Tweelanden Conferentie Gent over de hennepteelt

Maandag 3 en dinsdag 4 december 2007

 

 

Tekst en foto's: ©JosNijsten2007

 

Op 3 en 4 december laatstleden werd in Het Pand te Gent de Tweelanden Conferentie over de hennepteelt gehouden. Het officiële rapport zal begin 2008 beschikbaar zijn. Ondertussen is er tijd voor een uitgebreid sfeerbeeld van de bijeenkomst met meer dan 160 deelnemers uit verschillende sectoren: politie, hulpverlening, onderzoekscentra, universiteiten, justitie, preventie, enz...

Een eensgezind besluit heeft de Conferentie uiteraard niet opgeleverd. Maar er werden erg waardevolle contacten gelegd die het debat verder kunnen opentrekken. Op een grondige analyse is het dus nog even wachten maar er zijn al bepaalde elementen naar voor gekomen die een belangrijke rol kunnen spelen in het samenbrengen van de uiteenlopende standpunten.

 

Lezingen door Adriaan Jansen, Nicole Maalsté, Tom Decorte, Toon van der Heijden, Dirk Korf, Toine Spapens, Pim Vanwalleghem, Tim Boekhout van Solinge, Joep Oomen, Frank Bovenkerk, Karel Van Cauwenberghe, Benny Van Camp, Peter Cohen, Gerd Leers;

 

Debat met de sprekers van de dag, aangevuld met Jan Loninck, burgemeester van Terneuzen, Roger Leys van de Turnhoutse politie en Huub Broers, burgemeester van Voeren.

 

Moderatoren: Karel Michiels (Highlife, P-Magazine, De Standaard) , Peter Van Dijk (Trimbos Instituut), Jos Nijsten (Cannaclopedia)

 

 

Met de vlotte verwelkoming door de coördinator van de conferentie, Prof. Dr. Tom Decorte, was de toon gezet voor een tweedaagse waarin verveling geen ruimte kreeg. Integendeel, we kregen bij wijlen een onaangekondigd stukje cabaret maar daar kom ik later op terug.

 

Prof. Dr. Adriaan Jansen van de Universiteit van Amsterdam neemt als eerste het woord. Hij schetst een beeld van een halve eeuw productie en consumptie van cannabis en besteedt onder meer aandacht aan de economische betekenis van de teelt.

 

"Economisch gezien, vormt profijtelijke kleinschaligheid het wezenskenmerk van de westerse cannabisproductie en tevens het succes ervan", zegt Prof. Jansen, "en uiteraard verhindert zulks geen grootschalige organisatie van productie." Het is die kleinschalige productiestrategie die opgang maakte in de VS in de jaren zeventig. De verhoging van de repressie in de VS dreef een aantal topkwekers (met hun zaden) naar Amsterdam waar zij in de jaren tachtig samen met enkele Nederlandse pioniers de Skunk ontwikkelden. De Nederlandse koopmansgeest leidde dan in de jaren negentig tot de verdere uitbouw van moderne productiemiddelen die bijdroegen aan een concurrentievoordeel van westerse cannabis op wereldschaal. De 'Groene Lawine' rolde over de Lage Landen.

 

Prof. Jansen (midden op de foto) merkte op dat als over goede kwaliteit wiet gesproken wordt, voor de consument kleur, geur, smaak en effect minstens even belangrijk zijn als het THC-gehalte. Het percentage THC van de ingevoerde hasj ligt trouwens door de band genomen hoger dan dat van nederwiet. Peter Van Dijk van het Trimbos-Instituut te Utrecht vertelde me terloops dat de resultaten van het meest recente onderzoek aangaande het percentage tetrahydrocannabinol niet echt afwijken van die van 2006.

 

Drs. Nicole Maalsté (links), sociologe criminologe, schreef samen met journalist Michiel Panhuysen het boek 'Polderwiet', een onvoorzien neveneffect van haar proefschrift over de cannabisbranche. In haar uiteenzetting komen, net als in het boek, cannabisondernemers aan het woord over de ontwikkelingen in de hennepteelt. Haar werk werpt een ander licht op de kweekwereld dan Prof. Dr. Frank Bovenkerk - over wie later meer - in zijn vroegere publicaties had laten uitschijnen. Het onderzoek van de criminologe wijst meer in de richting van samenwerkingsverbanden binnen de cannabissector via sociale netwerken, in vertrouwen en op vrijwillige basis.

