De waarde van drugstesten

 

DOSSIER DRUGSTEST DEEL 1

 

Door Brian S. Julin

Nederlandse vertaling en bewerking: ©JosNijsten2006

 

Over het testen van personeel op drugsgebruik wordt veel geargumenteerd. Standpunten over moraliteit en burgerlijke vrijheden komen met mekaar in botsing. Het is een doodlopende discussie, een welles-nietes dovemansgesprek. De ene stelt dat met drugscontroles op het werk de individuele privérechten geschonden worden. De andere stelt dat individuele rechten moeten afgewogen worden tegen het welzijn van de maatschappij.

 

Wel, ik denk dat wie niet voor zijn rechten opkomt, die op voorhand al verloren heeft. Maar wat baten argumenten als bijna driekwart van de mensen die dit lezen van mening zijn dat het testen van werknemers op drugsgebruik volkomen normaal is. Het lijkt me beter een argument tegen het testen op drugsgebruik naar voor te schuiven dat niet gebaseerd is op ideologische vooroordelen, maar op gezond verstand en rationeel denken. De argumenten bestaan al heel lang maar ze werden genegeerd of gewoon over het hoofd gezien, en duiken opnieuw op.

 

Het basisargument kan als volgt samengevat worden:

 

Waarom testen we werknemers op drugsgebruik?

 

Er wordt simpelweg gesteld dat drugstests gedaan worden "om de werkplaats veiliger te maken en de schade die met drugsgebruik geassocieerd wordt, te voorkomen. Testen worden gedaan om het drugsgebruik te ontmoedigen en om drugsgebruikers te vinden en te behandelen ..."

 

Maar wat als zou blijken dat je je geen zorgen hoeft te maken over drugsgebruikers, maar hulp moet bieden aan drugsmisbruikers?

"Absurd", wordt dan gezegd, "iedereen weet dat drugsgebruik Amerika's grootste probleem is: het kost miljarden dollars per jaar aan productiviteitsverlies."

 

Maar is dat wel zo? En zelfs als het zo zou zijn, zal de drugstest het probleem dan oplossen?

Dat lijken mij belangrijke vragen waarop iedereen het antwoord schijnt te kennen. Ga je echter wat dieper in op deze vragen, dan zou je wel eens geconfronteerd kunnen worden met antwoorden die je helemaal niet verwacht.

 

In mijn betoog zal ik volgende zaken aantonen:

 

* De "drugsepidemie" is niet dat grote gezondheids- en veiligheidsprobleem zoals door zovelen beweerd wordt.

* Legale drugs veroorzaken momenteel meer problemen dan illegale drugs.

* Zelfs als het wenselijk zou zijn occasioneel drugsgebruik als een probleem te aanzien, dan loopt die weg zeker niet via urinetests.

* Urinetests vertegenwoordigen een sociale achteruitgang, een enorme verkwisting van industrieel potentieel en het doet de economie meer kwaad dan goed.

* Het aanvaarden en/of weigeren van drugstests op de werkvloer is het probleem van iedereen, zowel werkgevers als werknemers moeten zich actief verzetten tegen de drugstestindustrie of er minstens minutieus op toezien dat die industrie het spel eerlijk speelt en dat de tests op een eerlijke manier gebeuren.

* Hier valt op te merken dat NIDA-topfiguren niet thuishoren in de testindustrie, de PDFA moet zijn stellingen met harde bewijzen ondersteunen en drugs die meer schade toebrengen moeten ernstiger aangepakt worden, inbegrepen de legale drugs.

 

De zogenaamde "crisis"

 

Voormalig president Bush-de-Ouwe beweerde ooit dat illegaal drugsgebruik aan de maatschappij meer dan zestig miljard dollar per jaar kostte. Deze bewering gaf aanleiding tot een veralgemening van drugstests op het werk. Nochtans is die bewering gewoon vals. Het bedrag van 60 miljard werd gelicht uit de onderzoeksresultaten van een gezinsenquête van het Research Triangle Institute.

 

Uit de peiling bleek dat het inkomen van gezinnen waarvan een lid ooit marihuana gerookt had, op eender welk moment van zijn/haar leven, één keer of dagelijks, lager lag dan bij gezinnen waarvan de leden beweerden nooit drugs te gebruiken.

