Een planetaire oorlog in volle gang

 

 

Inleiding

 

Ondanks vernietigende onderzoeksrapporten van wetenschappers die NIET verbonden zijn aan de genetische bedrijvigheid en commercialisering, heeft Europa - onder voorwaarden - de invoer en het gebruik van genetisch gemanipuleerde gewassen toegelaten. Als de experimenten mislopen zijn we allemaal de sigaar. De bedrijven en personen die nu lobbyen voor goedkeuring en zich aan de GGO’s verrijken, hebben het vooral heel druk met het afwentelen van de persoonlijke verantwoordelijkheid bij kwalijke gevolgen. En dat zegt genoeg.

 

©Meve2003

Nederlandse bewerking ©JosNijsten2003

Foto's: Greenpeace e.a. - Videolinks onderaan de pagina

 

 

Biotechnologie en diversiteit

 

Er worden verschillende technieken gebruikt om de karakteristieken van planten en hun rendement te verbeteren: kruisen, stekken, klonen en genetische manipulatie. Naast de zichtbare effecten heeft deze laatste techniek nog onzichtbare effecten: de vernietiging van de originele variëteiten, de patentenjacht om een monopolie te verwerven op de zaden, en het creëren van afhankelijkheid bij de kweker ten overstaan van de producent distributeur van die nieuwe zaadvariëteiten. De landbouwer krijgt een combinatie van zaden en onkruidverdelgers opgedrongen, zoals Roundup Ready van Monsanto.

 

Met de genetische manipulatie werden nieuwe soorten ontwikkeld. De GGO (organisme dat genetisch gemanipuleerd is door toevoeging van een gen uit een ander plantaardig of dierlijk organisme) ondergaat een verandering op het niveau van het DNA, drager van de genetische informatie. Omwille van de complexiteit van de interacties tussen de genen onderling in de kern van het DNA, is de impact van dit soort manipulatie uiterst moeilijk in te schatten.

 

Nochtans aarzelen de GGO-producenten niet om een dierlijk gen te introduceren in een plantaardig organisme. Van deze genetisch gemodificeerde planten wordt gezegd dat ze minder meststoffen en pesticiden nodig hebben. Ze zouden meer resistent zijn aan ziekten en een goed rendement hebben. Nochtans blijken de resultaten buiten laboratoriumomstandigheden, in een echte teelt, niet zo veelbelovend.

 

Maar de promotoren van de GGO’s zijn zeer machtige multinationals die hun producten kunnen opdringen zonder enige aandacht te schenken aan de originele zaden. Dat is slechts één aspect van het risico waaraan de zogenaamde conventionele zaden blootstaan. Ze kunnen gewoon verdwijnen. Het voorbeeld van Canada is het observeren waard vanuit diverse oogpunten, wetende dat de EU het belangrijkste afzetgebied is voor het Canadese graan.

 

Canada, GGO-meel voor Europa?

          

In de regio rond Montreal is de transgene teelt zover ontwikkeld dat zij circa 70 procent van de teeltgronden inneemt.

 

In een artikel dat in april 2003 verscheen in de krant Le Soir, werd melding gemaakt van een groot reclameoffensief van de biotechbedrijven ten voordele van het GGO-gebruik in West-Canada (Québec), een kampanje die beïnvloed wordt door de groeiende commerciële belangen van de onderzoekers en hun broodheren van de industrie. De druk is zo groot dat gelijklopende wetenschappelijke studies over de voedselveiligheid in de biotechsector, ontmoedigd worden.

 

Het gaat hier om een relatief discrete, maar hardnekkige oorlog die Europa rechtstreeks aanbelangt, gezien de omvang van de levensmiddelenmarkt. De vraag die zich momenteel stelt voor Canada en de EU is of men kan garanderen dat bioteelten (zonder pesticiden), conventionele teelten (met pesticiden), en transgene teelten naast elkaar kunnen bestaan.

 

Welnu, voor de bio- en traditionele teelten stellen zich hieromtrent serieuze problemen. Meer nog, velen onder hen worden geconfronteerd met de weigering van een deel van hun opbrengst – en van de daaraan verbonden teeltsubsidies – omdat hun gewassen besmet werden door nabijgelegen transgene teelten.