 

De energievoorzieningen voor de hennepplantages krijgen veel aandacht en niet enkel van Drs. Maalsté. Het stelen van elektriciteit gebeurt meestal omwille van het vermoeden dat elektriciteitsbedrijven actief op zoek gaan naar 'abnormaal hoog' verbruik. De tellers worden teruggedraaid. Het zijn middelen die door de henneptelers gebruikt worden om de pakkans te verkleinen. De kleine thuiskweker wil wel betalen voor zijn verbruik maar niet als de energieleverancier dit systematisch meldt aan de politie. Voor bewoners van een huurwoning kan dat leiden tot uitzetting. Door de verbetering van de kweekinstallaties wordt ook al snel de uitdrukking 'professionele kwekerij' gebruikt, wat uiteraard weegt op de sancties in geval van betrapping. De associatie met de uitdrukking 'georganiseerde criminaliteit' ligt dan al heel dichtbij.

 

De spreekster laakt ook de manier waarop het wederrechterlijk verkregen voordeel wordt berekend: stekken worden in veel gevallen meegerekend als volwassen planten, de aantallen zijn soms het resultaat van zeer ruwe schattingen, het mogelijke oogstgewicht wordt geschat (voorspeld), er worden berekeningen gemaakt op basis van het aantal lampen, de teeltoppervlakte en het gewicht van de toppen, nat of droog ... het zijn stuk voor stuk elementen die invloed hebben op de eindresultaten en elke politiedienst heeft zo zijn eigen telsysteem. Een strafbepaling die afgemeten wordt aan het aantal planten is niet logisch en leidt tot rechtsongelijkheid, stelt Drs. Maalsté. Zij meent dat de motieven van de kweker belangrijker zijn dan het aantal planten of de organisatiegraad en maakt een onderscheid tussen het motief 'geld verdienen' en het motief 'zelfvoorziening'.

 

Dat onderscheid komt ook tot uiting in het onderzoek dat gevoerd werd door het team van Prof. Dr. Tom Decorte en beschreven in het boek "Cannabisteelt in Vlaanderen". Het is een zoektocht naar het profiel, de kweekpatronen en de motieven van 748 kwekers. Naast een aantal face to face interviews (89) werd het grootste aantal geïnterviewden via een internetsurvey ondervraagd (659). De internetgroep bleek voornamelijk op kleine schaal met de teelt bezig te zijn (gemiddeld 8,47 planten per oogst). Daaruit blijkt ook dat althans binnen die groep het winstbejag geen motief is. Ook wijst het onderzoek absoluut niet in de richting van leefloontrekkers of bijstandsmoeders die onder druk van criminelen thuis een kamer volzetten.

 

De motieven moeten gezocht worden in de vrije keuze van variëteit, de kwaliteit van het product, de voorkeur voor biologische teelt, het vermijden van het illegale circuit, de afstand tot het verkooppunt, de kostprijs.

 

"Het reguleren van verkooppunten (enkel voor meerderjarige gebruikers uiteraard!) en van de productie (door zorgvuldig geselecteerde en streng gecontroleerde producenten) en de aanvoer is o.i. de meest aangewezen beleidsstrategie om de criminaliteit (en criminele organisatie) uit de branche te bannen, de kwaliteit van het product te bevorderen en de sterkte van het product enigszins te kunnen beïnvloeden. De illegale status van het product en zijn producenten en de onbespreekbaarheid van de afschaffing van een internationaal georganiseerd verbod drijven de economische motor van de inheemse cannabisteelt alsmaar meer. Ze stimuleren het bijzonder lucratieve (en dus criminele) karakter naar ongekende hoogten. Tegelijkertijd vormen zij belangrijke hinderpalen voor het voeren van een beleid gericht op de bevordering van de volksgezondheid."

 

Alle details zijn te vinden in "Cannabisteelt in Vlaanderen" van Tom Decorte en Pascal Tuteleers.

 

Drs. Toon Van der Heijden (rechts op de foto) is senior beleidsadviseur bij het Parket-generaal in Den Haag. Hij is een man van cijfers en put zijn informatie uit zeer uiteenlopende bronnen. Hij baseert zich op gegevens uit universitair onderzoek, overheidsverslagen, buitenlandse studies, politierapporten, energiebedrijven en media. Opmerkelijk is dat uit de resultaten blijkt dat veel meer hasj dan wiet in beslag genomen wordt. Dat kan betekenen dat de zelfvoorziening via de hennepteelt zich uitbreidt naar andere landen en dat hasj meer dan nederwiet het voorwerp uitmaakt van smokkel.

