Het is druk achter het stuur

 

Tekst JosNijsten2008

 

 

Wie was er eerst: de drugstestindustrie of de politieke nultolerantie voor cannabis in het verkeer? Het lijkt er erg op dat het twee handen op één buik zijn. Waarom ik dat denk? Omdat de wetten, de controle, de toepassing van die wetten en de sancties voor het overtreden ervan, arbitrair, willekeurig en zeer selectief zijn.

 

Uit een enquête van automobilistenorganisatie Touring blijkt dat de Belgische chauffeur zich nogal gemakkelijk laat afleiden. Acht op de tien chauffeurs eet al eens achter het stuur. De gemiddelde chauffeur zou gedurende zijn rit ongeveer 16 procent van de tijd niet op de weg letten. Vijfhonderd chauffeurs werden ondervraagd over hun 'nevenactiviteiten' achter het stuur. Het zijn wel vooral de mannen (87,5 procent) die zich door eten uit hun concentratie laten halen. Vrouwen blijken dan weer sneller afgeleid door een ongeval, een gebeurtenis of een persoon die ze opmerken langs de weg (83 procent).

 

De Belgische chauffeur houdt zich daarnaast ook regelmatig bezig met rommelen in het handschoenkastje (77 procent), voorwerpen oprapen van de grond (67 procent), de technische snufjes in de wagen zoals airco, stereo of GPS (65 procent), of wordt afgeleid door inzittenden (62 procent). Typerend daarbij is dat vrouwen vaker blijken te discussiëren met de andere inzittenden terwijl mannen zich vaker laten afleiden door de kinderen op de achterbank.

 

Meer dan één op de vier bestuurders gaat echter nog een stapje verder en leest soms achter het stuur (28 procent). Dat gaat dan van wegenkaarten (58 procent) tot kranten, boeken en tijdschriften (16 procent).

 

Een op de tien chauffeurs neemt ook al eens de post door tijdens het rijden. Het blijkt ook dat één op de tien achter het stuur met zijn uiterlijk bezig is. Zo durft 17 procent van de vrouwen al eens haar make-up aan te brengen achter het stuur, terwijl 10 procent van de mannen zich af en toe al rijdende scheert.(1)

 

 

Hallo?

 

Een andere taak die chauffeurs vaak proberen te combineren met rijden, is telefoneren (74 procent). Daarvan zou 64 procent niet handenvrij bellen. Touring noemt dat cijfer "verontrustend". Uit de rondvraag blijkt ook dat het vaker mannen dan vrouwen zijn die achter het stuur telefoneren. Selectieve verontrusting want een onderzoek aan de universiteit van Utah wijst uit dat handenvrij bellen de aandacht van de autobestuurder halveert.

 

Dat betekent dat een telefoongesprek met een handenvrije kit even gevaarlijk is als rijden met de gsm in de hand.(2)

 

Volgens psycholoog David Strayer wordt het ongevallenrisico vier keer groter. De onderzoeker stelt dat het verkeer slechts de helft van de nodige aandacht krijgt als de chauffeur telefoneert. De gegevens werden geregistreerd via elektroden die de hersenactiviteit meten. In een simulator werd een rit gemaakt op de snelweg terwijl een telefoongesprek gevoerd werd. Tijdens de simulatierit werd de bestuurder geconfronteerd met een bruusk remmende wagen voor hem of met een onaangekondigd inhaalmanoeuvre.

 

In alle gevallen werd de hersenreactie van de bestuurder door twee gedeeld. Volgens Strayer heeft een telefoongesprek niet dezelfde invloed als een gesprek met een volwassen passagier in de wagen, want die "deelt de aandacht van de bestuurder voor een veilig rijgedrag".

 

 

Cannabis

 

Telefoneren tijdens het rijden, handenvrij of niet, verviervoudigt het risico op een ongeval. Met 0,5 gr/l alcohol in het bloed ligt het risico 2,7 maal hoger. Tussen 0,8 en 1,2 gr/l alcohol is dat al 7 keer hoger en boven de 2 gram per liter is het risico op een ongeval 40 keer groter.

