De geschiedenis van het marihuanaverbod

 

Nederlandstalige bewerking: ©JosNijsten2001

 

Begin jaren '90 deed professor in de rechtsleer Charles Whitebread een verregaand onderzoek naar de oorsprong van het verbod op niet-medicinaal marihuanagebruik. Zijn bevindingen vatte hij samen in een lezing voor de jaarlijkse bijeenkomst van de California Judges Association in 1995.

 

Bronnen

 

De onderstaande lezing is een uittreksel uit The Forbidden Fruit and the Tree of Knowledge, een onderzoek naar de legale voorgeschiedenis van het Amerikaanse marihuanaverbod. Charles Whitebread schreef het rapport samen met professor Richard J. Bonnie. In zijn lezing verwijst Whitebread naar The Hearings of the Marihuana Tax Act en aanverwante documenten, en naar Marihuana, a Signal of Misunderstanding, door de National Commission on Marihuana and Drug Abuse (NCMDA).

 

Inleiding

 

Professor Whitebread:

 

”Deze uiteenzetting gaat over de geschiedenis van het niet-medicinale gebruik van drugs. Ik wil even verduidelijken wat mijn motivering is om hierover te praten.

 

Voor ik les gaf aan de Universiteit van Zuid-Californië doceerde ik aan de Universiteit van Virginia, van 1968 tot 1981. In die periode schreef ik mijn eerste belangrijke werk: The Forbidden Fruit and the Tree of Knowledge - The Legal History of Marihuana in the United States. Ik schreef het samen met professor Richard Bonnie die nog steeds actief is aan de Universiteit van Virginia. Het werd gepubliceerd in de Virginia Law Review in oktober 1970 en nam bijna de volledige editie in beslag.

 

De uiteenzetting bestreek 450 pagina's en kreeg veel nationale belangstelling omdat niemand zich ooit eerder met het verbod had beziggehouden. Professor Bonnie (foto links) werd benoemd tot vicevoorzitter van de NCMDA en ikzelf werd adviseur van de Commissie.

 

Door onze functie binnen de Commissie kregen Richard en ik inzage in zowel de publieke als de geheime dossiers van wat toen het Bureau of Narcotics and Dangerous Drugs genoemd werd. Aan de hand van die informatie publiceerden we samen The Marihuana Conviction - The Legal Story of Drugs in the United States, een werk dat aan de Universiteit van Virginia zes herdrukken kende.

 

Daarna werd het grotendeels verkocht binnen FBI-kringen.”

 

De situatie in 1900

 

Om meer te weten over het niet medicinale druggebruik gaan we terug naar de Verenigde Staten van 1900. Daarover moet eerst iets gezegd worden wat belangrijk kan zijn: in 1900 waren veel meer mensen drugsverslaafd dan vandaag. Afhankelijk van de bron of de interpretatie, wordt aangenomen dat tussen twee en vijf procent van de Noord-Amerikaanse bevolking verslaafd was. Voor die dramatische verslavingstoename rond 1900 zijn er twee belangrijke oorzaken.

 

De eerste oorzaak was het gebruik van morfine - en een aantal derivaten ervan - in de legale medicinale toepassingen. Tot in 1900 was het normaal, voornamelijk in regio waar medisch materiaal schaars was, dat je bijvoorbeeld voor een blindedarmontsteking naar het ziekenhuis werd gebracht, daar morfine toegediend kreeg als pijnstiller tijdens en na de operatie, en het ziekenhuis verliet zonder blindedarm maar met een morfineverslaving.

 

Het gebruik van morfine bij medische ingrepen in oorlogssituaties was tijdens de Amerikaanse burgeroorlog zo algemeen dat, toen rond 1880 talloze Unionisten verslaafd waren aan morfine, de pers verwees naar morfinisme als 'de soldatenziekte'. De Confederale militairen kenden die morfineverslavingsproblemen niet. Voor hen was morfine te duur. Medische ingrepen op het slagveld bij het Confederale leger bleven beperkt tot het afhakken van het betreffende lichaamsdeel terwijl de gekwetste een paar slokken whisky dronk. De Noordelijken waren echter door het veralgemeende morfinegebruik zwaar verslaafd.