Met alle gegevens die voorhanden zijn, lijkt het toch dat de illegaliteit van cannabis (en andere illegale stoffen) het verkrijgen van een duidelijk overzicht van de situatie in de weg staat. De ramingen zijn onbetrouwbaar, er is onvoldoende zicht op de productie en de export. Zelfs de vraag of de productie en de export overschat of onderschat worden, blijft onbeantwoord.

 

Criminoloog Prof. Dr. Dirk Korf (links op de foto) definieert een hennepkwekerij als een locatie waar vrouwelijke hennepplanten worden gekweekt door middel van stekken of klonen, binnenhuis of in de open lucht. In een stekkerij worden enkel stekken klaargemaakt. Een stek staat in een tray of slab om wortels te ontwikkelen. Wanneer de stek daarna in volle grond of in een pot geplaatst wordt, is het een hennepplant, ook al is ze niet volgroeid. Ook locaties waar geen hennepplanten staan worden soms als kwekerij geregistreerd indien het vermoeden bestaat dat er geteeld werd of kan worden. Ook hij stelt dat technische vooruitgang verward wordt met georganiseerde teelt. Hoe vakkundiger een kwekerij is ingericht, hoe eerder die getypeerd wordt als professioneel. Dat maakt de cijfers die gehanteerd worden zeer onbetrouwbaar.

 

Wanneer het niet over marihuana zou gaan zou wellicht niemand op het idee komen om vijf planten een "plantage" te noemen. Korf stelt dat door de zeer ruime definitie van het begrip hennepkwekerij, het verschijnsel kunstmatig en buitenproportioneel wordt uitvergroot. De automatisering en de technologische innovaties zijn trouwens geen monopolie van de hennepteelt of van Nederland. Technische evolutie is algemeen in de agro-industrie.

 

Prof. Korf ziet ook de gevaren van de commercialisering van het repressieapparaat. Het inzetten van privé-bedrijven voor de ontmanteling van hennepkwekerijen kan bijzonder kwalijke gevolgen hebben. Het kan leiden tot onderlinge concurrentie waardoor bedrijven zich tot speurwerk laten verleiden om contracten binnen te halen.

 

Er mag trouwens op gewezen worden dat de manier waarop bepaalde ontmantelingbedrijven tewerk gaan, allesbehalve in overeenstemming is met de milieuwetgeving. Een documentaire over de hennepteelt (Zembla - Nederland Narcostaat) toont hoe het bedrijf 'Courage' (what's in a name?) dat gecoördineerd wordt door ene T. Copper, alles ongesorteerd in een vuilniskar kiepert. Lampen, kabels, ventilatoren, plastic, koolstoffilters, metalen frames, en wie weet wat nog meer, verdwijnen in één bak. In België is dat een milieudelict waar zware geldboetes aan verbonden zijn. En terecht.

 

Dr. Toine Spapens van de universiteit van Tilburg geeft een beeld van de wereld achter de wietteelt en brengt samenwerkingstructuren van bedrijfsmatige teelt in kaart. De informatie hiervoor put hij uit afgesloten opsporingsdossiers en uit interviews met uitbaters van growshops, grote kwekers en uitbaters van wiethokken. Kleinschalige kwekers werden buiten beschouwing gelaten. Spapens wijst ook op de conflictsituaties die ontstaan in de hennepteelt als gevolg van niet nagekomen afspraken, wanbetalingen of het leegstelen van kwekerijen, problemen die soms met geweld uitgevochten worden. Maar of het in de hennepteelt erger gesteld is dan in legale sectoren is nog maar de vraag.

 

Growshops zijn volgens Dr. Spapens de drempelverlagers naar de hennepteelt. Maar het overgrote deel van de koopwaar is in tuincentra ook legaal te koop. De onderzoeker vraagt zich evenwel af welke andere toepassingen dan de hennepteelt, de koolstoffilters hebben die de hennepgeuren "maskeren".

Ik zou zeggen, er zijn genoeg legale bedrijven die stankoverlast veroorzaken. Misschien kan de techniek van de geurabsorptie met koolstof ook daar toegepast worden.

