Drugs en geneesmiddelen in het verkeer

 

 

Onder die titel verscheen op 31 juli 2015 dan uiteindelijk toch een rapport van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV). Met de titel is ook de toon gezet. Drugs en geneesmiddelen worden voorgesteld als twee verschillende entiteiten. Later wordt daar nog een derde – alcohol – aan toegevoegd. Die opdeling is niet correct en geeft een vals beeld. Er zijn enkel legale drugs en illegale drugs. De grens tussen die twee is politiek bepaald. Als vandaag een product uit de illegaliteit wordt gehaald en overgeheveld naar de farmaindustrie, dan is dat product morgen legaal te koop, eventueel onder een nieuwe naam. En dan is het rijvermogen niet meer de belangrijkste factor maar het politieke statuut van het product.

 

Al in de eerste alinea van het rapport wordt elk gebruik van een illegaal product bestempeld als misbruik:

 

“In het geval van drugs is dit het misbruik van een psychoactieve stof zonder medische opvolging. Bij geneesmiddelen maakt het gebruik (meestal) deel uit van een medische behandeling, en soms is het gebruik van een geneesmiddel ook net nodig om de rijvaardigheid (het functioneren) van de patiënt te herstellen.”

 

Hier wil ik het volgende opmerken: Middelen om de rijvaardigheid of het reactievermogen te verbeteren/herstellen heten ‘doping’. Het lijkt me niet verstandig dat argument te gebruiken om geneesmiddelen in het verkeer te tolereren. Een snowboarder verloor in 2005 zijn Olympische medaille wegens cannabisgebruik als doping om het reactievermogen te verhogen. In 2008 kostte cannabisgebruik de Australische gewichtheffer Chris Rae, kampioen superzwaargewichten tijdens de Commonwealth Games van 2006, twee jaar schorsing. Enkele jaren eerder werd de Amerikaanse sprinter John Capel, wereldkampioen op de 200 meter in 2003, ook voor twee jaar geschorst nadat hij positief testte op marihuana. En dan zijn er de studies over cannabis in het verkeer die wijzen op een verbetering van het rijvermogen. Er wordt een rustiger rijgedrag en een overcompensatie aan voorzichtigheid vastgesteld bij personen onder invloed van cannabis. Onderzoek van de reacties in een simulator toont een verbeterd rijvermogen aan bij matig cannabisgebruik.

 

 

Het rapport

 

Het BIVV-rapport is gebaseerd op het DRUID-project (Driving Under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines) waarin gegevens over 50.000 bestuurders werden samengebracht.

 

Daarvan testte 7.43 % positief op één of meerdere psychoactieve stoffen. Er werd op een heel beperkt aantal geneesmiddelen getest. De auteurs van het rapport noemen de cijfers daarom zelf een onderschatting. Blijkt ook dat jonge mannelijke bestuurders meer illegale drugs en vooral alcohol gebruiken, bij ouderen en vrouwen werd meer medicatiegebruik vastgesteld.

 

“Het relatieve risico op ernstige ongevallen varieert sterk naargelang de specifieke substantie.

- Er is een matig verhoogd risico op ernstige ongevallen voor cannabis.

- Een gemiddeld verhoogd risico voor cocaïne, illegale opiaten(*1), benzodiazepines(*2), Z-drugs(*3) en medicinale opiaten(*4).

- Een sterk verhoogd risico voor amfetamines en combinatiegebruik van verschillende soorten drugs en/of medicatie.

- Een extreem verhoogd risico op ernstige ongevallen voor alcohol (bloedalcoholconcentratie – BAC) van ≥1,2 g/l. en combinatiegebruik van alcohol met drugs of geneesmiddelen.”

 

(*1) ‘illegale opiaten’: ‘illegaal’ is geen farmacologische eigenschap. Het is opnieuw een politiek statuut dat binnendringt in wat een louter objectieve wetenschappelijke benadering had moeten zijn.

(*2) Benzodiazepines: tranquilizers, kalmeermiddelen, slaapmiddelen, angstremmers (vb. Valium, Lexoran, Loramet, Temesta, Rohypnol, Xanax, …).

(*3) Z-drugs: zware pijnstillers (vb. Morfine), vervangmiddelen voor heroïne (vb. Methadon), bestanddelen in hoestsiroop (vb. Codeïne).