Rijden onder invloed van cannabis verhoogt het risico met factor 1,8.

 

Franse onderzoekscentra waaronder het Frans Nationaal Instituut voor Transport en Veiligheidsonderzoek (INRETS), stelden in het British Medical Journal de resultaten voor van het grootste onderzoek dat ooit gedaan werd naar het gebruik van cannabis en de effecten op de rijvaardigheid.(3)

 

Deze door de overheid gefinancierde studie bevestigt de resultaten van eerder onderzoek waarbij geen of slechts een kleine verhoging optreedt van het risico om ongevallen te veroorzaken door cannabisgebruik. Het risico nam toe bij verhoogde THC concentraties in het bloed zoals dit eerder al werd waargenomen in een Australische studie gepubliceerd in 2004.(4)

 

De Franse studie is een analyse van de dossiers van 10.748 bestuurders van verschillende motorvoertuigen die in Frankrijk tussen oktober 2001 en september 2003 bij ongevallen betrokken waren met dodelijke afloop. De onderzoekers vergeleken 6.766 bestuurders die aanzien werden als oorzaak van het ongeval in hun zaak, met 3.006 bestuurders geselecteerd uit de rest van de groep.

 

De THC bloed concentratie bij 681 bestuurders lag boven de 1 ng/ml. Daarvan had 42 procent ook een alcohol bloed concentratie van meer dan 0,05 procent. Van de THC-positieve bestuurders waren er 60,5 procent onder de 25 jaar. In de hele groep van de 9.772 geanalyseerde gevallen is dat 24,5 procent. De detectie van THC in eender welke dosis werd geassocieerd met een verhoogd verantwoordelijkheidsrisico van 3,3. Een THC bloed concentratie van minder dan 1 ng/ml werd geassocieerd met een verantwoordelijkheidsgraad van 2,2 verhoogd tot 4,7 bij THC bloed concentraties van 5 ng/ml.

 

 

Als rekening gehouden werd met de bijkomende aanwezigheid van alcohol ad 0,05 procent dan verminderde het risico voor THC-positieve bestuurders van 3,3 naar 2,4. Indien met de leeftijd van de bestuurders en andere invloeden rekening gehouden werd, zakte de risicowaarde voor de THC-positieve groep tot 1,8. Nadat met alle beïnvloedende factoren rekening gehouden was, werden THC bloed concentraties beneden de 1 ng/ml geassocieerd met een verhoogd risico van 1,6. Die waarde nam toe bij THC bloed concentraties hoger dan 5 ng/ml. Een risicoverhoging van 1,9 werd geassocieerd met een bestuurdersleeftijd beneden de 25 jaar. De gecorrigeerde risicofactor voor alcohol bloed concentraties boven de 0,05 procent beliep 8,5. Uit hun gegevens leidden de onderzoekers af dat 2,5 procent van de fatale ongevallen te wijten waren aan cannabis en 29 procent aan alcohol.

 

In een brief aan de British Medical Journal schreef Dr. Franjo Grotenhermen van het Duitse nova-Institut het volgende:

 

“De voorstelling van de resultaten in het uittreksel is een beetje misleidend. De cijfers van de niet gecorrigeerde waarden suggereren een driemaal hoger risico voor alle THC-positieve bestuurders en een zelfs meer dan tweemaal hoger risico voor bestuurders met een THC bloed concentratie van minder dan 1 ng/ml. Als we echter de resultaten nader bekijken dan zien we twee andere factoren die bijdragen tot een hoger ongevalrisico, namelijk alcoholgebruik en de jeugdige leeftijd van THC-positieve bestuurders, die vergeleken worden met alle andere bestudeerde gevallen. Ongeveer 42 procent van de THC-positieve bestuurders werd ook positief bevonden voor alcohol, met een bloed alcohol concentratie (BAC) van 0,05 procent. Zelfs een BAC beneden 0,05 procent werd vermeld en in de studie geassocieerd met een waarde van 2,7 maar er werden geen gegevens verstrekt over het percentage THC positieve bestuurders met een bijkomende BAC kleiner dan 0,05 procent. Er zijn geen gegevens over bestuurders die enkel THC in hun bloed hadden noch over het risico dat zij vormden in het verkeer en die, zoals in voorgaande onderzoeken het geval was, als standaardwaarde konden gebruikt worden.”