 

Pim Vanwalleghem is na Tom Decorte de tweede Belg die aan het woord komt. Hij is magistraat bij het Parket te Brussel en is binnen het gerechtelijk arrondissement bezig met de bestrijding van de hasjinvoer uit Marokko. Het is te hopen dat zijn informatiebronnen zich niet situeren in de diplomatieke onbetrouwbaarheid (zie brief ambassade Marokko te Brussel). Wie de cannabisteelt in Marokko wil vervangen door een legale teelt die voldoende opbrengt voor de plaatselijke bevolking, zal rekening moeten houden met een probleem dat in de toekomst alleen maar groter zal worden, namelijk water. Zonder degelijke irrigatie zijn alle suggesties waardeloos, zinloos en contraproductief.

 

Er is zelfs in de regio van de Rif geen infrastructuur, op veel plaatsen zelfs geen elektriciteit, er is geen wegennet, alles gaat per ezel of te voet. Bij de koffie kwam het voorbeeld ter sprake van Afghanistan waar plaatselijk de opiumteelt werd vervangen door de teelt van saffraan. Maar de saffraanteelt is slechts een lapmiddel, goed voor enkele hectaren. Bij veralgemening van het idee stort de saffraanmarkt in en alles begint weer bij nul. Bij zero in het geval van Marokko. De cannabisteelt gaat immers over een economische waarde die geschat wordt op meer dan 10 miljard euro. Hoe je dat met tomaten, saffraan of komkommers moet gaan invullen is een vraag waarop zelfs de grootste opportunisten geen antwoord kunnen verzinnen. Er worden teelten vernietigd maar er komt niets in de plaats. Voor wie daaraan twijfelt is de documentaire 'Haschisch' van Daniel Gräbner ontluisterend. Er is ook afzetgebied nodig voor de vervangteelten maar hoe concurreer je met een gesubsidieerde industriële teelt?

 

Uit het debat achteraf bleek dat een aantal tegenstanders van legalisering oren had naar een vorm van regularisering en dat is toch wel een belangrijke vaststelling. Uiteindelijk doen de discussies over legaliseren, decriminaliseren, regulariseren, ... het doorgaans goed tijdens debatten, totdat weer iemand komt aandraven met de 'internationale verdragen' waarmee alle logica en denkvermogen vermoord wordt. Er moet hier opgemerkt worden dat in het kader van de Parlementaire Werkgroep Drugs 2000 onder leiding van Lucien Nouwynck en Valerie Lebrun, een studie werd gepubliceerd van advocaat Christophe Marchand en criminologe Christine Guillain waaruit blijkt dat het zich verschuilen achter 'internationale verdragen' een drogreden is (in dit geval een 'drugreden'). Over dit rapport en de conclusies van de werkgroep volgt later meer uitleg.

 

De eerste conferentiedag eindigt met een stukje volks cabaret dat ons aangeboden werd door mevrouw Mireille Vergucht, lid van de vzw Ouders tegen Drugs. Mevrouw Vergucht is arts, moeder van wekelijks druggeteste kinderen en fervente volgelinge van de prohibitionistenkerk. Vandaag lanceert deze dame een verhaal over een kilo heroïne die gekocht zou zijn in een coffeeshop. Door een Franse politieagent nota bene. Mag ik mevrouw Vergucht uitnodigen haar beweringen te staven met feitenmateriaal, bijvoorbeeld een politierapport.

Mevrouw Vergucht behoorde tot het uitgelezen groepje "deskundigen" tijdens de kamerdebatten van 2003 over drugs. Een analyse van de debatten met de tussenkomsten van de vzw Ouders tegen Drugs kan u hier terugvinden.

 

Dag twee biedt onder meer lezingen van twee onderzoekers van dezelfde faculteit aan dezelfde universiteit, elk met een eigen mening of overtuiging. Dr. Tim Boekhoute van Solinge was eerst aan de beurt en later kregen we Prof. Dr. Frank Bovenkerk op de spreekstoel. Beide zijn werkzaam aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit van Utrecht.