(*4) Medicinale opiaten: slaapmiddelen (vb. Stilnoct, Zolpidem, Imovane, …).

 

 

De volledige lijst van onderzochte stoffen in het DRUID onderzoek:

 

Amfetamines: Amfetamine (straatnaam: speed), methamfetamine (straatnaam: crystal meth), MDMA, MDA en MDEA (laatste drie gekend onder straatnaam ecstasy of XTC)

 

Benzodiazepines: Diazepam (voorbeelden van bekende merknamen: Valium) nordiazepam, oxazepam, lorazepam (voorbeeld van bekende merknaam: Temesta), alprazolam (voorbeeld van bekende merknaam: Xanax), flunitrazepam (voorbeeld van bekende merknaam: Rohypnol) en clonazepam (anti-epilepticum)

 

Cannabis: THC (straatnaam: weed, hasj)

 

Cocaïne: Cocaïne en/of benzoylecgonine (metaboliet van cocaïne)

 

Illegale opiaten: Heroïne (6-acetylmorfine), terzelfdertijd voorkomen van morfine (hogere concentratie) met codeïne

 

Medicinale opiaten: Morfine, codeïne, methadon en tramadol

 

Z-drugs: Zolpidem (voorbeeld van bekende merknaam: Stilnoct) en zopiclon (voorbeeld van bekende merknaam: Imovane)

 

 

Cannabis wordt gemeten op de hoeveelheid ng/ml bloedconcentratie van THC-COOH en THC. Een positieve THC-meting veronderstelt dus cannabisgebruik. Wie Marinol gebruikt (synthetische THC 100%) krijgt bij controle een verondersteld cannabisgebruik onder de neus. Een extract met een hoog CBD-gehalte onderdrukt de psychoactieve werking van THC en geeft een vals positief. “Onder invloed zijn van” is een nogal vaag begrip als er rekening moet gehouden worden met het politieke statuut van een stof.

 

 

Risico

 

Voor wat betreft de verhoging van het risico op een dodelijk ongeval onder invloed van cannabis, wordt hier verwezen naar een studie uit 2011. Daaruit moet blijken dat het risico verdubbelt.

 

Dat komt niet overeen met meer recent onderzoek, onder meer gepubliceerd in The Lancet en andere wetenschappelijke tijdschriften, waarin een vaste waarde van 1,8 keer groter risico vermeld wordt voor cannabis. Het lijkt me toch een belangrijk verschil, vooral voor mensen die om de een of andere reden, de nultolerantie nastreven.

 

Om die “1,8 keer hoger risico” iets minder abstract voor te stellen: sms’jes lezen tijdens het rijden verhoogt het risico op een crash met factor 23. Het reactievermogen wordt tot 1/35e gereduceerd, dat is drie keer meer dan bij dronken rijden. De afleiding die de nieuwe technologie meebrengt is van een veel grotere orde dan die van het gebruik van ‘stoffen’ en een meer gericht controlesysteem dringt zich op.

 

Gegevens en opinies hierover zie je in deze video van TYT: Textalyzer May Be The New Breathalizer.

 

“Voor slaap- en kalmeringsmiddelen (benzodiazepines) en zware pijnstillers (medicinale opiaten) is in het DRUID-project een risicoverhoging gevonden die vergelijkbaar is met een BAC van 0,5 tot 0,8 promille (2 tot 10 keer verhoogd risico).

Uit experimenteel onderzoek blijkt echter dat het risico van occasionele en beginnende gebruikers hoger is dan dat van chronische gebruikers (Verster & Ramaekers, 2009).”

 

 “Recent gebruik van drugs en rijgevaarlijke geneesmiddelen kan in de praktijk het best met bloed- of speekseltesten worden aangetoond (Veisten et al., 2011). Overige methoden, zoals het testen van haar, urine en zweet, kunnen weliswaar druggebruik aantonen, maar hebben een langer detectievenster (zie ook: Verstraete, 2004). Dat betekent dat wanneer er nog sporen van drugs of geneesmiddelen worden aangetroffen, het niet zeker is of die persoon nog daadwerkelijk onder invloed is of recent psychoactieve stoffen gebruikt heeft. Dus afhankelijk van het wettelijke kader dat bepaalt of het rijden onder invloed of de aanwezigheid van een psychoactieve stof verboden is, is de ene of de andere testmethode aangewezen.