 

 

Dosisafhankelijk

 

Voor het eerder vermelde Australisch onderzoek uit 2004(3) werden de oorzaken van ongevallen geanalyseerd bij 3.398 dodelijk gewonde bestuurders. Terwijl bestuurders met lage THC-concentraties in het bloed minder kans hadden om een verkeersongeval te veroorzaken dan drugsvrije bestuurders, waren hogere THC-concentraties met een duidelijk grotere schuldigheidgraad verbonden.

 

Voor alle bestuurders met enkel THC in het bloed was de OR (Odds Ratio – risicofactor) in vergelijking met drugsvrije bestuurders, op een ongeval 2,7 (wat betekent 2,7 keer zoveel). Bij bestuurders met meer dan 5 ng/ml THC in het bloed steeg de OR tot 6,6. Nochtans was de schuldigheidgraad voor bestuurders met minder 5 ng/ml THC of minder in het bloed, lager dan bij drugsvrije bestuurders.

 

Drugsvrij betekent dat er geen legale drugs (alcohol, geneesmiddelen) noch illegale drugs werden aangetroffen.

 

De schuldigheidgraad van bestuurders met een alcoholconcentratie in het bloed hoger dan 0,05 procent (0,5 promille) was ongeveer drie maal groter dan die van bestuurders met enkel THC. De OR voor bestuurders met THC en alcohol samen was, in vergelijking met enkel THC, was 2,9. Dat wijst op een bijkomende werking van THC en alcohol samen, op het vermogen om een voertuig te besturen.

 

Bij bestuurders boven de 60 jaar en beneden de 25 jaar, lag de schuldigheidgraad hoger dan bij bestuurders tussen 30 en 59 jaar.

 

Voor de 60-plussers is dit waarschijnlijk te wijten aan een verminderd psychomotorisch vermogen, voor de groep jonger dan 25 is dit waarschijnlijk te wijten aan onervarenheid en aan het nemen van meer risico's. De OR van bestuurders tussen 18 en 25 jaar, vergeleken met bestuurders van 30 tot 39 jaar, was 1,7. De OR van bestuurders boven de 60, vergeleken met bestuurders van 30 tot 39 jaar, was 2,2.

 

 

Cannabis en de ernst van de verwondingen

 

Het gebruik van cannabis en andere psychoactieve substanties wordt niet geassocieerd met een toename van de ernst van verwondingen bij verkeersongevallen. Dat stond in mei 2008 in het tijdschrift Traffic Injury Prevention.

 

Onderzoekers aan het Nederlands Forensisch Instituut en de Universiteit van Utrecht onderzochten het verband tussen middelengebruik en de ernst van verwondingen bij een groep van bestuurders die bij een verkeersongeval betrokken waren en opgenomen in een regionaal traumacentrum. De wetenschappers stelden vast dat bestuurders die positief testten op de aanwezigheid van drugs of alcohol in hun bloed of metabolieten van drugs in hun urine, niet méér kans liepen op zwaardere verwondingen dan bestuurders die negatief testten op de aanwezigheid van psychoactieve stoffen.

 

De onderzoekers schreven: "Er zijn veel bewijzen dat rijden onder invloed van alcohol en/of drugs verband houdt met een verhoogd risico op ongevallen. De vraag die hier beantwoord wordt is of het gebruik van psychoactieve stoffen ook geassocieerd wordt met klinisch zwaardere ongevallen."

