Internationale Verdragen

 

Over het nut en de draagkracht van internationale verdragen kan gediscuteerd worden. Zeker in België want als het daarover gaat is België een slechte leerling. Mensenrechtenorganisaties klaagden in 1989 het gebrek aan politieke wil aan van de overheid om internationale verdragen over mensenrechten te ratificeren. Een verdrag dat niet geratificeerd is, is niet geldig. Het ging in dit geval over verdragen om folterpraktijken te weren, burgerrechten en politieke rechten te vrijwaren, verdragen die na hun ondertekening tientallen jaren bleven liggen zonder ratificatie. Dus zo nauw steekt het blijkbaar niet. Ik verwijs hier ook naar de veroordeling (oktober 2016) van België inzake asielrecht waarin Theo Francken (NVA) de mensenrechten met de voeten treedt en de gerechtskosten hoog laat oplopen, wetende dat niet hijzelf voor zijn inbreuk op de wet moet betalen. Daarvoor zijn er de belastingplichtigen.

 

Het drugsbeleid moet zich ook kunnen schikken naar de ondertekende akkoorden over de mensenrechten en de rechten van inheemse volkeren. Maar hoe stel je mensenrechtenverdragen die niet geratificeerd zijn, tegenover een drugswanbeleid?

 

Het ongefundeerd inroepen van ‘internationale verdragen’ om een wanbeleid te voeren, is de regel geworden.

 

“Een internationaal verdrag kan bij mijn weten altijd opgezegd worden. Als de Amerikanen dat mogen doen met een wapenverdrag, dan kan dat ook voor een drugsverdrag. Maar om het alléén te doen, is veel politieke moed vereist. De druk vanuit de Verenigde Staten zou gigantisch zijn. Er zijn enorme belangen gemoeid met de illegale drugshandel. Bepaalde regimes overleven louter door de inkomsten van drugsgeld.”

(Prof. Tom Decorte in Knack 30 juli 2003)