.

 

Twee helikopterbouwers, Bell Textron (Texas) en United Technologies (Connecticut) vochten bij middel van hun lobbyisten de zaak uit met een wreedheid die niet moet onderdoen voor die van de guerrilla of voor die van de rechtse paramilitairen.

 

Tussen 1996 en 1998 gaf Bell Textron 551.816 dollar aan de republikeinen en 364.420 dollar aan de democraten. United Technologies gaf 362.340 dollar aan de republikeinen en 347.200 dollar aan de democraten. United Technologies probeert met dat geld het order af te kopen voor zijn UH-60L Black Hawks en Bell Textron probeert op dezelfde smeergeldmanier zijn UH-1H Hueys te slijten. Het parlement scoorde 60-30 in het voordeel van de Hawks en de senaat 60-30 in het voordeel van de Hueys ....

 

Een commissie besloot tot de aankoop van 18 Black Hawks, 16 voor het Colombiaanse leger en 2 voor de Colombiaanse politie. Anderzijds ook 60 Hueys waarvan elk eerlijk verdeeld 30 stuks in ontvangst mag nemen.

Waar evenwel niet over gesproken werd is het 'bijkomend probleem'

 

De VS-plannen voor Colombia bevatten militaire actie en het op grote schaal inzetten van bestrijdingsmiddelen in het zuiden van het land. Het gevolg daarvan is dat tussen de 35.000 en 150.000 boeren de streek zullen ontvluchten naar buurland Ecuador, bij de duizenden die al gevlucht zijn. Dŗt deel van Ecuador is regenwoud waar de boeren de vlam in zullen zetten om voedsel te telen. De VS heeft trouwens ook plannen in Ecuador zelf. In het kader van de oorlog tegen drugs zullen biologische wapens ingezet worden tegen de cocateelt. Ecuador wordt het testgebied voor de schimmels die de VS ontwikkeld hebben (onder meer in de ex-sovjetlabo's in Tasjkent - Ouzbekistan). De schimmels zijn ook giftig voor dieren en mensen die de planten eten. Bijvoorbeeld in de buurlanden Peru en Bolivia, waar het kauwen van cocabladeren gewoon een legale probleemloze zaak is, kan de schimmel verregaande gezondheidsproblemen creŽren.

 

De impact van de migraties en de ecologische schade voor de inlandse bevolking en de bewoners van de regenwouden is niet te overzien.

 

Om het zaakje compleet te maken tekende Clinton een 'nationaal veiligheidsakkoord' waarin de Colombiaanse militairen vrijgesteld worden van het eerbiedigen van de mensenrechten zoals die eerder door het VS-Congres opgelegd waren.

 

Op 25 september 2000 verscheen een onderzoeksrapport uit Lago Agrio, Ecuador, van de hand van Jeff Conant. Hij ontdekte dat Fusarium Oxysporum niet het enige bestrijdingsmiddel is dat in de drugsoorlog gebruikt wordt en het regenwoud bedreigt.

 

Conant, journalist en mensenrechtenactivist, toont dit ook aan.

 

Agent Green over de Amazone

 

Geruchten over een dreigende verspreiding van een genetisch gemodificeerde schimmel als onderdeel van de War on Drugs in Colombia hebben de bezorgdheid aangewakkerd van milieuactivisten en plaatselijke overheden, en veroorzaken een zware ecologische en sociale crisis in de regio. Tegelijkertijd zet het verhoogde geweld in Colombia de buurlanden onder druk door de komst van duizenden die de burgeroorlog trachten te ontvluchten.

 

Op 19 juli 2000 titelde de Ecuadoriaanse krant El Comercio: 'Exodus bereikt Sucumbios: de vluchtelingengolf groeit aan.' Volgens het artikel waren onlangs 5.000 vluchtelingen aangekomen in de regio van Sucumbios aan de grens tussen de twee Andeslanden. Verwacht wordt dat in de komende weken hun aantal met 25 tot 30.000 zal aangroeien. De oorzaak van deze massale exodus is te vinden in het groeiende geweld van de Colombiaanse burgeroorlog. De vluchtelingen komen meerbepaald uit de regio Putumayo waar grote hoeveelheden van het in de VS geproduceerde pesticide glyfosaat, beter bekend als 'Roundup' gespoten worden om de coca- en papaverplantages te vernietigen als onderdeel van de door de VS gesponsorde War on Drugs.

 

Enkele weken later, bij aankomst in Lago Agrio, hoofdstad van Sucumbios en centrum van de Ecuardoriaanse olie-industrie, bleek dat El Comercio de cijfers had overdreven, maar niet de angst. Volgens Luis Yanez van de Frente de la Defensa de la Amazona waren er nog geen 'officiŽle' vluchtelingen. Aanhoudende krantenberichten over het sproeien van pesticiden, over vluchtelingen, en geruchten over een mysterieuze schimmel die door de DEA gedumpt zou zijn over het Amazonegebied, doen de Ecuadorianen vrezen voor het ergste. In het zog van een aanslepend conflict tussen de vele Colombiaanse partijen en de groeiende Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio, wordt Ecuador meegesleurd in een oorlog die zij niet willen maar waarin hun geen keuze gelaten wordt.