 

Zij concludeerden: "We vonden geen verband tussen het gebruik van psychoactieve stoffen (alcohol, drugs) en de ernst van de verwondingen. Er is meer onderzoek nodig en bloedtesten op alle bestuurders die bij verkeersongevallen betrokken zijn - om het recent middelengebruik juister te bepalen - om deze resultaten te bevestigen en een meer diepgaande studie te verrichten over de relatie tussen de verschillende soorten drugs en de ernst van de verwondingen."

 

Eerder onderzoek van ongevallengegevens wees erop dat recent cannabisgebruik, bepaald door de aanwezigheid van een belangrijke hoeveelheid THC in het bloed, geassocieerd wordt met een verhoogd ongevallenrisico in vergelijking met bestuurders die negatief testten voor de aanwezigheid van THC.

 

Daartegenover staat dat automobilisten die positief testten voor de aanwezigheid van THC-metabolieten in de urine - wat wijst op cannabisgebruik op een niet nader te bepalen tijdstip in het verleden - geen verhoogd risico op ongevallen blijken te lopen in vergelijking met andere bestuurders.(5)

 

 

Rijden onder invloed: Stand van zaken

 

Het Amerikaanse Office of National Drug Control Policy (ONDCP) dwingt de individuele staten om de nultolerantie te adopteren die vastgelegd is in de DUID-wetten. DUID staat voor Driving Under the Influence of Drugs. Door die wetten worden bestuurders die een meetbare hoeveelheid cannabis - of zijn metabolieten - in hun lichaam hebben, gecriminaliseerd.

 

Onderzoek naar het effect van cannabis op de rijvaardigheid heeft de laatste jaren industriële vormen aangenomen. Bij een groeiend aantal wetenschappers is er een consensus dat cannabis de rijvaardigheid licht verzwakt voor een korte periode onmiddellijk na het gebruik terwijl het in het lichaam meetbaar blijft voor een veel langere periode. Dit betekent dat, in overeenstemming met de DUID-nultolerantiewet, bestuurders die niet onder invloed zijn, toch voor cannabisgebruik positief getest zullen worden.

 

Enkele recente herlezingen van de literatuur leveren de argumenten voor een meer genuanceerd beleid. Er is de studie van het Canadees Parlementair Comité van 2002 over cannabis. Er is een tweede studie die wereldwijd werd uitgevoerd door een team van 11 wetenschappers in 2005. Tot slot is er in 2004 in Nederland de vergelijkende studie tussen cannabis, alcohol en andere drugs en hun invloed op de rijvaardigheid.

 

Het onderzoek van 2004 door de SWOV - Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid – richtte zich op het verband tussen druggebruik en verkeersongevallen met gewonden. Daarvoor werden de dossiers van slachtoffers bestudeerd. Personen die een mix van verschillende stoffen gebruikt hadden, inclusief alcohol, bleken een hoog risico te lopen op het veroorzaken van een ongeval. Een beetje verrassend is het "verhoogde maar statistisch weinig belangrijke risico" op het veroorzaken van een ongeval bij gebruikers van amfetamines, cocaïne en opiaten.

 

En cannabis? "Geen verhoogd risico op verkeersongevallen werd vastgesteld bij bestuurders die cannabis gebruikt hadden," zo besloot de studie.

 

Het Comité Illegale Drugs van de Canadese Senaat, voorgezeten door senator Pierre Nolin, onderzocht een breed gamma van zaken die met cannabis in verband gebracht worden. In het deel van het verslag dat gewijd is aan het rijden onder invloed van cannabis werd een aantal vroegere studies opnieuw onderzocht.

 

Het comité merkt op dat, terwijl cannabis slechts een zeer geringe invloed heeft op de rijvaardigheid, deze invloed een ongewone vorm aanneemt. Cannabis maakt bestuurders namelijk voorzichtiger, aldus de conclusie van de studie.

 

Vooral in lage doses "heeft cannabis weinig invloed op de vaardigheid die vereist is voor het besturen van een wagen."