 

De onderzoekers interpreteerden dit rechtstreeks als een gevolg van het marihuanagebruik, zonder rekening te houden met externe factoren. Via een reeks vage ongefundeerde extrapolaties, onder meer door het toevoegen van een geschatte kostprijs van drugsgerelateerde criminaliteit, kwamen zij tot een totaalbedrag van 47 miljard dollar. De regering Bush-de-Ouwe was erg tevreden met die statistiek want dat ondersteunde de War on Drugs.

Inflatie en talloze andere economische factoren werden aan de statistieken gekoppeld en het getal 60 miljard dollar was rond. Het werd overal gepubliceerd.

 

Wat de regering Bush-de-Ouwe niet zo luid uitbazuinde, was dat de RTI-studie geen economisch verlies aantoonde voor de huidige gebruikers en multigebruikers. Betekent dit dan dat mensen die stoppen met marihuana te gebruiken, of geen andere drugs gebruiken samen met marihuana, het échte probleem vormen? Natuurlijk niet, maar het toont wel aan dat het RTI-onderzoek vol gebreken zit en dat de hele berekening van de drugsgerelateerde schade, ongefundeerd is. (1)

 

Andere studieresultaten waarin eveneens beweerd wordt dat alle drugsgebruikers slechte en ongezonde werknemers zouden zijn, werden systematisch afgevoerd wegens onwetenschappelijk (8) (9) (4) (3) (1) (13).

 

Veel van die studies haalden echter eerst nog de kranten en de magazines met als resultaat dat iedereen nu gelooft dat occasioneel drugsgebruik een bedreiging vormt voor de werkplaats (1) (2) (3), hoewel geen enkel dergelijk studieresultaat door de wetenschappelijke wereld werd aanvaard. Het is ook eigenaardig dat zo weinig onderzoek gedaan werd met succesvolle drugsgebruikers. En als zo een onderzoek gebeurt, haalt dit zelden of nooit de kranten, maar blijft beperkt tot interne medische publicaties voor artsen en medische studenten (13).

 

Kranten en TV tonen een uitgesproken anti drugs standpunt als het dergelijke publicaties betreft en trekken de huidige situatie rond occasioneel gebruik krom voor de gemiddelde burger (3). Om het nog erger te maken werden ongevallen waarbij drugs mogelijkerwijze een rol zouden kunnen gespeeld hebben in de oorzaak van het ongeval, sterk uitvergroot (13). Als een ongeval gebeurt en de bestuurder wordt positief bevonden bij een drugstest, springen de media erop. In praktisch alle gevallen worden daarna de oorzaken van het ongeval ergens anders gevonden – slecht materiaal, alcoholgebruik, … (3). In een bepaald geval wees een drugstest het gebruik van marihuana aan bij een treinconducteur. Toen later bleek dat het ging om een "vals positief resultaat", was de schade al aangericht.

 

Vanuit journalistiek standpunt is dit weinig verheffend voor de Amerikaanse pers die gedegradeerd wordt tot sensatiepers. Vanuit zakelijk standpunt is dit helemaal niet zinloos: de lezers zien liever een voorpagina met een treinongeval tengevolge van drugsgebruik, dan een minder aantrekkelijk artikel over de ware toedracht van het ongeval.

 

Veel mensen lezen enkel de eerste artikels die over een bepaald onderwerp verschijnen. Veel mensen kijken alleen maar naar het TV-nieuws, of lezen enkel de titels op de voorpagina's. Zij blijven achter met de indruk dat occasioneel drugsgebruik een enorme crisis inhoudt. Die indruk wordt overgedragen op de volksvertegenwoordigers en ambtenaren, die op hun beurt het "drugsprobleem" probeerden aan te pakken met wetten en programma's. In het geval van de treinconducteur was de hysterie rond het ongeval groot genoeg om een onuitgegeven budget voor de Drug War van Bush-de-Ouwe te doen goedkeuren.

 

Ik wil dit deel van de discussie even onderbreken en er later op terugkomen. Enkele andere aspecten van het drugstesten komen eerst aan bod.

 

Het gevaar van "vals positief"

 

Geen enkel laboratorium is vrij van vergissingen. Overal worden fouten gemaakt. Zelfs de strenge wettelijke eisen die gesteld worden aan het testen van werknemers, kunnen niet verhinderen dat bepaalde niet-gebruikers positief bevonden worden. Zelfs als achteraf blijkt dat het om een "vals positief" gaat, kan dit een hoop ongewenste neveneffecten hebben (3). Als de test onterecht positief is en je wil je onschuld aantonen, dan komt er een gesprek met een "medical review official" (MRO) die moet uitzoeken hoe het komt dat je toch positief bevonden werd. Tijdens zo een gesprek worden veel persoonlijke vragen gesteld. Een deel van die informatie kan bij de werkgever terechtkomen, medische gegevens inbegrepen (4) (3). Er is trouwens veel onenigheid binnen het Huis van Afgevaardigden over welke informatie naar de werkgever gaat (3).