 

Dr. Boekhoute van Solinge (foto) besprak de cannabisbestrijding door politie en justitie in Nederland en stipte de contraproductiviteit aan van de repressieve aanpak van drugs. Prof. Bovenkerk zoekt het in de ontwikkeling van de georganiseerde misdaad binnen de cannabisbranche. Zijn onderzoeksmethode werd op de eerste dag van de conferentie meermaals op de korrel genomen. Hij zou zich louter baseren op politierapporten en nagelaten hebben het nodige veldwerk te doen. Het is normaal dat niet iedereen in dezelfde hoek gaat zoeken naar antwoorden. Het is ook normaal dat de antwoorden aan het einde van de baan niet altijd en overal hetzelfde zijn. Het is alleen niet normaal dat eenzijdige conclusies als hét allesomvattende antwoord naar voor geschoven worden. Ik verklaar mij nader en kom daarvoor terug op de kamerdebatten van 2003. De conclusies die Bovenkerk trok uit de politierapporten zijn niet representatief voor de cannabisbranche, enkel voor een klein segment ervan. Toch misbruiken politici (zoals o.m. Jo Vandeurzen) dit segment voor het veralgemenen van extreme probleemgevallen. Als dan politieke beslissingen genomen worden die belangrijk zijn voor 340.000 blowende Belgen en dergelijke gekleurde informatie aan de basis ligt van die beslissingen, dan is er sprake van manipulatie van gegevens. Dat vergroot kloven en hindert serene gesprekken.

Ook de Nederlandse "cannabisbrief" van 2004 was het gevolg van de alarmerende berichten die door Prof. Bovenkerk gelanceerd werden.

 

Wanneer beslissingen genomen worden over het gebruik van cannabis is overigens één betrokken partij nooit uitgenodigd om mee aan de debattafel te zitten, namelijk de blowende Belg zelf. Dat is niet toevallig de enige betrokken partij die geen geld verdient aan het verbod. Dat zegt ook Joep Oomen van de vzw Trekt uw Plant. Hij schetst de lijdensweg van het Belgische drugsbeleid tijdens de laatste twaalf jaar; het wetsvoorstel tot legalisering van Patrick Moriau (PS) uit 1996, de parlementaire werkgroep Vanvelthoven (SP) met een conclusie in 1997 en daaruit voortvloeiend de omzendbrief van Tony Van Parys (CVP) een jaar later. De paarse regering die in 1999 aan de macht komt wil werk maken van een nieuwe drugswet en de drugsnota van Aelvoet (Agalev) wordt op 28 januari 2003 door de kamercommissie justitie goedgekeurd. Het Arbitragehof verwerpt de nieuwe drugswet op 20 oktober 2004 wegens te onduidelijk en wegens schending van het legaliteitsbeginsel dat zegt dat iemand pas voor iets kan gestraft worden als vooraf een duidelijke en nauwkeurige wet terzake kan geraadpleegd worden. Er is vooral onduidelijkheid over wat een 'gebruikershoeveelheid' is, welke de wettelijke definitie is van 'problematisch gebruik' en de betekenis van 'overlast'. Op 31 januari 2005 wordt de richtlijn Onkelinx uitgevaardigd.

Daarin lezen we:

 

"De vaststelling van het bezit, door een meerderjarige, van een hoeveelheid cannabis die 3 gram niet overschrijdt of van 1 cannabisplant, bestemd voor persoonlijk gebruik, zonder verzwarende omstandigheid noch verstoring van de openbare orde, zal enkel aanleiding geven tot het opstellen van een vereenvoudigd proces-verbaal"

 

"De inbreuken die, in het kader van onderhavige richtlijn, geregistreerd worden in een VPV, geven geen aanleiding tot een inbeslagname van de aangetroffen verdovende middelen. Deze mogen derhalve in het bezit blijven van de betrokkene."

 

Daarna blijft het stil. Twaalf jaar pingpongen zonder score. Ondertussen worden jongeren blootgesteld aan opgefokte en verontreinigde wiet, woekerprijzen en andere gevolgen van de illegale status. Een opzet als Trekt uw Plant biedt een concept met mogelijkheden. Het is een niet-commerciële groepskweek voor volwassenen die samen een beperkte teelt opzetten voor eigen gebruik. Dat biedt de kans om gezonde en milieuvriendelijke productiemethoden uit te werken. De negatieve uitwassen van de illegaliteit maken plaats voor controleerbare alternatieven.

 

Een gerechtelijke beslissing rond de groepskweek bij Trekt uw Plant is nog niet gevallen. Op 24 januari 2008 heeft het Hof van Beroep te Antwerpen een gouden kans om de richtlijn te beoordelen of te veroordelen en conclusies te trekken: ofwel een heldere regeling en rechtszekerheid voor alle betrokkenen, politievertegenwoordigers incluis, ofwel een totaal verbod.

