Drugsbeleid in BelgiŽ

 

 

Tekst en foto ©JosNijsten2009

 

Achteraf beschouwd moet 1997 tot de meest hypocriete jaren behoren uit de geschiedenis van het Belgische drugsbeleid. Dat belooft, als je weet dat Stefaan De Clerck toen ook minister van justitie was. Het was het jaar van het eindverslag van de parlementaire werkgroep. Een gemiste kans voor de overheid om een begin te maken aan een regulerend drugsbeleid, volgens Lucien Nouwynck, adviseur-generaal van de dienst voor strafrechtelijk beleid.

 

Een jaar eerder werden deskundigen gehoord over de reŽle toestand en professor Brice De Ruyver leverde een syntheseverslag af waar later geen spaander van heel bleef. Legalisering werd door De Clerck zonder motivering van tafel geveegd. Decriminalisering (het niet langer als strafbaar beschouwen): vergeet het maar. Depenalisering (het blijft een misdrijf maar er worden geen sancties voorzien): geen denken aan. Depenalisering de facto (de straffen die wel voorzien zijn worden niet uitgevoerd): verworpen. Het wordt uiteindelijk "laagste prioriteit" en we weten ondertussen dat de magistratuur daar 0 op 10 voor verdient.

 

De Ruyver had in zijn verslag een toegelaten hoeveelheid van vijf gram cannabis voorgesteld. Samen met zijn verslag verdween ook dat voorstel in de vuilbak. De zaken waren immers al bedisseld voor de werkgroep startte. Dat bleek duidelijk tijdens de slotbijeenkomst van de parlementaire werkgroep waar Stefaan De Clerck binnenzeilde met in zijn kielzog Wivina Demeester van de farmaceutische industrie en de vertegenwoordigers van de drugstestmaffia die allerlei dure apparaatjes-voor-repressie kwamen voorstellen. Met de pint in de hand werd geklonken op de vernietiging van alles wat naar gedogen van persoonlijk genot ruikt. Van anderen.

 

Het had in 1996 een parlementaire onderzoekscommissie moeten worden maar de op religie geÔnspireerde "clan van het stiekeme gedoe" was er toen al in geslaagd om dat af te zwakken tot een werkgroep met veel minder bevoegdheden. Uit angst voor het onbekende. Racisme heeft ook die grond.

 

Hypocrisie kent geen partijgrenzen

 

Maar de hypocrisie is algemeen. Neem nu bijvoorbeeld die preventieambtenaar Van Limbergen. Een eikel uit de laagste takken, dicht bij de grond. De man zag in zijn zieke geest de geheime opbouw van een coffeeshopnetwerk voor de verkoop van cannabis in BelgiŽ. De angst van de liefhebbers-van-het-stiekeme sloeg om in paniek en er gingen in fascistische kringen zelfs stemmen op om de doodstraf terug in te voeren. Van Limbergen voerde ook een strijd tegen de zogenaamde nepdrugs, pepdrinks en ecodrugs. Zo vond hij bijvoorbeeld dat een drank met de naam "XTC" niet door de beugel kon. De popgroep XTC werd door hem ook aangeraden een andere naam te kiezen. Over CocaCola had hij geen uitgesproken mening.

 

Maar ja, zoals we ze kennen, met het opgestoken vingertje, rein van geest en lichaam, de zuiver water pissers, de vertegenwoordigers van de ethiek en de levende voorbeelden van respect voor anderen, dat mannetje was pure nep. Hij werd met zijn lange jatten betrapt in de partijkas. Einde.

 

The times are not changing

 

We keren terug in de tijd van nu. Het is duidelijk dat in twaalf jaar de zogenaamde specialisten inzake drugsbeleid geen fluit verder geraakt zijn dan Harry Anslinger, de man die de oorlog tegen (sommige) drugs heeft uitgevonden en later crepeerde aan de gevolgen van zijn drugsverslaving.

 

Maar misschien zie ik het allemaal een beetje somber in. Misschien zie ik het nog niet somber genoeg in. Oordeel zelf, bekijk de verschillende stappen die in BelgiŽ gezet worden, kijk wie er als "deskundige" wordt binnengehaald op Kamerdebatten, kijk hoe groot de inbreng is van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, zoek naar wetenschappelijke inbreng in beslissingen, enz.

 

Wetgeving BelgiŽ

 

In BelgiŽ wordt de materie verdovende middelen en psychotrope stoffen geregeld door volgende wetten:

 

* de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica.(B.S. 6 maart 1921)

 

* het Koninklijk Besluit van 31 december 1930 omtrent de handel in slaap- en verdovende middelen.(B.S. 10 januari 1931)

 

* het Koninklijk Besluit van 2 december 1988 tot reglementering van sommige psychotrope stoffen. (B.S. 3 februari 1989)

Marihuana valt onder het toepassingsgebied van Hoofdstuk I van het K.B. van 2 december 1988 aangaande de psychotrope stoffen, in het bijzonder artikel 1 sub 14 dat bepaalt: ĎDe bepalingen van de artikelen van Hoofdstuk I van dit besluit zijn van toepassing op de hiernavolgende stoffen, hun isomeren, hun zouten, ethers en esters, alsmede op de zouten van die ethers en esters; deze bepalingen zijn eveneens van toepassing op de bereidingen waarin ze verwerkt zijn en op hun gebeurlijke koppelingen.í