                 

Een aantal conventionele telers zijn ontmoedigd en denken er zelfs over om voortaan ook GGO’s te telen. Want behalve de besmetting krijgen zij ook af te rekenen met aanvallen van schadelijke insecten die door de transgene teelten verdrongen worden. De insecten concentreren zich daardoor op de conventionele teelten wat dan weer oorzaak is van abnormale teeltverliezen. De traditionele teelt heeft heel wat teleurstellingen te verwerken, maar daartegenover staat een transgene teelt met een verre van schitterend resultaat. De grote biotech-bedrijven (Monsanto, Bayer, Syngenta, BASF, …) beloofden aan de telers een hoger rendement met minder pesticiden, maar die beloften werden niet nagekomen. Tot op heden betekent voor vele landbouwers de transgene teelt vooral een duidelijke afhankelijkheid van giftige chemische producten, een vermindering van de opbrengst en een verhoging van de kosten, veroorzaakt door de spontane groei van planten die resistent zijn aan Roundup!

 

GGO ongewenst

        

Toen de multinational Monsanto een vergunning vroeg om transgeen graan van het type Roundup Ready te telen in Canada en in de VS, werd door de zeer invloedrijke Canadese vereniging van graanproducenten, die zo een 85.000 leden tellen, gewaarschuwd tegen de mogelijke commercialisering van transgene granen. De Canadese regering heeft nog steeds geen standpunt ingenomen en probeert haar verantwoordelijkheid ter zake te minimaliseren. De multinationals hebben hun transgene proefteelten in het grootste geheim kunnen realiseren.

 

En zo vinden we de GGO’s terug op ons bord, naamloos. Want een etikettering is er niet, ook geen traceersysteem, nog steeds niet. Anderzijds is de onzekerheid over het ecologisch risico bij de landbouwers gegroeid. Zij beklagen zich ook over de dalende kwaliteit van de conventionele zaden die hen geleverd worden, en over de onvoldoende afscherming tussen de verschillende teelttypes en de opslag van de oogsten.

 

Maar zij hebben vooral directe vragen bij het risico op kruisbestuiving tussen conventionele planten en GGO’s.

 

Het meest ernstige gevolg van deze oorlog zou de verdwijning van de natuurlijke zaden zijn door transgene besmetting, want de verspreiding door kruisbestuiving houdt in dat het onmogelijk wordt om nog zaad te vinden dat niet transgeen is. De GGO’s zullen stelselmatig en de facto de conventionele en bioteelt vervangen.

 

Geconfronteerd met het mogelijk verschijnen van transgene granen hebben 950 bioboeren uit Saskatchewan eind december 2002, gezamenlijk een proces aangespannen tegen de multinationals Monsanto en Aventis. Deze boeren vroegen een schadeloosstelling voor het verlies dat zij geleden hadden als gevolg van de besmetting van biologisch koolzaad door transgeen koolzaad, verlies geschat op 14 miljoen dollar.

 

Het ontbreken van een scheiding tussen de verschillende teelttypes maakt het erg waarschijnlijk dat de aanwezigheid van transgene granen aan de basis ligt van een ongecontroleerde verspreiding van gemodificeerde genetica in het graan van West-Canada. En dit, zo zegt professor R. van Acker van de Universiteit van Manitoba, aan een hogere snelheid en van een grotere omvang dan deze die bij koolzaad werd vastgesteld.

 

Een niet te verwaarlozen weerstand groeit bij de Canadese en Europese consumenten. Over het algemeen is de weerstand tegen GGO’s het hardnekkigste ooit t.o.v. een product dat op de markt geïntroduceerd werd. Wat de Canadese bevolking betreft, peilingen wijzen erop dat zij duidelijk willen weten wat ze consumeren. Bijgevolg hebben de grote distributeurs hun bezorgdheid getoond en vrijwillig een etikettering aangebracht op de producten die in hun rekken staan.