 

Joep Oomen geeft ook Vincent Van Quickenborne een veeg uit de pan:

 

"Wij hadden onze hoop gevestigd op VVQ, vroeger een fervent cannabisgebruiker maar sinds hij staatssecretaris is geworden van Administratieve Vereenvoudiging nota bene, heeft hij blijkbaar geconcludeerd dat een eerlijke mening over cannabis niet goed is voor de politieke carrièreplanning."

 

Terecht hekelt Joep Oomen de rol van de media die met sensatietitels de publieke opinie bewust verkeerd inlicht. Hij geeft een voorbeeld:

 

"Toevallig of niet, maar op 14 mei, een maand voor de verkiezingen verscheen het volgende bericht in de Standaard: Een op vier verslaafd aan cannabis. Wat bleek? Van alle mensen die zich in 2005 in professionele hulpcentra lieten behandelen voor hun verslaving, gaf een op vier (23,9 procent) cannabis op als verslavingsprobleem, tegen 1 op de 10 in het jaar 2000. 

 

Dat is dus nogal wat anders dan 1 op de 4 verslaafd. Nu, wij zijn de laatste om de gezondheidsrisico's van cannabis of eender welke drug te ontkennen. Echter het is met de statistieken over drugs zoals met een foto van een schaars geklede vrouw dan wel man: het trekt je aandacht, maar wat je werkelijk zou willen zien, blijft verborgen."

 

Ik wil hier nog een ander recent voorbeeld aan toevoegen. Toen uit een nieuw Europees rapport bleek dat er minder cannabis gebruikt werd maar meer cocaïne werd deze vaststelling in de Gazet van Antwerpen onder de aandacht gebracht met de titel: "Jeugd ruilt joint voor een lijntje". Dat is toch bewuste kromtrekkerij van gegevens met de bedoeling een sereen debat in de kiem te smoren.

 

In de namiddag nam onderzoeksrechter Karel Van Cauwenberghe het woord. Hij legde de nadruk op de onduidelijkheid in de wetgeving en merkte op dat de circulaire van 25 januari 2005 geen wet is maar een richtlijn. Een richtlijn vormt geen juridische basis voor rechtspraak. Hij ziet twee mogelijkheden, ofwel blijft het verbod gelden zonder toegevoegde vage omschrijvingen, ofwel wordt het product uit het strafrecht gehaald en wordt enkel opgetreden bij problematisch gebruik.

 

Van Cauwenberghe vernam tijdens een stage in Frankrijk dat daar jaarlijks 260 doden zouden vallen in het verkeer ten gevolge van cannabisgebruik.

 

Sta me toe deze gegevens in twijfel te trekken. De wetwijziging die in Frankrijk doorgevoerd werd betreffende het gebruik van cannabis en autorijden gebeurde voor de bekendmaking van de resultaten van een studie die door de overheid zelf was besteld.

 

De studie gaf evenwel een totaal ander beeld dan wat de overheid ervan verwacht (gehoopt) had en dus werd zonder met die onderzoeksresultaten rekening te houden, een repressieve wet doorgeduwd op basis van gegevens als 260 verkeersdoden, getallen die uit het niets opdoemen. Zie hierover "Cannabis au volant" met een artikel uit Libération waarin de vreemde werkwijze van de Franse overheid in vraag werd gesteld.

 

Volgens Van Cauwenberghe blijkt uit een recent arrest van het Hof van Cassatie dat de cannabisteelt wel degelijk strafbaar is. Wat het initiatief Trekt uw Plant aangaat, hier ziet de onderzoeksrechter behalve een illegale teelt ook een vorm van aanzetten tot druggebruik. "Ik denk dat er nog veel meer wetenschappelijk onderzoek nodig zal zijn vooraleer er een mogelijk duidelijk antwoord kan komen, waarbij men zich ook de vraag moet stellen of de huidige samenleving wel zit te wachten op een eventuele nieuwe regeling omtrent cannabis", aldus Van Cauwenberghe. "Wie cannabis zaait, zal veroordelingen oogsten".