 

De andere interessante oorzaak van drugsverslaving rond 1900 is de volgende:

 

In die tijd behoorden de drugsverslaafden tot een totaal andere maatschappelijke groep dan van wie u dat vandaag zou verwachten. Volgens statistieken voldoen jonge mensen, van het mannelijk geslacht, stadsbewoners en behorend tot een minderheidsgroep, het meest aan het profiel van de druggebruiker. Dat is net de tegengestelde situatie van honderd jaar geleden.

 

Volgens de statistieken was in 1900 de blanke plattelandsvrouw van middelbare leeftijd het meest vatbaar voor drugsverslaving. Maar het gebruik van morfine bij medische ingrepen op het slagveld verklaart de hogere graad van verslaving niet bij vrouwen. Dat brengt ons bij de tweede oorzaak van het aantal verslaafden in die tijd: de groei en ontwikkeling van de industrie van de gepatenteerde medicijnen.

 

Sommigen onder u herinneren zich wellicht nog de beelden uit westerns, gesitueerd einde 19e eeuw, toen geneesmiddelen eerder zeldzaam waren. Rondtrekkende handelaars, zonder medische vakkennis, doorkruisten het platteland.

 

Ze brachten allerlei drankjes en elixirs aan de man (vrouw) met duidelijke slagzinnen als "Dokter Smith's Olie, goed tegen alle pijnen", of "Dokter Smith's Olie, goed voor mens en dier". Wat de verkoperkwakzalvers er niet bij vertelden was dat veel van die drankjes voor meer dan de helft uit morfine bestonden. Dat bleek toen later, in het kader van de patentverwerving, de producten getest werden. Het hoge morfinegehalte van de 'medicijnen' was nodig om te voldoen aan de vereisten van het patent, namelijk dat de werking die bij de promotie van het middel vooropgesteld werd, wel degelijk aanwezig was.

 

En zeg nu zelf, het maakt niet uit wat uw probleem is, of dat van uw dieren, het gaat zeker een stuk beter na een paar slokjes elixir dat voor de helft uit morfine bestaat. Er was dan ook de algemene reactie van "Waaw, dit spul werkt!"

Even naar de winkel gaan en bijhalen was geen probleem. Het werd rechtstreeks over de toonbank verkocht. En die gepatenteerde geneesmiddelen kregen van vrouwen meer aandacht dan van mannen.

 

Er zijn dan ook redenen om aan te nemen dat er een verband bestaat tussen die officiële verkoop en de rol die de vrouw speelde in die tijd. In elk geval lag het gebruik van morfine bij heelkundige ingrepen en de verkoop van gepatenteerde geneesmiddelen met morfine, aan de basis van een dramatische stijging van het aantal drugsverslaafden.

 

Eerder meldde ik hier al dat in 1900 meer verslaafden waren dan vandaag maar dat de maatschappelijke groep waartoe ze behoren een andere is dan we vandaag zouden denken. Het belangrijkste punt waarin de drugsverslaving van toen verschilt met die van vandaag is dat de verslaving van toen zuiver accidenteel was. Mensen kwamen met drugs in aanraking maar wisten niet wat ze innamen en ze kenden de impact er niet van.

 

De Pure Food and Drug Act

 

De enige wet die ooit in de VS de drugsverslaving kon terugdringen was geen strafwet. De 1906 Pure Food and Drug Act resulteerde in een sterke daling van de drugverslaving. De wet omvatte drie punten. Het was om te beginnen de basis voor de Food and Drug Administration (FDA) in Washington die alle voedingsproducten en geneesmiddelen voor menselijke consumptie moet goedkeuren.