 

Europa is nog steeds de grootste invoerder van Canadees graan maar zij zijn veel omzichtiger geworden t.o.v. GGO’s. Bijgevolg is de export van Canada naar Europa ingestort. Meer nog, de grote Aziatische invoerders van voedingsproducten (Japan, China, enz) hebben recent de terughoudendheid van Europa overgenomen. Meer dan 35 landen hebben de invoer van GGO’s gelimiteerd en/of etikettering gevorderd op de producten die GGO’s bevatten. Na de consumenten, de kleinhandelaars en de distributeur, wint de argwaan terrein bij de voedingsproducten en de landbouwers.

 

Overigens, in tegenstelling tot wat de gespierde taal van de GGO-promotoren in Québec wil laten uitschijnen, is de globale opgang van de transgene teelt gestagneerd in Canada. Het kan uiteindelijk een belangrijke ommekeer zijn waarvoor Canada zich opmaakt als derde wereldproducent van GGO’s na de VS en Argentinië.

 

 

Ongecontroleerde verwoesting

 

Tot de gevaren van de transgene gewassen behoren:

 

De monopolisering van levende organismen.

 

De boer heeft altijd zelf zijn zaaigoed geproduceerd. Maar als de GGOs tot de velden doordringen is het afgelopen met die onafhankelijkheid. Grote multinationale private bedrijven patenteren de genen die zij geïdentificeerd hebben. Op die manier eigenen zij zich de levende organismen toe ten nadele van alle telers en landbouwers, en van de armste landen, waar de genetische grondstoffen al geplunderd zijn. Hun toegang tot het zaaigoed en hun recht op zelfvoorziening wordt afhankelijk gemaakt van de voorwaarden die door de grote bedrijven opgedrongen worden. Zij moeten wel degelijk royalty's gaan betalen, elk jaar opnieuw, om te mogen zaaien.

 

Nochtans kan men de legaliteit van een dergelijke handelswijze in vraag stellen: ontdekken is niet scheppen – die genetica bestaat al duizenden jaren – en het volstaat om dat principe toe te passen op zuurstof – ook ooit ontdekt – om verplichte betaling te eisen voor de lucht die we dagelijks inademen!!

 

Voor de teelt van GGO’s wordt illegaal gekapt in de oerbossen. Greenpeace activisten bezetten een terrein van 1.645 hectaren dat illegaal ontbost werd. De president van de Braziliaanse landbouworganisatie Jose Donizetti, is verantwoordelijk gesteld voor de vernietiging. El Crapulio is op 20 maart 2006 gearresteerd op beschuldiging van de vernietiging en de commercialisering van meer dan 100.000 hectaren beschermd regenwoud.

 

De overblijvende boom op de foto lijkt me bijzonder geschikt om die mijnheer zijn verdiende straf te laten uithangen. (Foto Greenpeace - Daniel Beltra)

 

De afwezigheid van onafhankelijk onderzoek en van de resultaten van dergelijk onderzoek over de schadelijkheid van de GGO’s.

 

Het ontbreken van die informatie maakt het onmogelijk om het gezondheidsrisico op een adequate manier te evalueren.

 

Dat betekent ook dat de consument proefkonijn is voor wetenschappelijke experimenten zonder medische begeleiding. In Canada is bijvoorbeeld het publiek wetenschappelijk onderzoek qua leefbaarheid afhankelijk van multinationals. Onderzoek naar andere mogelijke ontwikkelingen in de landbouw, inbegrepen de biologische teelt, is daardoor zo goed als onbestaande.

 

De oncontroleerbare verspreiding van GGO’s.

 

In tegenstelling tot andere vormen van pollutie gebeurt de genetische besmetting op het niveau van de groei en de reproductie van planten en micro-organismen. De GGO’s kunnen zich kruisen met wilde planten van dezelfde soort of aanverwante soorten. Dit mechanisme heet kruisbestuiving.