 

In het meest recente overzicht van het onderzoek naar cannabis en autorijden, "Ontwikkeling van wetenschappelijk onderbouwde absolute grenswaarden (per se limits) voor het rijden onder invloed van cannabis (DUIC). Bevindingen en aanbevelingen van een deskundigenpanel.", kwam een team van onderzoekers tot dezelfde conclusies als de Canadezen dat wiet "een negatieve invloed heeft op de reactietijd en het baan houden" maar dat "het leidt tot een meer voorzichtige rijstijl." Dit wil zeggen dat in tegenstelling tot alcoholgebruikers, de cannabisgebruikers hun verzwakking beseffen en deze compenseren door voorzichtigheid.

 

Het deskundigenteam moest een antwoord formuleren over de te stellen grenswaarden. Zij verwierpen de nultolerantie die door drugczar John Walters was aanbevolen en die elk jaar in meer staten aanvaard wordt als wet. Omdat de metabolieten van cannabis meetbaar blijven tot dagen of weken na gebruik, "zal de nultolerantiewet veel cannabisgebruikers aanzien als bestuurders onder invloed, zelfs al dateert het gebruik van langere tijd daarvoor."

 

Verder stellen de onderzoekers: "Hetzelfde geldt voor het groeiend aantal personen dat legaal cannabis gebruikt voor medische redenen. Zij zijn niet constant onder invloed maar zullen altijd meetbare concentraties in hun lichaam hebben."

 

In de studie wordt een grenswaarde aanbevolen van 3,5 tot 5 nanogram THC per milliliter bloed. Daarmee "zou een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds bestuurders met resten van THC die niet onder invloed zijn en anderzijds bestuurders die het laatste uur of zo cannabis gebruikt hebben."

 

Maar op het punt van de grenswaarde is de conclusie van de wetenschappers eerder behoedzaam. Uit het onderzoek blijkt dat bij hen die onder invloed waren, THC-concentraties gemeten werden van meer dan 10 nanogram/ml, wat minstens het dubbele is van de aanbevolen grenswaarde.

 

Nultolerantie werkt niet, zo besluiten de onderzoekers. "Lange of volledige onthouding, wat absoluut vereist is om aan de nultolerantie voor THC te voldoen, is onrealistisch. Vooral voor veel jongere bestuurders is dat een probleem aangezien zij een belangrijk doelwit vormen voor DUIC-controle.

 

De nultolerantie overschrijdt ook de grenzen van de privacy. Een bestuurder die gecontroleerd wordt twaalf uren na gebruik van cannabis, zal nog steeds meetbare THC-concentraties in het lichaam hebben. De vraag of zij of hij al dan niet onder invloed is op het ogenblik van de controle, wordt niet meer gesteld."

 

De onderzoekers waarschuwen overigens tegen de DUID-wetten omdat zij kunnen misbruikt worden voor een heksenjacht op cannabisgebruikers. "DUIC-controle moet gericht zijn op de verbetering van de verkeersveiligheid en geen schietschijven zoeken die buiten hun rechtsgebied liggen. Volledige eliminatie van (illegaal) cannabisgebruik door de wettelijke invoering van de nultolerantie is trouwens onrealistisch en contraproductief."(6)

 

Wordt vervolgd.

 

 

Bronnen

 

(1) HBvL van 4 november 2004

(2) HBvL van 15 augustus 2006

(3) Laumon B, Gadegbeku B, Martin JL, BiechelerMB. Cannabis intoxication and fatal road crashes in France: population based case-control study. BMJ 2005 Dec 2

(4) Australische studie: Drummer O, et al. The involvement of drugs in drivers of motor vehicles killed in Australian road traffic crashes. Accid Anal Prev 2004;36(2):239-48; 5 februari 2004

(5) http://www.norml.org mei 2008

(6) DRC 21 april 2006 - http://www.canorml.org/healthfacts/DUICreport.2005.pdf - http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=pubmed&dopt=Abstract&list_uids=15094417 - http://www.parl.gc.ca/37/1/parlbus/commbus/senate/com-e/ille-e/rep-e/repfinalvol1part4-e.htm)