 

"Vals positieve" uitslagen veroorzaken argwaan en verlies aan privacy. Er is echter nog een veel belangrijkere consequentie: verlies van werk. Dat is een groot probleem bij de "hapklare" drugstests (4) (3) (14). Dat soort instant-test komt wat precisie betreft, nog niet in de buurt van de standaard urinetesters, maar ze zijn erg in trek bij de werkgevers omdat ze een onmiddellijk resultaat geven over drugsgebruik (14). Werkgevers die "zeker" willen spelen met deze testresultaten, sturen iedereen die positief bevonden wordt naar huis totdat een meer precieze drugstest kan uitgevoerd worden.

 

Je moet niet noodzakelijk drugsgebruiker zijn om je tegen drugstesten te verzetten. Drugstesten kunnen iedereen schaden, ook de "onschuldigen". En dat is fout. De werknemers verliezen inkomsten door verloren werkuren.

Er is minder productiviteit met zakelijke verliezen tot gevolg. Erger nog, sommige mensen lopen het risico om ontslagen te worden. Het ergste is als je tijdens de periode van sollicitatie en indiensttreding met een vals positief geconfronteerd wordt. Veel werkgevers zullen je gewoon weigeren als je positief bevonden wordt, zonder dat ze je de reden opgeven (9).

 

Enkele onduidelijkheden rond drugstesten

 

Wie wordt betrapt? Waar loert het echte gevaar?

 

Bij 65 tot 90 procent van de mensen die positief blijken na een drugstest, gaat het om het gebruik van marihuana (8) (7). Dat is te wijten aan twee factoren:

 

Ten eerste, het aantal marihuanagebruikers ligt veel hoger dan het aantal cocaïne- of heroïnegebruikers.

 

Ten tweede, marihuana is gemakkelijker op te sporen dan cocaïne of heroïne omdat het de drug is die het langst in het lichaam detecteerbaar blijft (2) (16).

Artsen en wetenschappers zijn het er over eens dat marihuanagebruik minder gevaarlijk is dan cocaïne of heroïnegebruik.

 

Marihuana veroorzaakt geen lichamelijke afhankelijkheid (16) (13) (6) en nooit ging er iemand dood aan een overdosis (16).

Nochtans worden mensen die sporadisch marihuana roken, op dezelfde manier beoordeeld als misbruikers van zowel marihuana als andere drugs.

Zo kan een persoon werk ontzegd of ontslagen worden omdat die bijvoorbeeld een maand daarvoor op vakantie een marihuanasigaretje gerookt heeft. Met de haartest kan gebruik gedetecteerd worden tot vier maanden terug (12).

 

Als het de bedoeling is om met de drugscontroles op het werk het gebruik van schadelijke drugs te ontmoedigen, zou het dan niet logisch zijn als straffen – in de veronderstelling dat straffen van drugsgebruikers zinvol is in de eerste plaats – in verhouding zouden staan tot de hoeveelheid of de schadelijkheid van de gebruikte stoffen in plaats van alles op één hoop te gooien?

 

Er is in de controlestrategie nog een andere ongelijkheid. Alcohol en tabak worden overal legaal gebruikt. Tussen deze drugs en ongevallen bestaat een duidelijk verband dat niet betwist kan worden (3) (8) (9) (16) en ze veroorzaken gezondheidsproblemen (3) (16). Als drugstests bedoeld zijn om het werk veiliger te maken, waarom spenderen we dan zoveel geld, tijd en moeite om drugsgebruik te detecteren, als we alcohol- en tabaksverslaving kunnen bestrijden? Lopen we met het aanvaarden van die nultolerantie ten opzichte van marihuana dan in feite niet het risico dat mensen daardoor moeilijker detecteerbare drugs gaan gebruiken, die wel legaal maar schadelijker zijn?