 

Bisschop Gonzalo Lopez MareŮon van Sucumbios ontkende de krantenberichten over 5.000 vluchtelingen. Maar recent vormde hij een groepering - de 'Asemblea de la Sociedad Civil' - die samen met de 'Frente de la Defensa de la Amazona' en het Hoogcommissariaat voor Vluchtelingen van de VN, plannen bespraken om de crisis het hoofd te kunnen bieden. Behoudens sluiting van de grenzen, wat de situatie alleen maar kan verergeren, twijfelt niemand aan een toevloed van vluchtelingen in steeds groeiende aantallen.

 

Lago Agrio is niet voorzien voor de opvang van die vluchtelingen. De stad zelf heeft een bewogen geschiedenis en het is een van de armste en gewelddadigste steden van Ecuador. Amper 30 jaar geleden was Lago Agrio, toen gekend als Nueva Loja, het centrum van de Cofannatie, een inheemse stam vermaard om zijn moed, strategisch inzicht en traditionele medicijnen. Maar toen Texaco in 1962 olie aanboorde veranderde de firma de naam van de stad in Lago Agrio.

Vanaf dan ging het met de regio steil bergafwaarts. Veertig jaar later is de Cofannatie gereduceerd tot een paar duizend trotse bewakers van de traditie.

 

Lago Agrio, aan de Colombiaanse grens, is thans een van de meest vervuilde en angstaanjagende gebieden in het arme, maar relatief vredige Ecuador. Geregelde trafieken van Colombiaanse drugsmokkelaars, de aanwezigheid van slecht betaalde migrantenarbeiders, en de harde en moeilijke werkomstandigheden in de olievelden, zijn allemaal elementen die bijdragen tot een algemene onzekerheid en onveiligheid in de stad en tot de onmogelijkheid om Ďs avonds veilig buiten te komen.

 

Het totale gebrek aan opvangmogelijkheden voor een dreigende vluchtelingengolf heeft de mensen bang gemaakt. Vooral als het gaat om vluchtelingen die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de teelt van coca, het produceren en transporteren van cocaÔne. En niet enkel in Lago Agrio, maar in het hele land leeft de angst dat de gevolgen van Plan Colombia grensoverschrijdend zijn en de nu al rampzalige sociale en economische toestand van Ecuador verder ondergraven.

Geruchten over een nakende pesticidengolf kunnen de situatie alleen maar verergeren.

 

 

2. Plan Colombia

 

De pesticidengolf, bedoeld om papaver- en cocaplantages te vernietigen en de bron van inkomsten voor talrijke boeren uit te schakelen, is een onderdeel van Plan Colombia. Dit plan werd ontwikkeld door de Verenigde Staten en de Europese Unie met steun van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en heeft als doel het openstellen van afzetgebied en het stimuleren van buitenlandse investeringen in Colombia.

 

De media geven aan het plan verschillende interpretaties, afhankelijk van het publiek dat de doelgroep uitmaakt. Maar toch zijn er een aantal specifieke doelstellingen die in alle kritieken min of meer overeind blijven:

 

* Het uitvoeren van maatregelen om buitenlandse investeringen aan te trekken en het bevorderen van de economische groei, het verstrengen van de verdragen rond de bescherming van buitenlandse investeringen, en vrije handel zoals de Wereld Handels Organisatie (World Trade Organisation, WTO - niet te verwarren met WHO, World Health Organisation) dat interpreteert.

 

* Vernietiging van illegale teelten in de regio rond de Putumayo en andere zones in Zuid-Colombia, en de vervanging ervan door 'productieve projecten, hoofdzakelijk permanente teelten zoals koffie, bananen, suiker, Afrikaanse palm, en dergelijke, door middel van "strategische allianties" tussen investeerders en kleine en grote landeigenaars die een alternatieve werkgelegenheid en sociale voordelen bieden aan de bevolking van de gebieden met illegale teelten.'

 

* Herstel van de militaire controle over die zones en modernisering van de militaire middelen.

 

* Reactivering van de economie.

 

Fundamentele stellingen van globalisering en het eenzijdige WTO-beleid, toegepast in Mexico in de jaren 1990, leidden tot destabilisering van de plattelandsregio en wijdverspreide onrust bij de bevolking. De uitvoering van de vrijhandelszone NAFTA in Mexico berustte op fundamentele veranderingen in het beleid zoals het schrappen van artikel 27 van de grondwet. Artikel 27, inhoudende het recht om gezamenlijk land te bezitten, beschermde inheemse gebieden die van oudsher niet gekocht of verkocht konden worden. De schrapping van het artikel uit de grondwet moest de investeringen vergroten en de economie aanzwengelen. Het resultaat was echter de opstand van de Zapatistas in januari 1994 en een uitputtingsoorlog die vandaag nog voortduurt.