 

Het eerste gevolg van de oprichting van de FDA was dat de gepatenteerde medicijnen al na een eerste test afgekeurd werden voor menselijke consumptie. De Pure Food and Drug Act stelde verder dat bepaalde geneesmiddelen enkel op voorschrift verkocht mochten worden.

En ten slotte stelde de wet - en dat is in de VS nog steeds zo - dat, indien een geneesmiddel een verslavende werking heeft, dit op de bijsluiter moet vermeld worden.

 

De bijsluiterverplichting, de voorschriftverplichting, en de weigering om de gepatenteerde medicijnen goed te keuren, deed die industrie instorten en drong zo de bron van accidentele verslaving terug. De Pure Food and Drug Act van 1906 deed méér aan het terugdringen van het aantal drugsverslaafden dan gelijk welke strafwet die daarna ooit gemaakt werd.

 

De Harrison Act

 

De allereerste strafwet op federaal niveau in de Verenigde Staten waarbij niet-medicinaal gebruik van geneesmiddelen gecriminaliseerd werd, kwam er in 1914.

Dat was de Harrison Act en daarvan moeten we slechts drie dingen onthouden die vandaag van belang zijn.

 

* Het eerste is de datum, 1914. Mogelijk dacht u dat er al sinds de tijd van de revolutie een strafwet bestond die van toepassing was op niet-medicinaal gebruik van geneesmiddelen. Dat is echter niet zo. Het hele experiment van strafrechtelijke sancties om niet-medicinaal gebruik van geneesmiddelen tegen te gaan begon in de VS in 1914 met de Harrison Act.

 

* Een tweede interessant gegeven in de Harrison Act was de lijst van geneesmiddelen waarnaar verwezen werd. Die lijst bevatte praktisch geen drugs waarover we ons vandaag zorgen zouden maken. De Harrison Act was van toepassing op opium, morfine en de derivaten ervan, alsook de derivaten van het cocablad, zoals cocaïne. Nergens was er sprake van amfetamines, barbituraten, marihuana, hasjiesj, hallucinogenen van gelijk welke aard. Enkel opium, morfine, coca, en de derivaten ervan waren in de Harrison Act opgenomen.

 

Foto: Hamilton Wright, auteur van de Harrison Act

 

* Het derde en meest interessante gegeven was de structuur van de Harrison Act. Die structuur was zeer uitzonderlijk en stond model voor elk stukje federale wetgeving dat tussen 1914 en 1969 geschreven werd. Wat was dan dat model?

 

Dat model werd de Harrison Narcotics Tax Act genoemd. De ontwerpers van de Harrison Act hebben zeer duidelijk gezegd aan het Congres wat zij wilden bereiken. Ze hadden twee doelstellingen: ze wilden het medicinale gebruik van die middelen geregeld zien, en ze wilden het niet-medicinale gebruik ervan criminaliseren. Maar ze hadden een probleem.

 

De grondwettelijke doctrine die we vandaag kennen als de states' rights bereikte omstreeks 1914 zijn hoogtepunt, waardoor algemeen werd aangenomen dat het Congres bevoegd was om een bepaald beroep te reglementeren, maar niet de macht had om een algemene strafwet te stemmen. Dat is ook de reden waarom er tot voor korte tijd zo weinig federale misdaden waren.

 

Met een mogelijke grondwettelijke oppositie in het vooruitzicht, kwamen in het Congres de voorstanders op de proppen met een nieuw idee. Dat bestond erin heel te zaak te maskeren als een belasting. Om te tonen hoe dat in zijn werk ging, geef ik een voorbeeld met fictieve bedragen.

Er waren twee belastingen. De eerste belasting werd door de artsen betaald. Het was een dollar per jaar (let wel, het gaat om een voorbeeld) en in ruil daarvoor kregen de artsen een stempel van de overheid waarmee ze de geneesmiddelen aan hun patiënten konden voorschrijven, zolang ze zich maar aan de reglementering hielden. Door het betalen van die ene taksdollar verbonden de artsen zich ertoe de bepalingen van die reglementering op te volgen.