Voor urinetesten geldt bovendien dat ze in het kader van politiecontroles op straat lastig uit te voeren en ook nog fraudegevoelig zijn. Daarnaast tasten ze de lichamelijke integriteit aan, overigens evenals bloedtesten.

Bloedtesten zijn relatief duur en kunnen niet op straat door een politieagent worden afgenomen. De meeste drugs kunnen tot ongeveer 24 uur na gebruik in het bloed worden gedetecteerd. Sommige drugs, zoals heroïne, zijn maar tot één à twee uur na gebruik in het bloed detecteerbaar, terwijl ze de rijvaardigheid langer beïnvloeden.”

 

Naast het bovenstaande moet nog rekening gehouden worden met de gemiddelde werkingsduur van elke stof, en dan wordt het allemaal bijzonder ingewikkeld en dringt een herziening zich op van het fenomeen in zijn geheel en van gegevens op basis van wetenschappelijke feiten om uit deze kafkafolie te geraken.

 

 

Big business

 

De prijs van dergelijke testen is hoog, heel hoog. Ook omwille van privacy en integriteit worden deze testen niet afgenomen langs de weg maar de betrokken bestuurder wordt naar een arts of een hospitaal gebracht om een bloedtest af te nemen. Speekseltesten hebben daarom een snelle ontwikkeling doorgemaakt. Of ze betrouwbaar zijn is een andere zaak. Of de test op een vakkundige manier wordt afgenomen is nog een ander paar (dure) mouwen. In 2012 gaf Antwerps gouverneur Cathy Berx toe dat de agenten uit heel wat korpsen nog niet goed genoeg zijn opgeleid om zo een test te kunnen afnemen. Dat gebrek aan opleiding is er ook voor het herkennen van de uiterlijke kenmerken van drugsgebruik en door het uitvoeren van een aantal coördinatieoefeningen. En het is niet bij de NYPD of de LAPD dat daarvoor diploma’s te halen zijn, integendeel.

 

“Een kosten-batenanalyse van drugshandhaving in het verkeer (Veisten et al., 2011) laat zien dat een toename van drugshandhaving met behulp van speekseltesten kosteneffectief (economisch rendabel voor de samenleving) kan zijn. Dit geldt vooral voor landen die tot nu toe een laag handhavingsniveau hebben. De studie vergeleek de situatie in NL, BE en FI. Nederland had het laagste niveau van drugshandhaving en Finland het hoogste. BE nam in deze vergelijking een tussenpositie in. Vervolgens werd vanuit deze studie voor Nederland een sterke verhoging, voor België een middelmatige en voor Finland een lichte verhoging van drugshandhaving aanbevolen. De kosteneffectiviteit hangt bovendien af van de kwaliteit van de speekseltest. Grootschalige aselectieve controles hebben het grootste algemeen afschrikkende effect, maar dit is niet haalbaar in de praktijk, omdat de apparaten te duur zijn en te veel tijd voor monstername en analyse nodig is. Daarom zou een voorselectie op basis van specifieke prevalentiekenmerken zoals tijdstip, plaats en doelgroep, het effect van de controles kunnen verhogen. De auteurs benadrukken dat de veiligheidswinst van een verhoogde drugshandhaving vermindert wanneer drugshandhaving ten koste gaat van alcoholhandhaving, aangezien alcohol nog steeds het meeste voorkomt in het verkeer en alcohol het hoogste risico op ernstig verkeersongeval vertoont.”

 

De massale input aan gesofisticeerd controlemateriaal is voor de producenten van drugstesters een goudmijn, uitgebaat door lobbyisten, mooipraters, vol van geveinsde verontwaardiging over ‘drugs’ en vooral, de vertaling daarvan in electorale winst.

 

Met de haast onbeperkte mogelijkheden van een simpele rijsimulator moet een andere aanpak van controle op rijvaardigheid toepasbaar zijn. Die dingen zijn tegenwoordig zo compact dat je ze onder je arm kan meedragen. En het grote voordeel daarvan is dat je al die Chinese rommelproducten van de drugstestindustrie kan vervangen door één toestel. En dat toestel bouw je dan in eigen land. Het is goed voor de werkgelegenheid en voor big business. Toch?