De etterbuilen knijpen elkaar uit: Monsanto, Bayer en de geest van IG Farben

 

Tekst: Victor Grossman voor CounterPunch – NL-bewerking cannaclopedia

 

De invloed van de samensmelting tussen Bayer en Monsanto is ook voor cannabis een zeer slechte zaak. De geschiedenis verraadt de doelstellingen van het horrorduo. Gealarmeerd door het verleden van deze multinationals vatte Victor Grossman hun bloedspoor samen voor CounterPunch.

 

De fusie van Monsanto met Bayer breekt niet alleen records door hun omvang maar ook door hun kwalijke geur. Dat is niet alleen omwille van Monsanto’s reputatie voor het spoor van vernieling dat zij achterlaten, van het verdwijnen van wilde bloemen en vlinders tot het in de armoede storten van familiale boerenbedrijven die gedwongen worden Monsanto zaden en pesticiden te kopen.

 

Bayer, wellicht het meest bekend om zijn Aspirine – sinds 1897 – of andere nuttige geneesmiddelen, heeft een bloedspoor nagelaten van een grotere orde. Het was Bayer dat samen met andere chemiereuzen, BASF en Hoechst, het verschrikkelijke chloorgas ontwikkelde dat tijdens de eerste wereldoorlog ingezet werd.

 

In 1925 vormde het drietal een gigantisch kartel, IG Farben, dat wereldleider werd in farmaceutica, kleurstoffen en chemicaliën, dikwijls in samenwerking met DuPont en Standard Oil. Begin jaren 1930 werd IG Farben de enige grote financierder van Adolf Hitler’s verkiezingskampanje.

Hoewel in het begin een beetje terughoudend, omdat hun beste wetenschappers joden waren, doneerde IG Farben 400.000 DM aan Hitler en zijn nazipartij op het strategische moment dat hij aan macht won. Dat werd rijkelijk beloond: IG Farben met Bayer werd de enige grote profiteur van de Duitse oorlogsmachine tijdens de tweede wereldoorlog.

 

Begin 1941 prees Dr. Otto Ambros in een brief aan Fritz ter Meer, manager van IG Farben, de vriendschap tussen IG Farben en de SS voor de versnelde bouw van hun Auschwitz-Buna fabriek. Hij schreef over een banket dat gegeven werd door de kampleiders waar “alle maatregelen werden uitgewerkt voor het uitstekende management van het concentratiekamp in het voordeel van de Buna onderneming.”

 

Hoewel Auschwitz de grootste en meest angstwekkende site was uit de geschiedenis van het elimineren van mensen, was het oorspronkelijk doel een gigantisch IG Farben complex te bouwen om synthetische benzine en rubber te produceren als onderdeel van de plannen om Europa en de rest van de wereld te veroveren.

 

 

IG Farben was niet alleen geïnteresseerd in brandstof en rubber. De briefwisseling tussen Bayer beheerders en de Auschwitz commandant bevatten onder meer volgende passages:

 

– “Met  de geplande experimenten in het vooruitzicht, voor de ontwikkeling van een nieuw slaapmiddel, zouden we het appreciëren als u ons een aantal gevangenen ter beschikking kon stellen (…)”

– “We bevestigen uw antwoord maar beschouwen de prijs van 200 Reichsmark per vrouw te hoog. We stellen een maximum bedrag voor van 170 RM per vrouw. Als u dit aanvaardbaar vindt, gelieve ons de vrouwen ter beschikking te stellen. We hebben ongeveer 150 vrouwen nodig (…)”

– “We bevestigen ontvangst van uw aanvaarding van het akkoord. Gelieve 150 vrouwen te voorzien in de best mogelijke gezondheid (…)”

– “We hebben de bestelling van 150 vrouwen ontvangen. Ondanks hun zwakke conditie werden zij geschikt bevonden. We houden u op de hoogte van de ontwikkeling inzake de experimenten (…)”

– “De experimenten werden uitgevoerd. Alle proefpersonen stierven. We contacteren u binnenkort voor een nieuwe levering.”

 

IG Farben had nog een ander belang in Auschwitz. Voor degenen die te oud, te klein of te zwak waren om te werken, had het bedrijf Zyklon B, dat door hun dochteronderneming Degesch, ontwikkeld en geproduceerd werd.

 

Toen hun veroveringsplannen in duigen vielen en een einde gemaakt werd aan de genocide, verwachtte iedereen dat zulke mensen gestraft zouden worden en in augustus 1947 begon het door de VS georganiseerde Nuremberg Tribunaal voor Oorlogsmisdadigers tegen IG Farben. De Amerikaanse aanklager, Telford Taylor, verklaarde: “Deze criminelen van IG Farben zijn de belangrijkste oorlogsmisdadigers, niet die zotgedraaide nazi fanatiekelingen. Als de schuld van deze misdadigers niet duidelijk gemaakt wordt en als zij niet gestraft worden dan zullen zij in de toekomst een veel grotere bedreiging vormen voor de wereldvrede dan Hitler, moest die nog leven.”