 

Het is moeilijk te geloven dat verdere militarisering van de War on Drugs en het gelijktrekken van de prijzen, voor Colombia andere gevolgen zal hebben dan voor Mexico. Zoals het voorbeeld daar heeft aangetoond komt een vrijhandelszone enkel ten goede aan de grote landeigenaars, aan hen die onmiddellijk profijt opleveren en wiens financiŽle draagkracht de nivellering van de prijzen voor de gehele markt kan opvangen. De kleine landeigenaar wordt van zijn land verdreven en de landloze boer is gedwongen om te werken in hongerloondienst. De landloze boeren en kleine landeigenaars in Zuid-Colombia die momenteel leven van de teelt en de verwerking van coca en meer en meer tussen guerrilla en paramilitairen gesandwiched worden, zullen gedwongen zijn te migreren naar andere zones, enerzijds om werk te vinden, anderzijds om te ontsnappen aan het escalerende geweld en de gifwolken.

 

In de afgelopen tien jaar zijn meer dan anderhalf miljoen Colombianen van hun geboortegronden verdreven en zeker 35.000 kwamen daarbij om. Geschat wordt dat 2 procent van de bevolking - zo'n 800.000 mensen - het land ontvlucht zijn, de meesten naar de VS. Maar terwijl de middenklasse naar de States vlucht, zijn de minder begoeden verplicht de grenzen van Panama en Ecuador over te steken. Een groep vluchtelingen van circa 800 mensen heeft zich gevestigd in de dichte en haast ondoordringbare jungleprovincie Darien in het zuiden van Panama, de uiterste hoek van de Centraal-Amerikaanse landengte. Deze sterk aangroeiende gemeenschap is een nieuwe bron van destabilisering in het straatarme Panama. En net als in het verarmde oosten van Ecuador kan de aanwezige infrastructuur amper de lokale bevolking onderhouden. Er is niets voorzien voor vluchtelingen en immigranten. Zolang cocaÔne illegaal en de vraag ernaar groot blijft - voornamelijk vanuit de VS - is concurrentie met andere gewassen uitgesloten. De vernietiging van de coca zou wel eens een omgekeerd effect kunnen hebben. De prijzen zullen stijgen, teelt en productie zullen geÔntensiveerd worden. Ondanks de keiharde kampanjes om de teelten in Colombia te vernietigen is de productie tijdens de laatste jaren verdubbeld en het geweld in de regio is toegenomen.

 

Cijfers van de VS-overheid tonen aan dat ondanks intensieve uitstrooiing van herbiciden en andere vormen van uitroeiing, het teeltgebied met 200 procent toenam tussen 1992 en 1999. Alleen al in 1999 kwamen er 20.200 hectaren bij. Het is duidelijk dat de uitroeiingstrategie zonder een plan om de armoede te bestrijden en het levensonderhoud van de boeren te garanderen, gedoemd is om te falen.

 

Operatie Roundup

 

David Hathaway, een Amerikaanse econoom die in BraziliŽ werkzaam is en expert is inzake bioveiligheid, bevestigt dat 'de toepassing van Roundup in landelijk gebiedaltijd al een ramp is geweest. Het is een ramp omdat de problemen slecht geanalyseerd zijn, of zou ik moeten zeggen: het probleem is goed geanalyseerd omdat de verkoop van Roundup het probleem geworden is.' Hij gaat verder: 'Het is mogelijk en uitvoerbaar om coca en papaver te vernietigen op een bepaalde plaats, dat klopt. Wat niet mogelijk is, is de totale vernietiging van de teelten'.

 

De Roundup - scheikundige naam glyfosaat - van Monsanto werd op de markt gebracht in 1974 als een breedspectrumherbicide. Momenteel is het een van de meest gebruikte verdelgers wereldwijd, met een omzet van zo'n 12 miljard dollar jaarlijks. Het is ook een van de meest giftige producten. Volgens de EPA (VS-milieubeschermingsorganisatie) heeft een opname van 200 milliliter glyfosaat de onmiddellijke dood tot gevolg. Naast die onmiddellijke effecten van acute blootstelling heeft contact met de stof gedurende lange tijd, uitgewezen dat het product oorzaak is van schade aan het voortplantingssysteem en het genetisch materiaal van mensen.

 

Andere gevolgen van blootstelling aan Roundup zijn krampen en stuiptrekkingen, acute ademhalingsproblemen, verlies van spiercontrole, bewusteloosheid, vernietiging van rode bloedcellen, hartstoornissen en onvruchtbaarheid. De EPA heeft aangetoond dat Roundup het peil van fosfor, kalium en ureum in het bloed verhoogt, de alvleesklier beschadigt en abcessen veroorzaakt aan nieren, lever en hart.