 

Drugstest als falende strategie - Alternatieven

 

Talloze studies hebben aangetoond dat drugsgebruikers een normaal leven kunnen leiden en een normale job hebben (13) (16). De testen weerhouden deze mensen ervan deel uit te maken van het economisch circuit en dat is fout. Die studies wijzen er ook op dat een drugsgebruiker of drugsverslaafde eerder een constructieve bijdrage kan leveren aan de gemeenschap als hij drie dingen heeft: een job, een woonplaats en de eenvoudige legale beschikbaarheid van zijn drug. Op dat derde onderdeel wil ik niet verder ingaan, maar het is duidelijk dat drugstests aan verslaafden of gebruikers niets te bieden hebben.

 

In feite werkt het net omgekeerd. Door hen werk te ontzeggen en hun inkomsten te beperken (9) vermindert men de kansen van gebruikers om ooit als gewone individuen te functioneren. Vooraleer te beslissen of drugstesten een goed idee zijn, stel je eerst volgende vraag: wil ik gezonde, werkende drugsgebruikers die voltijds werken en in de maatschappij meedraaien, of wil ik hopeloze werkloze drugsgebruikers die hun tijd verdoen op straat met het zoeken naar drugs, naar geld of naar moeilijkheden?

 

Het antwoord is vanzelfsprekend, maar hoe zit het met het gevaar in de werkkring? Zullen we niet meer controleren of mensen in staat zijn om hun werk te doen? Wees maar zeker, er zijn voldoende manieren om te weten of piloten, chauffeurs, technici, enz. bekwaam zijn of niet. Het gaat dan vooral over eenvoudige proeven van hand-oog coördinatie en reflexen (3). In veel opzichten zijn die tests beter dan drugstests.

 

Videospelachtige tests kunnen goedkoop ter plaatse toegepast worden. Daarmee worden niet enkel drugsgebruikers gedetecteerd die niet bekwaam zijn om hun werk naar behoren uit te voeren, maar ook degenen die dronken zijn, of vermoeid, of onder invloed van medicijnen en daardoor niet veilig kunnen werken. Zulke tests kunnen dagelijks gebeuren, zelfs elk uur, waardoor ze veel efficiënter zijn dan drugstests (3).

 

Een "post hoc" denkfout is een logische vergissing die dikwijls gemaakt wordt in krantenstatistieken. Dat houdt in dat verondersteld wordt dat iets (drugsgebruik) iets anders (ongevallen, slechte prestaties) veroorzaakt, zonder rekening te houden met een derde factor die aan de basis ligt daarvan, een factor die bepaald wordt door de afkomst. Deze derde factor kan heel uiteenlopend zijn, maar meestal wordt ernaar verwezen als de "verwarrende factor".

 

Het onderzoek van 1990 bij de werknemers van de US Postal Service is dé studie waarnaar gerefereerd wordt door het departement van justitie om het gebruik van drugstesters op het werk te verantwoorden (2). De PDFA gebruikt het onderzoek in zijn propaganda en voegt daar een aantal nummers aan toe waarnaar werknemers kunnen bellen voor meer informatie over het opzetten van drugstestprogramma's in hun bedrijf (5). De auteurs van het onderzoek stipuleerden zelf dat de studieresultaten onderhevig kunnen zijn aan verwarrende factoren (8).

 

De meest voor de hand liggende verwarrende factor is het ras. Van de deelnemers aan het onderzoek waren 90,1 procent blank en 8,9 procent kleurling. Hoe dan ook, blanken en kleurlingen 'scoorden' niet in dezelfde mate. De groep waarbij cocaïnegebruik gedetecteerd werd, bestond voor 83,6 procent uit blanken en 16,4 procent kleurlingen. Dit wijst op een hoger drugsgebruik bij de kleurlingen dan bij de blanken. Eerdere studies toonden ook aan dat kleurlingen minder goed presteerden op het werk, meer ongevallen hadden, enz. (1) (8) (9).

 

Stop! Wacht even… Voor ik hierover nog één regel schrijf wil ik iets verduidelijken. Ik zeg hier niet dat kleurlingen minderwaardig zijn aan blanken want dat geloof ik niet.

 

Waarschijnlijk zitten er in de statistische gegevens die hierboven gebruikt zijn, ook "post hoc" denkfouten. Het echte verband zal eerder te maken hebben met armoede en opleiding dan met iets anders. Veel Amerikaanse minderheden zijn historisch arm, en dat is niet hun schuld. Het is duidelijk dat minder gegoeden het moeilijker hebben om te presteren op het werk dan de beter gegoeden. Te weinig eten, slecht slapen, te voet naar het werk door weer en wind… zijn factoren die een rol spelen. Zo zal een minder goed opgeleide werknemer gemakkelijker fouten maken bij moeilijke opdrachten.

