Het hasjiesjverbod van 1924

 

Tekst ©JosNijsten2004 - foto's ©Meve

 

Een onderzoeker aan de Universiteit van Edinburg, Groot-Brittannië, analyseerde hoe cannabis onderdeel werd van een internationale narcoticawetgeving. Hij schrijft: "Hoewel cannabis (Indische hennep) niet voorkwam op de agenda van de Tweede Opiumconferentie (in 1924), stelde de Egyptische delegatie dat het even gevaarlijk was als opium en daarom onder dezelfde internationale controle moest komen, een stelling die door verschillende andere landen gesteund werd. Hiervoor werd geen bewijs aangevoerd en de afgevaardigden die op de conferentie aanwezig waren, bleken niet over cannabis te zijn geïnformeerd. Enige oppositie kwam van Groot-Brittannië en enkele andere koloniale mogendheden. Zij betwistten de stelling niet dat cannabis vergelijkbaar was met opium, maar zij wilden geen verbintenis aangaan waarbij het gebruik ervan in hun Aziatische en Afrikaanse koloniën verboden werd."

 

"Hasjiesj is de meest gevaarlijke toxische substantie. Hasjiesj is een dodelijk vergif waarvoor nooit een tegengif ontdekt werd. Hasjiesjgebruikers lijden aan enkele ernstige medische kwalen: 1. Acuut hasjiesjisme. 2. Chronisch hasjiesjisme.

 

Acuut hasjiesjisme doet zich voor als de consument sporadisch en occasioneel gebruikt in de kleinst mogelijke doses. Geconsumeerd in de kleinste dosis geeft hasjiesj een gevoel van neerslachtigheid en ongemak. Er volgt dan een soort hilarisch en luidruchtig delirium bij mensen met een opgewekt karakter, maar het delirium wordt gewelddadig bij mensen met een gewelddadig karakter. We moeten er daarom op wijzen dat het gedrag onder invloed van een acuut hasjiesjdelirium altijd sterk gerelateerd is tot het karakter van de gebruiker. Het acute hasjiesjdelirium wordt gevolgd door slaperigheid, voortdurend onderbroken en verstoord door beangstigende en verschrikkelijke nachtmerries. Hasjiesjgebruik in hogere doses veroorzaakt een ernstig en krachtig delirium samen met een sterke lichamelijke agitatie. Het geeft de neiging tot gewelddadige handelingen bij alle zwakke en sterke karakters en veroorzaakt de meest waanzinnige lachuitbarstingen.

 

Daarna volgt een zware bedwelming die niet vergelijkbaar is met een slaaptoestand. Zware vermoeidheid laat zich voelen bij het ontwaken en het gevoel van depressie en ellende blijft nog meerdere dagen duren.

 

Gewoontegebruik van hasjiesj leidt zeer snel naar wat bekend is als 'chronisch hasjiesjisme'.

 

De gelaatsuitdrukking van de chronische hasjiesjgebruiker is onveranderlijk teneergeslagen. Zijn haar is slordig, zijn ogen staan ver opengesperd en hij heeft een onnozele blik. Hij is stil. Hij heeft geen fysieke kracht. Hij lijdt aan lichamelijke kwalen, hartproblemen, ademhalingsproblemen, ernstige pijnen en spijsverteringsproblemen. Hij hallucineert. Hij heeft vlagen van bevingen en dwangmatige handelingen. Hij heeft een totaal geheugenverlies. Hij verliest volledig de zin in seks. Zijn intelligentie verzwakt en het complete organisme verrot. De chronische hasjiesjgebruiker wordt uiteindelijk hysterisch en waanzinnig."

 

Geen paniek, dit is geen uittreksel uit een wetenschappelijke studie, maar de argumentatie van de Egyptische afgevaardigde tijdens de Tweede Opium Conferentie van Wenen in 1924.

 

De andere aanwezigen vroegen zich af waar hun Egyptische collega het over had. Ze kenden de materie niet waarover ze gingen oordelen. En het woord materie is hier heel toepasselijk. Stof, substantie, preparaat. Hier werd beslist over het al dan niet verbieden van een product, niet over een plant. Op basis van het pleidooi werd hasj in Europa in 1928 verboden door de League of Nations, de huidige Verenigde Naties.

 

Dat leidde dan in België tot het “Koninklijk Besluit van 31.12.1930 omtrent den handel in slaap- en verdoovende middelen”. Artikel 1, 15 zegt: "Onder de toepassing van dit besluit vallen de nagenoemde stoffen, alsmede de preparaten welke die stoffen bevatten: Cannabis, Extracta, Resinae, Tincturae." Stoffen en preparaten. Geen woord over planten.

 

Mottenballen

 

Natuurlijk haalt iemand vroeg of laat die ouwe dossiers van onder het stof en dan begint de discussie over wat in 1930 bedoeld werd met het woord cannabis. Stof tot overdenken. Wat zouden ze eigenlijk bedoeld hebben...?

 

Stel je even deze scène voor: we bevinden ons in een muffe zaal en het stinkt er naar de mottenballen, 85 jaar geleden. De muren zijn gestoffeerd met heldendaden van eerbare voorouders in de Congo. De televisie is wel al uitgevonden, maar Bart Peeters is nog niet geboren. Spionnen dragen steevast een deukhoed en hun kraag staat altijd recht omhoog. De straten worden zuinig verlicht met gaslampen. Paardenstront rapen is een eerbaar beroep met toekomst en alles is nog in zwart-wit, of sepia.

 

Meneer de Baron, Meneer de Bankier, Meneer de Fabrikant, Meneer de Predikant, en andere Meneren zijn uitgenodigd door de Grootste Meneer van alle Grote Meneren. Na op een Bourgondische wijze uitgelezen spijzen en dranken tot zich te hebben genomen, zitten ze rond de grote tafel, vol van glorie omdat ze mogen meebeslissen over het plebs, het gepeupel, én over de vrouwen, want die mochten zich in die tijd enkel roeren in de KeuKen, in de KraamKamer, en in de KerK.

 

En dan komen de argumenten op tafel. Een mannetje in aangemeten pak, opgeschoren stekelhaar en een klein snorretje, houdt een donderpreek waarbij de vlokken schuim in het rond vliegen. De Welgestelde Lichamen knikken instemmend. Geen van hen wil pretbederver zijn. Er wordt een stevig glas gedronken op de goede afloop, et voilà! et santé! - ah oui, het was toen allemaal in het Frans. In het midden van het dessert, valt het woord cannabis, een soort drug waar in Amerika en in Egypte rare dingen mee gebeuren. Wat voor rare dingen wisten ze niet, want hun talenkennis ging niet verder dan hun salonfrans.

 

En wat doe je als je niet de taalonkundige criticus van de groep uitverkorenen wil zijn? Je tekent eender wat. En dat hebben ze gedaan ook. Het verbod werd éénstemmig aangenomen.

 

P.S. Het is belangrijk de zaken in hun juiste context te zien. Wat in 1920 belangrijk lijkt, is in 1960 belachelijk. Wat in 1960 van levensbelang is, is voor jongeren in 2000 niet meer te vatten. Een voorbeeld? Probeer deze leerstof maar eens uit in een moderne school.

 

(Bronnen: Citaat 'hasjiesjisme' uit dvd Howard Marks – Samenvatting onderzoek Kendell R. Addiction 2003 Feb;98(2):143-51)