 

De vernietigende neveneffecten voor het leefmilieu manifesteren zich ook in de hoge giftigheid ervan voor aardwormen, bacteriŽn en wortelzwammen, alle essentieel voor een gezonde landbouwgrond op lange termijn. Het is voor vissen 100 keer giftiger dan voor mensen en zoals andere pesticiden is Roundup onderhevig aan bio-accumulatie, dit wil zeggen dat de giftigheidgraad vergroot bij elke stap in de voedselketen. Wie regelmatig gecontamineerde vis eet krijgt een dosis binnen die veel groter is dan bij directe blootstelling. Een studie uit 1993 van de Universiteit van Colorado leert dat Roundup de belangrijkste oorzaak is van pesticidenvergiftiging bij huistuinders in de VS en het derde gevaarlijkste bestrijdingsmiddel is in de commerciŽle landbouw.

 

Door zijn hoge giftigheidgraad voor zowel mens als natuur vertoont het gebruik van Roundup als middel in de War on Drugs, veel gelijkenis met het schandelijk gebruik van het ontbladeringsmiddel Agent Orange in Zuid-Vietnam. Operatie Ranch Hand - codenaam voor de verspreiding van Agent Orange over een gebied van 2.500.000 hectaren Zuid-Vietnamese jungle tussen 1961 en 1972 - heeft een erfenis nagelaten van minstens 500.000 geregistreerde geboorteafwijkingen, zoals medegedeeld door het Tu Du Hospital of Obstetrics Gynecology in Saigon. Het gebruik van Roundup over Colombia dreigt een gelijkaardige nalatenschap op te leveren. Volgens de producent is er geen probleem.

 

In 1998 begon Colombia, onder druk van de Verenigde Staten, met testen en toepassen van een tweede herbicide in het Putumayogebied.

Het bestrijdingsmiddel tebuthiuron, geproduceerd en verkocht door Dow Agrosciences (Dow Chemicals) onder de naam SPIKE 20P, wordt in de VS doorgaans gebruikt om het onkruid rond spoorwegen en onder hoogspanningslijnen onder controle te houden. Dat gebeurt evenwel ver van mensen en voedingsgewassen. Amerikaanse en Colombiaanse functionarissen, zich erover beklagend dat het vloeibare Roundup slechts 30 procent van de besproeide teelt had vernietigd, zijn overgegaan op het gebruik van tebuthiuron dat in korrels geleverd wordt.

 

Omdat Roundup gesproeid moest worden van op geringe hoogte, vroeg in de ochtend als er geen wind was en de temperatuur laag, vormden de laag overscherende vliegtuigjes een gemakkelijk doelwit voor de guerrilla. Nochtans is de Colombiaanse overheid niet gerust in de risicoís van dit chemisch product voor het leefmilieu. De voormalige Colombiaanse minister van leefmilieu Eduardo Verano zei dat de gevolgen van het gebruik van tebuthiuron in landbouwgebied nog onbekend zijn en het gebruik ervan alleszins de ontbossing in de hand zal werken als de coca-telers dieper de jungle worden ingedreven.

 

In een interview met de New York Times in 1998 zei Verano: 'We moeten onze mening over de gevolgen van chemische oorlogsvoering herzien. Hoe meer vergif gesproeid wordt, hoe meer de boeren gaan telen. Vergiftig je een hectare, dan komen er twee voor in de plaats. Hoe verklaar je anders de cijfers?' Ook Dow Chemical, de fabrikant van het bestrijdingsmiddel, heeft zich tegen het gebruik ervan in Colombia uitgesproken. 'Tebuthiuron is niet bestemd om tegen landbouwgewassen te gebruiken in Colombia en wij wensen dat dit product niet gebruikt wordt voor de vernietiging van cocateelten', stelde het bedrijf in een publieke mededeling.

 

Dow waarschuwde dat de chemische stof 'voorzichtig en in strikt gecontroleerde situaties' gebruikt moet worden omdat 'er een zeer groot risico is bij gebruik op heuvelachtig gebied, waar veel regen valt, waar in de nabijheid voedingsgewassen geteeld worden en waar de werkomstandigheden moeilijk zijn.' Na jaren van juridisch getouwtrek en publieke tegenstand over het gebruik van Agent Orange - ook een product van Dow Chemicals - stelde het bedrijf te zullen weigeren tebuthiuron te verkopen voor gebruik in Colombia. Volgens een bericht van de New York Times merkten Amerikaanse functionarissen op dat het patent van Dow op het product verlopen is en dat daardoor anderen de productie kunnen overnemen.

 

Agent Green

 

Het gebruik van een tweede 'Agent Orange' over het Colombiaanse Amazonegebied veroorzaakte enorme ongerustheid bij de bevolking in de regio en bij milieudeskundigen in binnen- en buitenland. Maar de bewoners van Zuid-Colombia en het Ecuadoriaanse grensgebied van Sucumbios, staan nu voor een nieuwe, nog grotere bedreiging voor hun gezondheid en hun ecosysteem, namelijk het loslaten van biologische middelen die door milieuactivisten als 'Agent Green' omschreven worden.