ĎSub.14. dronabinol en andere tetrahydrocannabinolen (of 1-hydroxy-6a, 7, 8,10a tetrahydro-6, 6, 9-trimethyl-6H-dibenzo (b, d) pyraan), hun isomeren en aanverwante derivaten, meer bepaald:

a)1-Hydroxy-(1, 2-dimethyl-3-heptyl)-7, 8, 9, 10-tetrahydro-6, 6, 9-trimethyl-6H-dibenzo (b, d) pyraan (D.M.H.P.);

b) 1-hydroxy-3-n hexyl-7, 8, 9, 10-tetrahydro-6, 6, 9-trimethyl-6H-dibenzo (b, d) pyraan (parahexyl);í

 

Lijst van regelingen voorgeschreven in uitvoering van art. 1 van de wet van 24.02.1921:

* K.B. 6 mei 1922 (B.S. 25 mei 1922) betreffende de verkoop der ontsmettingsstoffen en antiseptica;

* K.B. 31 december 1930 omtrent de handel in slaap- en verdovende middelen;

* Rgt.B. 6 februari 1946 houdende reglement op het bewaren en het verkopen van gifstoffen;

* K.B. 6 juni 1960 betreffende de fabricage, de bereiding en distributie in het groot en de terhandstelling van geneesmiddelen;

* K.B. 12 april 1974 betreffende sommige verrichtingen in verband met stoffen met hormonale, antihormonale en antibiotische werking;

* K.B. 5 juni 1975 betreffende het bewaren, het verkopen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen en fytofarmaceutische produkten;

* K.B. 31 mei 1976 (B.S. 17 juni 1976) tot reglementering van sommige psychotrope stoffen.

 

De opgenomen lijst van produkten (art.1) werd aangevuld bij K.B. 25 januari 1980 (B.S. 6 februari 1980; err. B.S. 25 maart 1980), K.B. 8 juli 1980 (B.S. 2 oktober 1980) enK.B. 8 augustus 1980 (B.S. 2 oktober 1980; err. 11 november 1980) ; art.1 ook gewijzigd bij K.B. 30 juli 1985 (B.S. 16 oktober 1985; err. 16 januari 1986) en K.B. 26 september 1986 (B.S. 15 november 1986).

 

* K.B. 19 maart 1981 (B.S. 26 maart 1981) tot regelingen van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan; art.1, eerste lid, vervangen bij K.B. 14 januari 1987 (B.S. 13 februari 1987).

 

* K.B. 24 mei 1982 (B.S. 2 juli 1982; reeks errata, B.S. 27 januari 1983) houdende reglementering van het in de handel grengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of voor zijn leefmilieu.

 

* K.B. 11 juni 1987 (B.S. 4 juli 1987; err. B.S. 18 juli 1987) betreffende bepaalde toxische stoffen die kunnen worden gebruikt voor de synthese van verdovende middelen of psychotrope stoffen. Zie ook:

 

* Wet 25 maart 1964 op de geneesmiddelen.

 

* Wet 2 april 1965 waarbij de dopingpraktijk verboden wordt bij sportcompetities.

 

* Wet 22 juli 1974 op giftig afval.

 

* Internationale Opiumovereenkomst, ondertekend te Ďs Gravenhage op 23.01.1912 (B.S. 16 juli 1919)

 

* Internationale Overeenkomst betreffende de verdovingsmiddelen, aangenomen door de tweede opiumconferentie en ondertekend te GenŤve op 19 februari 1925 (B.S. 7-8 november 1927).

 

* Internationale Overeenkomst voor het beperken der vervaardiging en het reglementeren der verdeling van verdovingsmiddelen, protocol van ondertekening en slotakte, ondertekend te GenŤve op 13 juli 1931 (B.S. 28 september 1933).

 

* Protocol tot wijziging van de Overeenkomst, verdragen en protocollen inzake verdovende middelen, ondertekend te Lake Success (New York) op 11.12.1946 (B.S. 31 mei 1952).

 

* Protocol tot het onder internationaal toezicht brengen van verdovende middelen, welke buiten de werking vallen van het Verdrag, ondertekend op 13 juli 1931 te GenŤve, en gewijzigd bij het protocol, ondertekend op 11 december 1946 te Lake Success, tot beperking van de vervaardiging en tot regeling van de distributie van verdovende middelen, ondertekend te Parijs op 19 november 1948 (B.S. 31 mei 1952).

 

* Wet 20 augustus 1969 (B.S. 27 november 1969) houdende goedkeuring van het Enkelvoudig Verdrag inzake Verdovende Middelen, en van de bijlagen, opgemaakt te New York op 30 maart 1961. (Art. 28,2: controle van cannabis: dit verdrag is niet van toepassing op de teelt van cannabis voor uitsluitend industriŽle doeleinden - vezel en zaad - of voor tuinbouwdoeleinden. (zie ook onder andere Drugsrichtlijn, Parlementaire Werkgroep Drugs, Therapeutisch gebruik).