 

En er was een tweede belasting (nogmaals, de gebruikte cijfers zijn hypothetisch en enkel om aan te tonen hoe het systeem werkte). Deze belasting beliep duizend dollar voor elke niet-medicinale transactie van elk van die geneesmiddelen. Wel, omdat niemand duizend dollar taks wil betalen voor iets dat in 1914 zelfs in grote hoeveelheden niet meer dan vijf dollar waard was, was de belasting eigenlijk geen belasting, maar een strafrechtelijk verbod.

 

Een ander voorbeeld: iemand werd in 1915 op straat in bezit gevonden werd van 100 gram cocaïne. De federale aanklacht was dan niet het bezit van cocaïne of van gecontroleerde substanties. De aanklacht was belastingontduiking! Ziet u in welk gevaarlijk web we verstrikt raken? Als we vooruitblikken zien we dat de criminalisering van drugs in de meer dan veertig jaar die daarop volgen via het departement van financiën verloopt. Het komt eigenlijk gewoon neer op het innen van belastingen. Ik zal nog uitleggen hoe dit in de praktijk gebeurt, dan begrijpt u ook waarom het nationale marihuanaverbod van 1937, de Marihuana Tax Act (MTA) genoemd werd.

 

De eerste staatswetten voor marihuana.

 

Voor we verder uitwijden over de federale wetgeving, de MTA van 1937, maken we een kleine omweg langs de eerste marihuanawetten die tussen 1915 en 1937 aangenomen werden.

 

Professor Whitebread:

 

Toen professor Bonnie en ik probeerden de legaliteit van het verbod in de VS te achterhalen, waren we geschokt door de vaststelling dat niemand dit ooit eerder gedaan had. En de weinige mensen die met de materie bezig waren, gingen terug tot de federale wet van 1937. Ze zagen die federale wet als het begin, maar dat is fout. Wie slechts tot 1937 teruggaat, houdt er geen rekening mee dat tussen 1915 en 1937 strafwetten uitgevaardigd werden tegen het gebruik van marihuana in 27 staten.

 

Richard Bonnie en ik gingen terug tot in de archieven van de diverse staten en naar de kranten die tijdens de periode van het verbod in de hoofdsteden van die staten verschenen waren. Zo probeerden we te ontdekken wat de motivering kon geweest zijn om strafwetten uit te vaardigen tegen het marihuanagebruik. We stelden vast dat de 27 staten opgedeeld konden worden in drie groepen, al naargelang hun motivering voor het verbod.

 

De eerste groep omvatte de Rocky Mountains en de Zuidwestelijke staten Texas, New Mexico, Colorado en Montana. Het was niet nodig om verder te zoeken dan de overheidsarchieven om de motivering voor de marihuanawetten te kennen. Om de invoering ervan te begrijpen moet u weten dat die staten rond 1914 een grote Mexicaanse migratie kenden. De Mexicanen staken de grens over op zoek naar betere economische levensomstandigheden. Ze werkten keihard als landarbeiders, bietentelers, katoenplukkers, het soort werk dat eerder door zwarte slaven gedaan werd. Zij brachten de marihuana uit Mexico mee. De blanken kenden niets van marihuana.

 

Ik maak een onderscheid tussen blanken en Mexicanen om te wijzen op het onderscheid dat destijds door elke wetgever in die staten gemaakt werd. Je moest alleen maar kijken naar de motivering voor de marihuanawetten in de Rocky Mountains en de Zuidwestelijke staten.

 

Het beste voorbeeld hiervan is waarschijnlijk het wetsvoorstel van een Texaanse voorstander van de eerste marihuanawetgeving. Tijdens de senaatszitting in Texas zei die persoon, en ik citeer: "Alle Mexicanen zijn gek, en dit spul (verwijzend naar marihuana) is wat hen gek maakt."