 

Fusarium Oxysporum is een schimmel die gedijt in gematigd en tropisch klimaat. In zijn natuurlijke vorm staat de schimmel bekend als een plantenziekte die de wortels aantast en de voedingstoevoer blokkeert bij een grote variŽteit aan gecultiveerde gewassen. De schimmel veroorzaakt het afsterven van plantencellen met als gevolg uitdroging, verrotting en dood. Dokter David C. Sands, plantenpatholoog aan de University of Montana en een van de belangrijkste onderzoekers inzake Fusarium Oxysporum, noemt het 'een Atilla de Hun-ziekte' en stelt dat deze fusariumsoort in staat is elk gecultiveerd gewas en een groot aantal wilde soorten aan te tasten.

 

Sommige fusariumsoorten staan ook bekend om de ziekten die ze bij mensen veroorzaken, voornamelijk bij mensen met een verzwakt afweersysteem door kanker of aids.

 

De schimmel werd voor het eerst als een mogelijk wapen in de drugsoorlog ter sprake gebracht door CIA-wetenschappers begin jaren 1980. In 1987 was dokter Sands werkzaam in zijn laboratorium in Montana toen hij van het Amerikaanse Departement van Landbouw de vraag kreeg om mee te werken aan de War on Drugs door zijn kennis ter beschikking te stellen.

 

Het Departement had al eerder geŽxperimenteerd op een legale cocaplantage in Peru - voorheen eigendom van de Coca Cola Company, maar door hen verlaten voor groenere en veiligere teeltgebieden op Hawaii. De USDA nam de plantage van Coca Cola over om als testgebied te gebruiken voor herbiciden.

 

Ironisch genoeg werd de aanplanting die niet besproeid was, aangetast en grotendeels vernietigd door een mysterieuze ziekte. Toen dokter Sands ter plaatse onderzoek deed, ontdekte hij een natuurlijk voorkomende fusariumsoort. Hij kweekte de schimmel en testte hem op een teelt van 1,2 hectaren. Bijna alle planten stierven. Sedertdien werd de schimmel geÔsoleerd, getest, en ontwikkeld als biologisch bestrijdingsmiddel aan de University of Montana, in samenwerking met onder meer de USDA. Geen probleem zeggen de sproeiers.

 

In 1999 hoopte de federale overheid de schimmel te kunnen inzetten in Florida om de marihuanateelt te vernietigen, maar het voorstel werd afgeschoten door de Florida Environmental Protection Agency (EPA) die de steun kregen van talrijke private en publieke milieugroeperingen. De directeur van de Florida EPA zei: 'Het is moeilijk, zoniet onmogelijk de verspreiding van fusariumsoorten onder controle te houden. De schimmel kan muteren en een grote variŽteit aan gewassen aantasten. Fusariumsoorten zijn actiever in warme aarde en kunnen jarenlang actief blijven.'

 

Ondanks deze conclusies berichtte The New York Times op 6 juli 2000 - in de marge van de goedkeuring van 1,3 miljard dollar VS-hulp aan Colombia - dat Colombia 'onder druk van de Verenigde Staten' zijn akkoord had gegeven om de schimmel te gebruiken. Het aanvaarden van de Fusarium Oxysporum was een voorwaarde voor de goedkeuring van het hulppakket.

 

Op 22 augustus 2000 verwierp Clinton echter de beslissing van het Congres en herriep de voorwaarde teneinde de link tussen de VS-hulp en het gebruik van Fusarium Oxysporum te verbreken, stellende dat de VS geen 'Agent Green' zal gebruiken tot er 'een bredere beoordeling komt inzake nationale veiligheid, met inbegrip van de mogelijke impact op de verspreiding van biologische wapens en terrorisme, waarbij een stevig gegronde motivering voor het gebruik van dit specifieke middel in het belang is van de natie'. Juan Mayr, de Colombiaanse minister voor leefmilieu, verzekerde dat Colombia een 'onderzoeksprogramma - en enkel onderzoek - naar het gebruik van biologische controlemiddelen' zou beginnen.

 

Maar veel milieuactivisten en mensen die in de regio leven, zijn nog altijd bezorgd dat de schimmel losgelaten wordt zonder voldoende getest te zijn, en ondanks de gekende gevolgen. Lucia Gallardo, coŲrdinator van de Biodiversiteits- en Bioveiligheidscampagne voor Ecologie in Quito, een Ecuadoriaanse milieubeweging, bevestigt dat de schimmel als biologisch wapen op de lijst staat van de Conventie voor Biologische en Chemische wapens.

 

Biologische oorlogsvoering

 

Dr. Raul Moscoso, Ecuadoriaanse magistraat en kandidaat procureur-generaal, maakte een uitgebreide analyse van de regionale en internationale verdragen die geschonden worden door het gebruik van vergif, zowel de chemische herbiciden als de schimmel.