 

Zo kunnen spontaan kruisingen ontstaan tussen gemodificeerd koolzaad en wilde radijssoorten, rapen en kolen en mosterdzaad, waardoor nieuwe families van superonkruid ontstaan die veel resistenter zijn dan de natuurlijke landrassen en die alles in zich hebben om de normale planten te overwoekeren. De pollen kunnen meerdere kilometers overbruggen. De niet-transgene teeltstroken rondom de GGO-velden die de inheemse flora zouden moeten beschermen, zijn ondoeltreffend gebleken, zeker als op commerciële schaal geteeld wordt. Om goed te zijn zouden de bufferzones breder moeten zijn dan de GGO-velden zelf.

 

Transgene zaden kunnen zich ook verspreiden bij het oogsten, of achterblijven in de grond en in de jaren daaropvolgend ontkiemen. Als zulke planten verschijnen in latere teelten van diverse soorten, dan worden zij niet-gewenst onkruid dat moeilijk te vernietigen is gelet op de resistentie ervan tegen pesticiden. Anderzijds kan de besmetting ook plaatsvinden via een meer complex proces. Een Duits onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat het gen dat resistent is aan pesticiden en aanwezig in het transgene koolzaad, zich kan overzetten op bacteriën als tussenstap naar bijen die nectar inzamelen op GGO’s. De honing die zij produceerden was genetisch gewijzigd.

 

De producenten van GGO’s weten nog steeds niet precies wat zij aan de planten toevoegen die zij manipuleren.

 

In mei 2000 toonde een Belgisch wetenschappelijk team onder leiding van professor De Loose aan dat in de Roundup Ready soja van Monsanto nog andere DNA-fragmenten aanwezig zijn dan degene die door het bedrijf waren aangekondigd. Belangrijke informatie over de oorsprong en de functie van het niet geïdentificeerde fragment was in 2001 nog steeds niet gekend. Deze ontdekking toonde aan dat de oorspronkelijke evaluatie van het risico mank liep en, logischerwijze, als illegaal had moeten aanzien worden. Dat is niet gebeurd.

 

De vermindering van de biodiversiteit.

 

Genetisch gemodificeerde gewassen zijn doorgaans monoculturen. De zaadsoorten zijn dus per definitie gelimiteerd. Te meer, door de kruisbestuiving worden de genetische modificaties onomkeerbaar en streven zij naar een uniformisering van de natuurlijke flora en fauna.

 

GGO’s hebben de neiging om de originele soorten te overwoekeren, ze bedreigen alle ecosystemen en de ontwikkeling van het menselijk ras zelf.

 

 

Het ontstaan van overgevoeligheid.

 

Toegevoegde genen veroorzaken allergieën bij een grote groep mensen, dieren en insecten die met het natuurlijke product geen problemen hadden. Bijvoorbeeld Starlink-maïs: in 2000 werd deze soort gemodificeerd met een gen uit de Braziliaanse noot. Deze maïs werd geproduceerd door de firma Aventis/Monsanto en was uitsluitend bestemd voor dierenvoeding. Het is nochtans teruggevonden in producten die bestemd zijn voor menselijke consumptie. Talloze mensen zijn allergisch aan oliehoudende gedroogde vruchten waartoe noten behoren. Door deze genetische modificatie zijn zij ook allergisch aan de transgene maïs.

 

 

De creatie van super(on)kruid en hyperresistente insecten.

 

Planten - die Bt (*) genoemd worden naar de bacterie waaruit het gen komt dat bij hen werd toegevoegd - waren resistent aan bepaalde insecten omdat zij zelf giftige insecticiden produceren. Als gevolg daarvan verhoogde de hoeveelheid gif en de planten werden erdoor verstikt. Insecten die er permanent mee in aanraking zijn, ontwikkelen een weerstand en de biotelers lopen het gevaar om op termijn hun natuurlijke wapen bij uitstek te verliezen.

 

In feite wordt de resistentie van het onkruid tegen zijn verdelger Roundup, steeds meer bewaarheid.

 

(*) De Bt (Bacillus thuringiensis) is een bacterie die van nature uit aanwezig is in de teelaarde. Traditioneel wordt zij door biotelers gebruikt om belagers van de teelt te bestrijden.