 

Ik zeg hier ook niet dat werkgevers mensen met een lagere opleiding niet moeten in dienst nemen. Ik zeg alleen maar dat, als het de bedoeling is om met drugstesten een verbeterde werksituatie te creëren, kan dat ook door massaal lager opgeleiden te ontslaan. Maar er zijn redenen waarom dit illegaal is. Als werkgevers zo gek zouden zijn om enkel rijke hooggeschoolden in dienst te nemen, dan zou dit land in een onhoudbare situatie terechtkomen. Die werkgevers zouden wellicht een betere omzet hebben voor het komende kwartaal, maar de kans dat ze op weg naar huis overvallen worden, zal ook groeien.

 

Nochtans is het net dàt wat eigenlijk gebeurt met drugstesten. Voor dezelfde redenen zou drugstesten op het werk illegaal moeten zijn. Drugsgebruikers ontslaan is op langere termijn contraproductief en het is een strategie die ingegeven is door haat en vooroordelen tegen economisch minder bevoordeelden. Omdat er een verband gelegd wordt tussen drugsgebruik en minderheden, werkt het drugstesten als een middel om de racismewet te omzeilen en aan werkgevers de mogelijkheid te bieden effectief bepaalde mensen te ontslaan. Daarom kan er ook in alle eerlijkheid gesteld worden dat drugstesten op het werk niet alleen contraproductief zijn en voorkeursbehandelingen inhouden, maar ook dat ze een racistische bijsmaak hebben.

 

Gezien de bezorgdheid over het groeiende racisme of minstens over het geïnstitutionaliseerde racisme dat eigen is aan de Oorlog tegen Drugs (15), is dit punt het vermelden waard.

 

In het onderzoek bij de US Postal Service werd geen rekening gehouden met de leefomstandigheden en het inkomstenpeil van de werknemers, zodat niet kan worden nagegaan in welke mate de verwarrende factor aanwezig was. Er werd ook niet gecontroleerd op alcoholisme en alcoholgebruik (8) (9).

 

In de studie wordt gesteld dat correcties betreffende het ras werden uitgevoerd, maar de aard en de omvang van de correcties worden in vraag gesteld. De studie suggereert ook openlijk het gebruik van drugstests bij werknemers uit hogere risicogroepen, zoals minderheden. Dat is een inbreuk op de arbeidsethiek en op het gelijkheidsbeginsel waarnaar dit land streeft.

 

De auteurs van de studie stellen echter dat de drugsgerelateerde schade niet zo groot is als gesteld werd na eerdere onderzoeken en dat de kosten/baten van drugstesten aan herziening toe zijn (8).

 

Waarom worden die onderzoeksresultaten dan nog steeds gebruikt door het departement van justitie om de drugstestprogramma's in bedrijven te verantwoorden? Ik weet het net zo min als jij.

 

De prijs van het drugstesten

 

Nu de gebrekkige waarde van het drugstesten iets duidelijker is, mogelijkerwijze zelfs schadelijk, blijft nog de vraag hoeveel het aan de Amerikaanse belastingbetaler kost om zijn eigen ruiten in te gooien.

 

De fondsen die nodig zijn om de producenten van drugstesten en de laboratoriumonderzoeken te betalen komen voornamelijk uit de privé-industrie en de belastingen. Private schenkingen aan organisaties die het drugstesten aanbevelen en promoten moeten meegerekend worden. Een simpele manier om de minimale kostprijs te berekenen is te kijken naar de inkomstenaangifte van de drugstestindustrie.

 

In 1990 oversteeg die de 300 miljoen dollar alleen al voor de farmaceutische inbreng. Het is duidelijk dat dit slechts het topje van de ijsberg is. Marktdeskundigen verwachten een jaarlijkse verdubbeling. Maar het belangrijkste om te onthouden is dat een groot deel van de kosten rechtstreeks naar laboratoria en propaganda gaan. Het kwam erop neer dat de reële kostprijs van drugstesten begin jaren 1990 jaarlijks meer dan twee miljard dollar beliep.