 

Of, zoals de voorstander van de eerste marihuanawet in Montana het verwoordde (en neem er nota van dat dit dus in de senaat gebeurt), ik citeer: "Geef een van die bietendelvers een paar trekjes van een marihuanasigaret en hij denkt dat hij stierenvechter is in Barcelona."

 

Wel, daar had je het. Je moest niet verder zoeken dan naar wat van staat tot staat in de senaat gezegd werd. Wat aan de oorsprong van deze eerste marihuanawetten in de Rocky Mountains en de Zuidwestelijke staten van de VS lag, was niet de vijandigheid tegenover de drug, het was de vijandigheid tegen de nieuw aangekomen Mexicaanse migranten die het gebruikten.

 

De tweede groep van staten met strafwetten tegen marihuanagebruik waren de Noordoostelijke staten Connecticut, Rhode Island, New York en New Jersey.

 

Het is duidelijk dat de hypothese van de Mexicaanse migratie hier niet van toepassing is omdat het Noordoosten nooit veel Mexicaanse inwijkelingen had, en nog steeds niet heeft. Dus zochten we dieper naar de oorsprong van die wetten. We moesten niet alleen wetsarchieven uitspitten, maar ook de kranten uit die tijd. We stelden vast dat de eerste marihuanawetten in het Noordoosten gebaseerd waren op de 'angst voor verandering'.

Om die 'angst voor verandering' in de juiste tijdsgeest te plaatsen is het interessant een stukje editoriaal uit de New York Times van 1919 te citeren:

 

"Niemand hier in New York gebruikt die drug marihuana. We hebben alleen maar geruchten gehoord uit het Zuidwesten, maar het is toch beter om gebruiksverbod op te leggen vooraleer het hier geraakt. Anders zullen al de heroïne- en harddrugsverslaafden die door de Harrison Act hun drugtoevoer afgesneden zien, en al de alcoholdrinkers die hun drug zien verdwijnen door de drooglegging van 1919, hun genotmiddel vervangen door deze onbekende drug marihuana."

 

Uitgaande van de theorie dat deze nieuw ontdekte drug marihuana aan de harddrugs- en alcoholverslaafden een vervangmiddel bood voor hun verslaving, was voldoende om op basis van de 'angst voor verandering' preventief verbod te leggen op marihuanagebruik.

 

In 26 van de 27 staten lag de basis van het verbod bij de anti-Mexicaanse gevoelens in het Zuidwesten en de Rocky Mountains, en bij de angst voor veranderingen in het Noordoosten.

 

Er bleef dus nog slechts 1 staat over. Dat was voor ons de belangrijkste staat omdat het de allereerste was die een strafwet tegen marihuanagebruik uitvaardigde. Dat was de staat Utah.

U zal misschien zeggen: "Ja, maar Utah past perfect in het rijtje met Colorado en Montana. Het moet aan de aanwezigheid van de Mexicanen gelegen zijn."

Ja, dat dacht ik eerst ook. Maar we onderzochten nauwgezet de immigratiepatronen en ontdekten tot onze verrassing dat Utah toen en ook nu nog, geen substantiële Mexicaans-Amerikaanse bevolking heeft. Er moest dus ergens een andere reden zijn.

 

Het moest iets te maken hebben met het enige wat Utah uniek maakt in de Amerikaanse geschiedenis: de mormonenkerk.

 

Met de hulp van enkele mensen, verbonden aan de mormonenkerk in Salt Lake City, en het Mormon National Tabernacle in Washington, ontdekten we de oorsprong van de marihuanawet in dit land. Er was een rechtstreeks verband met de geschiedenis van Utah en het mormonisme.

 

De mormonenkerk gaf vroeger aan zijn mannelijke volgelingen de toelating om meer dan één vrouw te hebben - polygamie. In 1876 stelde het Amerikaanse Hooggerechtshof, in een zaak Reynolds tegen de VS, dat mormonen vrij waren te geloven wat ze wilden maar dat polygamie in de VS niet kon. En wie denkt u dat deze beslissing van het Hooggerechtshof in 1876 in de praktijk kon afdwingen, de staat en de plaatselijke politie? In Utah zijn dat allemaal mormonen. Er gebeurde dus niets gedurende jaren. Zij die polygaam wilden leven, deden gewoon verder als voorheen.