 

Ook Benny Van Camp, gerechtelijk commissaris bij de federale drugspolitie in België, toonde ons "zijn rommeltje". Net als Bovenkerk levert hij enkel bevindingen uit politierapporten en wijst hij op de gevaren die aan de illegale teelt verbonden zijn: elektrische puinhopen, wateroverlast, amateurisme met nare gevolgen, stroomdiefstal, een boobytrap, enz. Ik zeg wel 'gevaren die aan de illegale teelt verbonden zijn' want uiteindelijk zijn dat situaties die zelden of nooit voorkomen bij legale teelten en dus rechtstreeks het gevolg zijn van de illegale status. Van Camp had ook de leiding over de actie die op 12 december gevoerd werd tegen de plantage en de leden van de vzw Trekt uw Plant.

 

Joep Oomen: "Onze cannabisplantage werd twee uur na de presentatie op 12 december 2006 in beslaggenomen en vernietigd door de drugsbrigade van de federale politie onder leiding van Benny Van Camp in opdracht van substituut-procureur Lins van Antwerpen. Computers, mobiele telefoons en andere persoonlijke spullen werden in beslag genomen, huiszoekingen werden uitgevoerd bij vier leden. Toen we deze spullen  een week later terugkregen bleek dat de harde schijf van onze computer dit avontuur niet had overleefd."

 

Hier wordt geen opening gelaten voor discussie of diplomatie, hier worden direct de kanonnen bovengehaald. Dat in België meer voorstanders van een regulering van het drugsgebruik dan dat er praktiserende katholieken zijn zou toch minstens tot nadenken moeten stemmen.

 

Nu we het toch over religie hebben, Prof. Dr. Em. Peter Cohen vergelijkt de prohibitie met een religie. Prohibitie gaat over geloven en morele waarden en straffen voor blasfemie. Deze bijdrage is te lezen op http://www.cedro-uva.org/lib/cohen.cannabisverbod.html. Ook zijn presentatie van 7 november 2006 in het Europees Parlement te Brussel "Europe and the mumbling grave stones" verduidelijkt dat standpunt en is een absolute aanrader.

 

Die religieuze uitstraling is ook niet zo verwonderlijk als we even verifiëren uit welke fundamentalistische hoek het verbod komt.

 

De geschiedenis van het verbod is doorspekt met mormonen, bijbelfreaks, racisten, creationisten en godvruchtige industriëlen. Dat veel mensen zich weigeren aan te sluiten bij dit wereldvreemde clubje is logisch.

 

Dat veel mensen voor die weigering duur moeten betalen is vragen om problemen. Een dergelijke handelswijze haalt immers het gemiddeld verstandelijk niveau van de mens behoorlijk naar beneden.

 

Ik herinner hier even aan de woorden die Herman Van Rompuy, notoir katholiek, uitsprak op 25 september 2007 aan de Gentse Universiteit: "Geloof begint waar het gezond verstand ophoudt."

 

Prof. Cohen gaf enkele jaren geleden ook al aan dat objectief onderzoek door bovenvermeld clubje welwillend de nek wordt omgedraaid (lees hierover in dit artikel).

Cohen pleit dan ook voor onafhankelijk Europees onderzoek, behoorlijk gefinancierd en gericht op het ontwikkelen van een drugsbeleid de naam waardig.

 

Vanuit de zaal pleitte ook Jan G. van der Tas, Bestuurslid Stichting Drugsbeleid, Oud ambassadeur, voor onderzoek naar een degelijk drugsbeleid in plaats van tijd en geld te verkwisten aan de vervelende uitwassen van een fout beleid.

 

Gerd Leers, burgemeester van Maastricht, is de laatste spreker. Hij heeft een mogelijke oplossing gevonden voor de overlast in de binnenstad en kondigt aan dat enkele verkooppunten naar de stadsrand verschoven worden wat dan weer niet in goede Belgische aarde valt want zij willen niet dat "Nederland zijn probleem exporteert". Of, hoe die Belgische politici er altijd in slagen de wereld op zijn kop te draaien zonder dat er eens deftig over gepraat wordt. De gebruikers zijn hier het slachtoffer van slecht management want de vraag naar cannabis is overal, dus moet het aanbod ook overal zijn. De wetten van het kapitalistisch systeem waaraan we trouw hebben gezworen, blijven geldig en creëren criminaliteit als aan die vraag niet voldaan wordt.

 

Maar ja, het ligt natuurlijk allemaal wat moeilijker omdat ideologische, religieuze en politiek-industriële waarden belangrijker zijn dan efficiëntie. Leers is rationeel. Hij is geen voorstander van druggebruik. Hij is nog minder voorstander van een criminele straathandel vol niet in te schatten gevaren. Jan Loninck, burgemeester van Terneuzen deelt die mening. Net als Leers wordt hij geconfronteerd met overlast, verkeersproblemen, wildplassers, tot carjackings toe. Vervelende uitwassen van het heilige verbod.