 

 

De toename van het pesticidengebruik.

 

De boeren kunnen voortaan hun teelt permanent besproeien met pesticiden zonder hen te schaden, want zij zijn er resistent aan. Het gebruik van de herbicide Roundup van Monsanto, is overal toegenomen waar gemodificeerde gewassen geïntroduceerd werden (verdrievoudigd in drie jaar in Argentinië). Insecten en dieren die voordeel bieden aan de teelten, zoals bijen, lieveheersbeestjes, kikkers, vogels, enz, verzwakken door de inname van die pesticiden en kunnen hun rol van bondgenoot niet meer vervullen. Bovendien maakt het opduiken van super(on)kruid het gebruik van meer toxische producten noodzakelijk.

 

De verzwakking of de blokkering van de werking van antibiotica.

 

Talrijke GGO’s bevatten genen die een tolerantie tegen antibiotica bezitten (zoals o.a. streptomycine, gebruikt in de strijd tegen TBC in India, en neomycine). Deze genen dienen enkel als markeerders die aanduiden of de genetische modificatie van een plant geslaagd is of niet. Die controle had ook in een ander stadium van het modificatieproces kunnen gebeuren, maar een dergelijke operatie had de commercialisering van deze GGO’s - en de winsten - uitgesteld.

 

De gevolgen van het doorbreken van de reproductieve grenzen tussen de soorten, zijn niet te voorspellen. Door genetische technieken zijn deze uitwisselingen - die gedurende 3,5 miljard jaren uitzonderlijk en toevallig voorkwamen in de evolutie van het leven op aarde - in twintig jaar tijd courante handelingen geworden in laboratoria, en daarna in het natuurlijke milieu.

 

Strategie van de multinationals

          

Dale Adolph, voormalig hoofd van de Canadese Raad voor Canola - oliehoudende soja - en één van de belangrijkste promotoren van de genetische teelten, verklaarde in april 2002 aan de Western Producer: "De totale oppervlakte aan transgene teelten in de wereld neemt in omvang toe. Dat zou een einde kunnen maken aan de discussie. Dat lijkt misschien lelijk om het zo uit te drukken, maar het is door aan de gebruiker geen alternatief te bieden dat wij de strijd aan het winnen zijn."

 

Zeven jaar nadat Monsanto de GGO’s op de markt bracht is het merendeel van de teelt geconcentreerd in slechts drie regio: de Verenigde Staten, Canada en Argentinië. In 2002 lag Monsanto rechtstreeks of onrechtstreeks aan de basis van 91 procent van de GGO-teelten, waarvan het grootste gedeelte gemanipuleerd werd om te weerstaan aan de herbicide Roundup (glyfosaat).

 

Tot 1995 werden de GGO’s in afgezonderde laboratoria op kleine schaal getest. Vijf jaar later beslaan zij tientallen miljoenen hectaren en stellen de burger voor voldongen feiten. Niettegenstaande dat werd in april 2003 de commerciële strategie van Monsanto als gewaagd beschouwd door Innovest Strategic Value Advisors (een studiebureau met wereldfaam voor sociale en ecologische investeringen). Zij voorspellen onderprestaties op middellange termijn. In 2002 verloor Monsanto 1,7 miljard dollar aan zijn omstreden transgene producten. Die zware verliezen kunnen nog aangevuld worden met komende schadeclaims voor genetische pollutie, zoals die van Starlink maïs die aan Monsanto 1 miljard dollar kostte, of als gevolg van niet nagekomen beloften verbonden aan de nieuwe teeltontwikkelingen. De verkoop van Roundup en andere niet-selectieve herbiciden is in 2002 met 24 procent teruggelopen.

 

Het is niet mijn, maar zijn schuld

        

De grote multinationals munten ook uit in moed. Om alle verantwoordelijkheid te omzeilen blokkeerden zij jarenlang de etikettering met verwarrende argumenten en kwaadwilligheid. De druk van voornamelijk de VS maakt het haast onmogelijk om dit in een duidelijke wet te gieten. Is het niet het minimum aan consumentenrecht te weten wat er op je bord ligt ?