 

In 1910 bepaalde de mormonenkerk tijdens een synode in Salt Lake City dat polygamie een religieuze vergissing was en uit de mormonenkerk gebannen werd. Na die uitspraak was er een groot aantal onder hen die wilden leven volgens wat zij 'de traditionele weg' noemden. Velen verlieten Utah en de VS om zich in Noordwest-Mexico te vestigen. Ze schreven neer wat zij in Mexico wilden bereiken. Ze wilden nederzettingen bouwen om van daar uit de Indianen, Mexicanen en wat ze 'heidenen' noemden, te bekeren tot het mormonisme. In Noordwest-Mexico zijn er nu nog steeds heel wat mormonengemeenschappen.

 

Maar blijkbaar waren veel mormonen niet zo gelukkig in hun nieuwe land. Hun religie lag er niet zo goed in de markt en het grote succes bleef uit. Ze voelden zich ongemakkelijk en wilden terug naar Utah waar hun vrienden woonden. Dat gebeurde ook. En met hen kwam de marihuana mee die ze bij de Indianen hadden leren gebruiken.

 

U weet dat de mormonenkerk altijd tegenstander was van het gebruik van genotsmiddelen, van welke aard ook. De terugkomers werden gezien met marihuana. In augustus 1915 kwam de kerk in synode bijeen en verklaarde het gebruik van marihuana strijdig met de mormonenreligie. Bijgevolg werd dit in oktober 1915 als staatswet aangenomen, want zo ging dat in die tijd in Utah.

 

Elk religieus verbod werd een strafwet. De eerste strafwet in de Amerikaanse geschiedenis tegen marihuanagebruik was in 1915 een feit.

 

Na deze uiteenzetting over de eerste marihuanawetten komen we terug op het federale spoor.

Het is 1937 en we krijgen, in de VS, een nationaal marihuanaverbod: The Marihuana Tax Act.

 

The Marihuana Tax Act van 1937

 

Het lijkt wel of we al langer dan 1937 een verbod op marihuana hadden. Toch is dat niet zo. Dat marihuana veelbesproken was is mee te wijten aan de tijdsgeest eind jaren dertig. Maar er is meer. Telkens het Congress een wet gaat stemmen, worden hoorzittingen gehouden. Die kunnen zeer uitgebreid zijn, ze gaan maar door en duren soms dagen lang.

 

Mag ik erop wijzen dat de hoorzittingen over het nationale marihuanaverbod zéér kort waren. Ze duurden samen welgeteld twee uren. Omdat ze zo kort waren kan ik u bijna woordelijk vertellen wat er gezegd werd ter verdediging van het verbod.

 

Ik heb deze lezing ook gehouden voor de FBI Academy. Daar heb ik echter het volgende verhaal niet verteld. Het gaat over de dikte van het dossier van de hoorzittingen over het nationale marihuanaverbod. Toen we een kopie van het zittingsverslag vroegen aan de bibliotheek van het Congress, werd tot hun eigen verbazing niets gevonden. Wij reageerden met ongeloof.

 

Het duurde vier maanden vooraleer aan ons verzoek kon voldaan worden omdat de verslagen zo kort waren dat het dossier(tje) door een spleet in de archiefkast gesukkeld was. Uiteindelijk werd de kast gedemonteerd om het dossier eruit te vissen.

 

Er waren drie belangrijke getuigenissen op de hoorzittingen.