 

Hier moet vermeld worden dat in de cijfers geen rekening gehouden wordt met de slachtoffers en de schade die door de drugstesten wordt toegebracht aan de maatschappij. Het verlies van werk na een vals positief, sociaal onrecht en het daaruit voortvloeiende geweld, wantrouwen en vervreemding van werknemers, het tijdverlies aan administratie en toepassing van de tests, zijn daar voorbeelden van. Al bij al is het één grote puinhoop.

 

 

De verkoop van drugstests en belangenvermenging

 

Drugstests worden aan de werkgever verkocht op dezelfde manier als een blik ansjovis verkocht wordt. Er wordt reclame voor gemaakt, het is aantrekkelijk verpakt en het geheel wordt als een voordelige zaak voorgesteld (4) (13) (14). Om werkgevers te overhalen drugstests te kopen, worden veel argumenten gebruikt die de schijn van een goed voorstel moeten hoog houden (4) (5). We stelden vast dat bij die argumenten gebruik gemaakt wordt van cijfers van de overheid. Er worden ook kortingen aangeboden om de verkoop te stimuleren. Meestal wordt verkoop en promotie geregeld door de overheid of door grote gevestigde organisaties. Het National Institute on Drug Abuse (NIDA) stelde bijvoorbeeld een gratis infolijn ter beschikking van werkgevers die hun bedrijf een drugstestprogramma wilden opzetten.

 

Carlton Turner was drugczar onder Ronald Reagan. Hij werd daarna rijk als adviseur voor drugstestbedrijven. Zijn partner Peter Bensinger is een voormalig NIDA-directeur. De andere partner was Robert DuPont, eveneens voormalig NIDA-directeur. De vroegere drugsadviseur van het Witte Huis, Donald MacDonald, is nu eigenaar van Employee Health Programs, een organisatie die controlegeneesheren contracteert voor drugstestprogramma's. Zonder twijfel hebben die contacten en de autoriteit van deze personen het eigenbelang in de hand gewerkt.

 

We zitten hier met een ethische kwestie. Het is heel gemakkelijk om een dergelijke machtspositie te misbruiken. Ik zeg niet dat al die mensen er zich volledig van bewust zijn dat zij angst gebruiken om zich op kosten van belastingsbetaler te verrijken, maar de mogelijkheid bestaat zeker.

 

Samenvatting

 

Het bovenstaande geeft aan dat de redenen die opgegeven worden om drugstests uit te voeren, in feite niet de redenen zijn waarom drugstests worden uitgevoerd. Drugstests lossen de problemen van gebeurlijk drugsgebruik op het werk niet op, zelfs als die zouden bestaan (en daar is veel twijfel over), en ze zijn alleszins minder efficiënt dan andere benaderingen. De motor achter de drugstests is niet meer dan een ideologie, een ideologie die misschien niet eens de uwe is! (3)

 

Dus, als u uw personeel of sollicitanten laat testen op drugs, wordt u opgelicht. De man met het plastieken potje komt u niet helpen maar die komt gewoon financieel voordeel halen uit uw vooroordelen. Mogelijk hebt u goede krachten, die drugs gebruiken, afgewezen ten voordele van minder bekwame bedienden die dat niet doen (13).

 

Als u toestaat zelf getest te worden dan neemt u deel aan de groei van de drugstestindustrie. Telkens u in een potje pist, pist u op alle mensen die in dit land drugs gebruiken, waaronder veel van uw vrienden en familie, mogelijk zelfs op uzelf. Telkens als u uw belastingen betaalt, gaat een deel daarvan naar het in stand houden van deze kwaadaardige uitwas van de Oorlog tegen Drugs.

 

De drugstestindustrie is een enorme verkwisting. Als u wil dat de wereld rondom u gunstig evolueert, dan zal u een duidelijke NEE moeten uitroepen tegen de drugsoorlog, zo luid mogelijk.

 

(Auteur: Brian S. Julin - Nederlandse vertaling en bewerking ©JosNijsten2006)

 

Brian S. Julin schreef deze uiteenzetting in 1993 als onderdeel van een discussieforum. Europa staat op het punt drugstests te generaliseren en 'normaal' te vinden. Een beetje kennis over wie en wat achter die industrie zit, is dan ook geen overbodige luxe. Kwestie van te weten wiens gedachtegoed men hier overneemt. We keren daarvoor in het tweede deel terug naar de jaren zeventig en naar de hoofdrolspelers uit die periode.

 

Lees hier het volgende deel van het dossier Drugstests