 

Maar de stemming in Duitsland was omgeslagen, oude tegenstanders werden door nieuwe vervangen. In juli 1948, na bijna een jaar, werden tien van de 24 beschuldigden vrijgesproken en dertien anderen kregen milde gevangenisstraffen van 1,5 tot 8 jaar, onder aftrek van het voorarrest, ondanks dat zij schuldig bevonden waren aan feiten van massamoord, slavernij en misdaden tegen de mensheid.

 

IG Farben werd ook opgesplitst. Maar de drie belangrijke componenten, nu weer elk voor zich als leveranciers voor de zich snel ontwikkelende ‘koude oorlog’, groeiden uit tot bedrijven die elk twintig keer groter werden dan IG Farben in zijn geheel ooit was tijdens hun glorieperiode in 1944, het laatste oorlogsjaar.

 

Tegen 1952 had de nieuwe Duitse regering van Konrad Adenauer (met Hans Globke als adviseur – ondanks of dankzij zijn SS-verleden) amnestie verleend en de laatste gevangenen vrijgelaten. Die vonden dan snel hun weg terug naar leidende posities in de wereld van chemicaliën en farmaceutische producten.

 

Wat de twee eerder genoemde personen betreft: Fritz ter Meer, lid van de beheerraad van IG Farben van begin tot einde, en verantwoordelijk beheerder in oorlogstijd van IG Auschwitz, zei op het proces tot zijn verdediging: “Dwangarbeid leidde niet tot opmerkelijke letsels, pijn of lijden van de gevangenen, voornamelijk omdat voor deze arbeiders de dood het enige alternatief was.” Enkele jaren na zijn vrijlating werd Fritz ter Meer opnieuw opgenomen in de beheerraad van Bayer. De drie zusterbedrijven BASF, Bayer en Hoechst (Hoechst fusioneerde later met het Franse bedrijf Aventis) vulden hun hoogste functies in met voormalige nazi’s.

 

Otto Ambros, de man die correspondentie voerde met Fritz ter Meer en die verantwoordelijk was voor de keuze van de locatie, de planning en het beheer van IG Auschwitz als productiemanager, kreeg voor slavernij de ‘zwaarste’ straf, acht jaar.

 

Na zijn vrijlating in 1952 werd hij achtereenvolgens vicevoorzitter, voorzitter of lid van de beheerraad in een dozijn chemische bedrijven. Het meest bekende was Chemie Grünenthal, dat zich schuldig maakte aan de verkoop van thalidomide (contergan - softenon), lang nadat duidelijk was geworden dat, indien toegediend aan zwangere vrouwen, hun baby’s met misvormingen en ontbrekende ledematen geboren werden. Tot 1959 werd het in 46 landen verkocht met de aanwijzing dat het “volledig veilig was voor zwangere vrouwen en voor het geven van borstvoeding”. Duizenden kinderen werden besmet.

 

In 2008 ontdekten Engelse onderzoekers een verband tussen thalidomide en geneesmiddelen die tijdens de oorlog bestudeerd werden, zeer waarschijnlijk een van de middelen die ontwikkeld werden onder leiding van Otto Ambros tijdens onderzoek van zenuwgas. Tot op die dag had het bedrijf altijd beweerd dat de vroegere onderzoeksgegevens verloren waren gegaan, ‘wellicht’ tijdens de oorlog.

 

Vrij van alle gewetenslast engageerde het Amerikaanse energieministerie (voorheen de Atomic Energy Commission) Ambros als raadgever voor een industrieel proces om synthetische vloeibare brandstof te maken uit steenkool of bruinkool (Bergiusproces), gebaseerd op onderzoek van IG Farben.

 

Op de vraag waarom een veroordeelde oorlogsmisdadiger geëngageerd werd, hield het ministerie met aandrang vol dat alle relevante documenten verloren waren. Toen een journalist van de San Francisco Chronicle aan Ambros in een telefonisch interview een vraag stelde over zijn veroordeling van 1948 in Nuremberg voor massamoord en slavernij, antwoordde hij: “Dat was lang geleden. Het betrof joden. Wij denken daar nu niet meer aan.”

 

Die mannen uit de oorlogsperiode van IG Farben zijn allemaal dood. Hun bedrijven daarentegen zijn meer levend dan ooit.

 

Bayer werd enkele jaren geleden beschuldigd van onethische medische experimenten, de verkoop van medicijnen die een aangetoond risico inhouden, het verhinderen van de ontwikkeling van geneesmiddelen in derdewereldlanden, en het gebruik van ingevoerde producten uit kinderarbeid. De zwaarste beschuldiging is wellicht dat Bayers’ dochteronderneming HC Stark, medeverantwoordelijk was voor de lange bloedige burgeroorlog in de Democratische Republiek Congo, en betrokken bij de ontginning van diverse mineralen, met als belangrijkste het waardevolle coltan, waarvan Starck de belangrijkste producent is.

 

Tot op vandaag was zusteronderneming BASF het grootste bedrijf ter wereld. Als het akkoord tussen Bayer en Monsanto stand houdt, zullen zij de grootste zijn. Alle hoop dat Bayer op een of andere manier verbetert in hij deontologie onder invloed van Monsanto, lijkt op zijn minst onrealistisch.

 

 

Tekst: Victor Grossman voor CounterPunch – NL-bewerking cannaclopedia