 

De eerste getuigenis kwam van Harry Anslinger, de pas benoemde commissaris van het Federal Bureau of Narcotics. Omstreeks 1930 werden in de VS twee federale politiediensten opgericht, het Federal Bureau of Investigation (FBI) en het Federal Bureau of Narcotics (FBN). De twee organisaties hadden een verschillende voorgeschiedenis maar ook enkele gelijkenissen. Eén ervan was dat elk van de Bureaus geleid werd door één persoon gedurende zeer lange tijd.

 

In het geval van het FBI was dat J. Edgar Hoover (met een belachelijke hoofddeksel). Bij het FBN was dat Harry Anslinger die het Bureau leidde van 1930 tot 1962. Commissaris Anslinger getuigde op de hoorzittingen voor de overheid. Hij schreef zijn teksten niet zelf. Daarvoor had hij ene mijnheer Stanley, een openbare aanklager uit New Orleans. Ik citeer: "Marihuana is een verslavende drug die bij zijn gebruikers waanzin, criminaliteit en dood veroorzaakt". Dat was de getuigenis van de commissaris in naam van de overheid ter ondersteuning van het marihuanaverbod...

 

Het uiteindelijke doel van die snelle hoorzitting was het verbod op de hennepteelt invoeren in Amerika. We weten dat hennep andere toepassingen heeft dan het recreatieve gebruik.

 

* hennep werd altijd al gebruikt om koorden te maken

* de olie van de hennepplant was de basisgrondstof voor verf en vernis

* het zaad van de hennepplant werd wereldwijd gebruikt in vogelzaad

 

Omdat deze industrieën betrokken partij waren, werden hun vertegenwoordigers gehoord.

 

Eerst kwam de koordenman vertellen: de hennep om koorden te maken was een belangrijk economisch gewas in Noord-Virginia en Zuid-Maryland ten tijde van de Burgeroorlog. Maar, zo vervolgde hij, rond 1820 was importeren uit het Verre Oosten goedkoper geworden dan zelf telen. De eigen teelt werd dus overbodig.

 

In dit verhaal zijn twee dingen opmerkelijk:

 

Het eerste is dat het verhaal aangeeft dat onze voorouders iets hadden met marihuana. We vonden geen bewijs van het recreatieve gebruik van hennep, maar ze kweekten het wel. Hennep was de belangrijkste teelt in Mount Vernon. Het was de tweede belangrijkste in Monticello.

 

Het tweede punt is nog interessanter. De koordenman zei in 1937 dat de hennepteelt overbodig geworden was. Vijf jaar later, in 1942, is de aanvoerlijn van hennep uit het Verre Oosten voor de VS afgesneden. We hebben grote hoeveelheden hennep nodig voor de schepen. Daarom begon de federale overheid met de teelt van hennep op gigantische farms door heel de Midwest en het Zuiden, om koorden te maken voor oorlogsschepen. Ook vandaag nog groeit de hennep langs de spoorlijnen, restanten van de enorme plantages die heel de oorlog zijn blijven bestaan.

 

De verf- en vernisman zei: "Wij kunnen iets anders gebruiken".

 

Van de afgevaardigden van de industrie bood enkel de vogelzaadman enig verzet. Aan hem werd gevraagd: "Kunnen jullie geen ander zaad gebruiken?" De vogelzaadman antwoordde daarop - de citaten staan letterlijk in de teksten van de hoorzittingen: "Nee, dat kunnen we niet. We hebben nooit een ander zaad kunnen vinden dat aan de vogels zulke glanzende veren geeft en waarvan ze zo goed zingen". Omdat de vogelzaadman geen alternatief had werd voor hem een uitzondering gemaakt op de Marihuana Tax Act.

 

Die uitzondering is vandaag nog steeds van kracht.

 

Dus we hadden de getuigenis van Anslinger en de getuigenissen van de industrie. Restte nog één partij die op deze korte hoorzitting moest getuigen, en dat was de medische. Er waren twee stukken medisch bewijs voorgelegd met betrekking tot het marihuanaverbod.