 

De gifwolken zijn een rechtstreekse schending van het Cartagena Agreement of Andean Nations, het VN-verdrag rond de biologische diversiteit, en de algemeen geratificeerde Conventie voor het Verbod op Ontwikkeling, Productie, Opslag van Bacteriologische, Biologische en Chemische wapens. Dokter Moscoso spreekt zich uit tegen Plan Colombia en stelt: 'Dit plan zal geen einde maken aan de drugtrafieken. Dit plan zal geen einde maken aan drugafhankelijkheid. Wat dit plan wel zal doen is onomkeerbare en onherstelbare sociale en ecologische schade toebrengen.'

 

Om het gebruik van schimmels te verhinderen baseert Moscose zich op internationaal recht, voornamelijk Besluit 391 van de Cartagena Overeenkomst (een verdrag tussen de Andeslanden Ecuador, Colombia, Venezuela, Bolivia en Peru), dat specifiek de 'toegang tot genetische bronnen' behandelt. Dit Besluit houdt een strikt verbod in op het gebruik van genetisch materiaal voor de aanmaak van biologische wapens en andere praktijken die het leefmilieu of de volksgezondheid kunnen schaden.

 

Hij verwijst ook naar de Biologische en Chemische Wapenconventie die stelt dat de ratificerende partijen - zowat alle naties ter wereld - 'overeenkomen om onder geen enkele omstandigheid bacteriologische middelen of andere biologische middelen of gifproducten, ongeacht hun oorsprong of verwerkingsproces, in hoeveelheden die niet kunnen verantwoord worden voor profylactische, beschermende of andere vredelievende doeleinden, te ontwikkelen, te produceren, op te slaan of op eender welke manier te verwerven of te bezitten.'

 

Een derde overeenkomst die verbroken wordt door die gezamenlijke acties van de VS en Colombia, is de Conventie van de Verenigde Naties betreffende de Biologische Diversiteit, getekend door 157 landen tijdens de historische bijeenkomst in Rio de Janeiro in juni 1992. Artikel 3 van deze Conventie bevestigt 'de verplichting om zekerheid te geven dat activiteiten die uitgevoerd worden binnen de jurisdictie van een staat of onder de verantwoordelijkheid van die staat, geen bedreiging vormen voor het ecologisch evenwicht in andere staten.'

 

Artikel 8 verbindt partijen om 'de bescherming van ecosystemen en natuurlijke biotopen te bevorderen zonder de introductie van uitheemse gewassen die ecosytemen, natuurlijke biotopen, of plantensoorten, kunnen bedreigen.'

 

Artikel 14c stelt dat 'elke lidstaat de bekendmaking en de uitwisseling van informatie zal bevorderen betreffende activiteiten binnen zijn jurisdictie, waarbij voorzien kan worden dat deze activiteiten een ongunstig effect kunnen hebben op de biodiversiteit van een andere staat. Tevens zal onmiddellijk melding gemaakt worden van eventuele noodgevallen binnen de jurisdictie van een staat, of van het beheersen van dreigend gevaar voor de biodiversiteit onder de jurisdictie van andere staten.'

 

Dit wil zeggen dat zowel Colombia en de Verenigde Staten zich schuldig maken aan chemische en biologische oorlogsvoering en dit in strijd met de internationale verdragen en met hun eigen grondwet. Volgens het bericht van 6 juli 2000 in The New York Times ("Fungus considered as a tool to kill coca in Colombia"), waren advocaten in het Witte Huis en op Binnenlandse zaken jarenlang in discussie of het gebruik van Fusarium Oxysporum indruist tegen de internationale verdragen betreffende biologische oorlogsvoering. Zij kwamen tot het besluit dat de internationale verdragen niet geschonden zouden worden als Colombia zelf zou beslissen het gebruik van de schimmel te testen.

 

Een functionaris van de Amerikaanse inlichtingendienst die zich uitspreekt tegen het gebruik van de schimmel, wordt door The New York Times geciteerd: 'Ik ben geen voorstander van het gebruik van een product op een aantal Colombiaanse boeren, als je datzelfde product nooit zou gebruiken tegen een aantal rednecks die in Kentucky marihuana telen. En er is allesbehalve een unanieme goedkeuring hiervoor in Colombia.'

 

Colombiaanse functionarissen zeggen dat eerst moet nagegaan worden of de schimmel al voorkomt in Colombia, om zekerheid te hebben dat er geen uitheemse organismen worden geÔntroduceerd. 'Als er geen fusarium aanwezig is, zullen we het niet onderzoeken', zei leefmilieuminister Mayr.

 

Toch doen geruchten de ronde dat een transgene variŽteit van de Fusarium Oxysporum ontwikkeld werd voor gebruik tegen cocaplantages. Volgens de USDA is een variŽteit die op aardappelen werd aangetroffen, gebruikt als basis voor een genetisch gemodificeerde schimmel met een verhoogde kwaadaardigheid ten opzichte van cocaplanten.