 

OGM Greenpeace (foto Reuters - Yiorgos Karahalis)

 

De weigering van de multinationals kan op twee manieren uitgelegd worden.

 

Enerzijds: als de consument niet weet wat hij binnenspeelt, kan hij ook niet tegen GGO’s zijn. Anderzijds is er zonder etikettering geen traceerbaarheid, zodat het onmogelijk is om de productieweg te volgen tot aan de bron als er problemen aan het licht komen op het niveau van volksgezondheid en leefmilieu bijvoorbeeld. Door deze traceerbaarheid te omzeilen willen de multinationals hun verantwoordelijkheid gemakkelijk ontlopen en ontsnappen aan veroordelingen tot vergoeding van de door hen aangerichte schade.

 

In 2000 is de Europese Commissie, ondanks een sterke oppositie in het parlement, gezwicht onder de Amerikaanse druk.

 

Nochtans waren naar schatting 70 procent van de Europese burgers tegen genetisch gemanipuleerde voeding gekant.

 

 

Recordoogsten, toenemende hongersnood

 

De argumenten die door de biotechindustrie aangehaald worden ten voordele van de GGO’s zijn onder meer de volgende: "het is de oplossing voor het wereldhongerprobleem, de bescherming van het leefmilieu door een verminderd gebruik van pesticiden, en een hogere opbrengst per hectare."

 

Maar in de praktijk hebben GGO’s vooral armoede, hongersnood en milieuschade geproduceerd. Als bijvoorbeeld in Argentinië de productie gestegen is, dan is dat omdat de teeltoppervlakte verdubbeld werd. De teelt van transgene soja bedreigt dus ook de waardevolle regenwouden van het land.

 

Meer nog, de GGO’s zijn enkel bestemd voor de uitvoer en de winst komt terecht bij enkele geprivilegieerden, grote producenten, die verantwoordelijk zijn voor de sluiting van kleine en middelgrote landbouwbedrijven. Parallel aan deze verrijking door enkelen, verliest de bevolking zijn mogelijkheden om te telen, dus om zich te voeden. Door het intensief gebruik van pesticiden wordt het leefmilieu vernietigd en de ontbossing in de hand gewerkt.

 

 

Multinationals van liefdadigheid

 

Nog in Argentinië kregen de promotoren van de biotechnologie openbare en private steun om een uitgebreid distributieprogramma op te zetten voor de verdeling van voedsel uit transgene soja aan de armste burgers.

 

Zelfde scenario in 1999 in India waar de VS onder het mom van noodhulp 7,5 miljoen dollar schonken aan de boeren van de staat Orissa waar een zware cycloon alles vernield had. Een groot deel van het beloofde bedrag werd gegeven in de vorm van voedsel, een mix van onder meer maïs, soja, plantaardige olie en bloem. In feite hebben de multinationals daar van de gelegenheid gebruik gemaakt om, gesteund met overheidssubsidies, de GGO’s te introduceren op de Indische markt. De geruïneerde consumenten werden zonder het te weten omgevormd tot proefkonijnen. Kort samengevat komt het erop neer dat multinationals op een voor hen zeer voordelige manier de Indische markt proberen binnen te dringen.

 

(Bronnen: alle informatie werd gevonden op diverse websites, voornamelijk die van Greenpeace dankzij de talrijke links - zij vermelden ook de bibliografie waar de redacteurs gebruik van maakten - en de website van de vereniging Sacrée Terre!. http://www.greenpeace.org/international/news/busted-in-brazil100100,  http://www.newsitaliapress.it)

U gelooft nog steeds in de bezorgdheid van de industrie voor uw gezondheid en dat de politiek wel zal ingrijpen als uw gezondheid op het spel staat? Kijk dan voor alle zekerheid maar eens naar deze twee opnamen: http://www.ogmpda.com/france3.wmv (ongeveer 45 Mb) en www.ogmpda.com/ogm.avi (ongeveer 230 Mb) - Bij nazicht in 2013 blijken de laatste twee links naar een dood spoor te lopen.