 

De aanwezigheid van burgemeester Leers wekte bij mevrouw Vergucht (jawel hoor) weer inspiratie voor een nieuw stukje cabaret. Dame Vergucht had namelijk twee jaar geleden een brief gestuurd naar de Universiteit van Maastricht met de vraag haar bepaalde onderzoeksresultaten te bezorgen. En die had zij nog niet gekregen. En of de burgemeester haar eens kon verklaren waarom dat zo was...

 

Dr. Boekhoute van Solinge, die de gespreksronde modereerde, wees er terecht op dat de burgemeester en de postdienst twee verschillende instanties zijn, waarop mevrouw Vergucht mokkend de zaal verliet.

 

Voor het daaropvolgend debat wordt burgemeester Hendrickx van Turnhout vertegenwoordigd door Roger Leys, korpschef van de Turnhoutse politie. Jan Loninck vertegenwoordigt tevens Gerd Leers die nog andere afspraken had en burgemeester Huub Broers van Voeren vervolledigde het panel.

 

Broers is niet echt geïnteresseerd in een jacht op kleine thuiskwekers. Hij ergert zich mateloos aan de heroïnomanen die vanuit Luik komen en zijn gemeente doorkruisen om in "Maas" - zoals Maastricht door de Luikenaars genoemd wordt - hun inkopen te gaan doen (nee mevrouw Vergucht, niet in de coffeeshop maar op parkings langs de autobaan). Was er niet onlangs een voorstel voor een project met gratis heroïne in Luik? Het aanbod op de plaats van de vraag, registratie en hulpverlening inbegrepen om zo de overlast tegen te gaan en de gezondheidsschade te beperken ...?

 

In verschillende lezingen werd het "plukken" van hennepplantages vergeleken met de matras van een waterbed. Je drukt ze in aan de ene kant en ze komt omhoog aan de andere kant. De inhoud blijft ongewijzigd. De drugsjagers beseffen dat, maar ze nemen al lang genoegen met een status quo. Zo wordt de satellietindustrie rond de hennepteelt niet verstoord. De winnaars zijn de witwassers van de woekerwinsten, de verliezers zijn de gebruikers. De politici - die op de conferentie schitterden door afwezigheid - roepen morgen weer wat kleverige slogans en trekken hun paraplu open.

 

Of ze duiken na hun politieke carrière ergens op in een lijst van prominenten die oproepen tot herziening van het internationaal drugsbeleid, zoals dat ook in juni 1998 gebeurde voor de Algemene Vergadering van de VN in New York. Naar aanleiding van die zitting stuurde een groep van enkele honderden ondertekenaars, onder wie nobelprijswinnaars, (ex-)ministers en (ex-)presidenten, prominenten, hoogleraren, schrijvers, e.a. een brief naar Kofi Annan, toen secretaris-generaal van de Verenigde Naties. De brief kwam meermaals ter sprake tijdens de Gentse conferentie.

 

Tussen de twee uitersten, de utopie van een drugsvrije wereld en de utopie van een totale drugsvrijheid, ontwikkelt zich toch voorzichtig een debat over "regulariseren", zoals dat ook voor alcohol en tabak het geval is. De staat controleert de handel en belast de transacties tussen vraag en aanbod. De miljarden aan belastinggeld die thans aan repressie in rook opgaan, samen met de miljarden aan belastinginkomsten die een regularisering zouden opleveren, volstaan ruimschoots om een eerlijk en efficiënt drugbeleid te voeren. Eén probleem: een politicus die niet volhardt in zijn leugen, verliest zijn geloofwaardigheid.

Hoewel, uitzonderingen zijn er altijd ...

 

 

"Het één keer meebrengen van drugs voor een vriend kan men geen dealen noemen."

 

(Filip Dewinter op ATV in mei 1994 ter verdediging van de voorzitter van de Vlaams Blok-afdeling in Schelle, die ontslagen werd door de Metallurgie van Hoboken wegens het dealen van drugs in het bedrijf.)

 

 

Gerelatieerde bezienswaardigheden:

Dossier drugstest - Roeskillers NV - Cannabis in het verkeer

www.encod.org - www.trektuwplant.be