 

Op een conferentie in het Centro Internacional de estudios superiores de communicaciůn para America Latina (CIESPAL) in Quito op 24 juli 2000, bevestigde de Amerikaanse expert in bioveiligheid David Hathaway: 'Transgene sporen van die schimmel zijn ontwikkeld geworden in de Amerikaanse militaire laboratoria. Of transgene variŽteiten van deze schimmel getest worden in Ecuador, of getest werden in Colombia, dat weten we niet. Niemand weet het, en als ze het weten zeggen ze het niet. We weten het niet en we zijn hoogst verontrust.'

 

In werkelijkheid is deze schimmel al getest in Colombia. Bewoners van dat land en van de aangrenzende staten hebben een goede reden om gealarmeerd te zijn. Soorten met een hoge graad van verandering, zoals deze schimmel, kunnen zeer snel muteren en in korte tijd een brede waaier aan teeltvariŽteiten besmetten.

 

In zijn natuurlijke vorm kan de schimmel 10 tot 40 jaar in de grond overleven, en verschillende schimmelsoorten zijn ziekteverwekkers voor een zeer groot aantal teelten, waaronder aardappel, vanille, zonnebloem, dadel, koffie, avocado, kool, selder, kalebas, druif, soja, tabak, meloen, sesam, biet, Afrikaanse palm, aubergine, katoen, klaver, eucalyptus, en vele andere.

 

Het verspreiden van fusarium in het Amazonegebied, een van 's werelds regio met de grootste biodiversiteit en de natuurlijke biotoop van ontelbare soorten die nergens anders op de planeet voorkomen, is niet enkel een gevaar voor de ellenlange lijst van gewassen en voor de bevolking in de regio, maar voor het totale ecologisch evenwicht in de Amazone.

 

Volgens wetenschappers die meewerken aan het Sunshine Project, een internationaal observatieteam dat zich wijdt aan de studie van de wetgeving aangaande biotechnologie en milieu, zijn er vier planten van het geslacht Coca Erytroxylum - wilde soortgenoten van de Colombiaanse inheemse coca - die tot de bedreigde soorten behoren en waarschijnlijk bij de eerste zullen zijn die besmet worden.

 

Een van de vier planten is de gastheer voor de Agrias spp., een zeldzame vlinder die ook op de lijst van bedreigde soorten staat en enkel voorkomt in de regio rond de Putumayo, precies in die gebieden waar de meest intense uitstrooiing van vergif gebeurt en waar de schimmel het sterkst verspreid zal zijn.

 

Dit is slechts ťťn voorbeeld van potentieel gevaar voor vernietiging van soorten indien het Fusarium Oxysporum wordt verspreid. Eenmaal losgelaten in het milieu, kan de schimmel muteren en zich verder verspreiden, en er is geen middel bekend om het onder controle te houden. Het gebied van de Upper Putumayo in Colombia ligt vlak over de Ecuadoriaanse grens en stroomopwaarts ten opzichte van BraziliŽ en Peru. Een van de belangrijkste klachten van de buurstaten houdt in dat de schimmel - net als de buitenlandse politiek van de VS - grenzen noch politieke soevereiniteit respecteert. Wind en water kunnen de schimmel tot ver buiten de geviseerde teeltgebieden dragen waardoor wetten die het gebruik van de schimmel verbieden in Ecuador of Peru, zonder effect blijven.

 

Naast de verspreiding via wind en water kan de schimmel meereizen op de kleren van degenen die ermee in aanraking komen. Als Plan Colombia doorgang vindt dan zullen Amerikaanse soldaten voor de verspreiding van de schimmel, opstijgen van op de Ecuadoriaanse militaire basis in Manta. Manta, aan de Stille Oceaan, ligt honderden kilometers verwijderd van de Putuyama in een ander zeldzaam en kwetsbaar ecologisch gebied (neo-tropische wouden).

 

Op 18 juli 2000 verklaarde Ecuador's milieuminister Rodolfo Rendůn dat hij toelating zou geven om Fusarium Oxysporum te testen of te gebruiken in Ecuador, en hij beloofde de andere milieuministers van het Amazonegebied de regionale bekommernissen te bespreken.

 

Op 14 augustus 2001 verbood een Ecuardoriaanse wet de introductie van Fusarium Oxysporum. Terwijl dergelijke cruciale stappen gezet worden betreffende de verspreiding van de schimmel, blijft de ecologische en sociale balans bedreigd door de regels van de Amerikaanse drugsoorlog.

 

De vliegbasis van Manta

 

Op 12 december 1999 tekende de Ecuadoriaanse minister van Buitenlandse zaken in opdracht van president Jamil Mahuad, een verdrag waarin aan de VS-militairen legale rechten worden toegekend om de vliegbasis van Manta te gebruiken als uitvalsbasis voor lokale operaties. Zes weken later werd Mahuad afgezet tijdens een volksopstand en verdreven naar de Verenigde Staten, maar zijn ernstig betwist verdrag is nog steeds van kracht. De basis in Manta wordt door vele Ecuadorianen gezien als een VS-aanval op de soevereiniteit van hun land met een beleid dat vroeg of laat Ecuador zal opzetten tegen buurland Colombia.

 

Sedert begin 1999 kent de War on Drugs een grote terugval. Tot het jaar daarvoor was de Howard Air Base in Panama de uitvalsbasis voor de antidrugs-activiteiten van de VS in Latijns Amerika. Jaarlijks vertrokken 2000 controlevluchten van op Howard, tot mei 1999 toen de VS gedwongen waren de basis te verlaten als onderdeel van het Panamaverdrag. Deze ommekeer noopte de VS om te zoeken naar een nieuwe basis.

 

Derde kandidaat Venezuela weigerde botweg de vestiging van een basis op zijn grondgebied. El Salvador en Ecuador blijken thans de meest belovende uitvalsbases te zijn.

 

Maar volgens de Ecuadoriaanse kritiek is de vestiging van een VS-basis in Manta niet alleen een kaakslag aan de nationale soevereiniteit, het is eveneens ongrondwettelijk. Dr. Julio Vallejo Prado, ex-justitieminister en grondwetspecialist, sprak op 24 juli 2000 op de conferentie van CIESPAL in Quito: 'Dit verdrag werd ingeschreven in de Ecuadoriaanse grondwet maar heeft geen wettelijke basis omdat het een verdrag betreft tussen ex-president Mahuad en de VS.'

 

Met andere woorden, de Ecuadoriaanse wet stelt dat internationale verdragen moeten voorgelegd aan en geratificeerd worden door het parlement.

 

Het gebruik van de Manta vliegbasis werd toegestaan zonder enige inbreng van het parlement.

 

Dokter Prado, duidelijk verontwaardigd over deze schending van de grondwet en de nationale trots, lichtte het probleem toe. 'Overeenkomstig het verdrag kunnen 430 VS-militairen de basis op eender welk ogenblik binnenkomen via lucht, land of zee. Ze hebben geen paspoort nodig, ze hebben geen visa nodig. Ze dienen zich enkel bij aankomst te melden en de militaire overheid hun naam en leeftijd te laten kennen. Niets meer. We kunnen hen de toegang niet verhinderen. Het enige wat we krijgen is het bericht dat ze gearriveerd zijn en hun namenlijst.'

 

Behalve het gebruik van de basis heeft de VS bepaalde beperkingen opgelegd aangaande inmenging in hun militaire aangelegenheden in de regio, inbegrepen de bestemming van een verboden zone op Manta waar zelfs Ecuadoriaanse militairen niet binnenmogen. Een tweede verdrag, getekend op 2 juli 2000 tussen de militaire overheid in Guayaquil (Ecuador) en de VS Southern Command, geeft de VS-militairen het 'recht' om Ecuadoriaanse burgers vast te houden binnen de basis, voor eender welke reden.

 

Dr. Prado vervolgt: 'Wanneer een Ecuadoriaanse burger wordt vastgehouden op de basis, zal die gevangenschap gehandhaafd blijven tot het onderzoek is afgerond. Als dit gebeurd is wordt de burger overgedragen aan de militaire overheid van Ecuador. Dit is een aanslag op de principes van de soevereiniteit van een land. Er is geen onpartijdig verloop van het proces. De VS eigent zich simpelweg het recht toe een persoon gevangen te nemen, op te sluiten zolang het "proces" duurt - ook al duurt dat dagen, weken of maanden - en levert daarna de persoon in kwestie uit aan de militaire overheid van Ecuador.'

 

Het toekomstige gebruik van de basis in Manta is onzeker. Niemand behalve de VS-militairen en de VS-overheid heeft enig idee of de basis zal gebruikt worden voor controlevluchten, militaire acties of als uitvalsbasis voor VS-operaties in Colombia. Wat wťl zeker is, is dat Ecuador, totnogtoe een eiland van vrede in een zee van geweld, tegen zijn wil, tegen de wil van de burgers, en buiten controle van de eigen overheid, meegesleurd wordt in een regionaal conflict. Met de dreigende vluchtelingencrisis, de verspreiding van pesticiden over het gebied van de Putumayo, en de kans op een ecologische ramp veroorzaakt door de introductie van Fusarium Oxysporum in de Amazone, lijkt de toekomst van Ecuador en van de gehele Andesregio, in de handen te liggen van de vrijmarktpolitiek en de VS War on Drugs.

 

(Bronnen: Verslag Jorg Jenetzky in Hanf! oktober 1999; John Masterson, Marijuana Laws NORML augustus 1999; Verslag Jeff Conant, september 2000, www.narconews.com december 2000 - archief cannaclopedia Ė bijkomende links: http://amazonalliance.org/ (Engels) - http://www.accionecologica.org/ (Spaans) - http://colhrnet.igc.org/ (Spaans-Engels) - http://www.lawg.org/ (Engels) - http://www.stopthedrugwar.org/index.shtml (Engels) - http://www.mamacoca.org/ (Spaans-Engels) - http://www.narconews.com/ (Engels-Spaans-Portugees) - http://www.ips-dc.org/projects/drugpolicy.htm (Engels) - http://www.wola.org/ (Engels)