 

Het eerste kwam van een farmacoloog van Temple University die beweerde dat hij het actieve ingrediënt van marihuana ingespoten had in de hersenen van 300 honden en dat twee van die honden doodgegaan waren. Toen de Congressleden vroegen: "Dokter, hebt u honden gekozen vanwege de gelijkenis van hun reacties met die van mensen?" antwoordde de farmacoloog: "Ik zou het niet weten, ik ben geen hondenpsycholoog".

 

Welnu, het actieve bestanddeel van cannabis werd voor het eerst afgezonderd in een labo in Nederland na WO 2. Wat die farmacoloog bij de honden heeft ingespoten zullen we nooit weten, maar het is vrijwel zeker dat het niet ging om de actieve stof van marihuana.

 

Het andere medische bewijsstuk kwam van Dr. William C. Woodward. Dr. Woodward was zowel advocaat als arts en hoofd van de adviesraad van de American Medical Association (AMA). Hij kwam getuigen in naam van AMA en zei, ik citeer: "De AMA weet niets van enig bewijs dat marihuana een gevaarlijke drug zou zijn".

 

Verbazingwekkend is hier de manier waarop de Congressleden reageerden. Een van hen zegt: "De AMA weet niets van enig bewijs dat marihuana een gevaarlijke drug zou zijn? Dokter, als u niets goeds te vertellen hebt over wat we hier trachten te doen, waarom gaat u dan niet naar huis?" Een ander Congresslid zei: "Dokter, we worden er ziek van naar u te luisteren."

 

De interessante vraag voor ons gaat niet over de waarde van het medische bewijsmateriaal. De vraag is waarom de wettelijke vertegenwoordiger van de meest prestigieuze artsenorganisatie van de VS op een dergelijke laatdunkende en autoritaire manier wordt behandeld.

 

De geschiedenis van drugs weerspiegelt perfect de geschiedenis van dit land. Er gebeurden vele dingen in de VS in die periode. Het belangrijkste was de herverkiezing in 1936 van Franklin Roosevelt als president na de grootste verkiezingscampagne die tot dan toe in de VS opgezet werd. Tegenover elke republikein stonden twee democraten, maar ze waren het bijna allemaal eens over het economische en sociale hervormingsplan dat bekend stond onder de naam 'New Deal'.

 

De AMA verzette zich vanaf 1932 tot 1937 systematisch tegen elk onderdeel van de New Deal-wetgeving. Vandaar dat in 1937 de Commissie, goed voorzien van New Deal-democraten, zegt, mottig te worden bij het aanhoren van Woodward.

 

En zo, ondanks de weerstand van AMA werd het wetsvoorstel door de Commissie naar de senaat verwezen. U denkt wellicht dat het debat over het verbod in de senaat wat serener gevoerd zou worden. Niet zo: het duurde volgens mijn berekening welgeteld één minuut en 32 seconden. U krijgt de tekst ervan in elk geval woordelijk. Het had ook te maken met de weersomstandigheden in Washington DC, midden augustus, een vrijdagnamiddag, in die tijd zonder airconditioning in de senaat. Er waren dan ook onvoldoende afgevaardigden voor een debat. Er werd geen woord gewisseld. De wet werd zonder debat doorgestuurd naar het Huis van Afgevaardigden.

 

Voorzitter Sam Rayburn riep op om de wet goed te keuren op basis van 'tellers'. Dat systeem is simpel: de afgevaardigden negeren het ene of het andere onderwerp, en op basis daarvan wordt het wetsvoorstel goedgekeurd. Het Huis van Afgevaardigden wilde de wet zonder enig debat en zonder geregistreerde stemming doen goedkeuren toen ze door een van de weinige aanwezige republikeinen, iemand uit New York, onderbroken werden. Hij stelde twee vragen.

"Mijnheer de voorzitter, waar gaat dit wetsvoorstel over?"

 

Voorzitter Rayburn antwoordde: "Ik weet het niet. Het heeft te maken met iets dat marihuana genoemd wordt. Ik denk dat het een soort drug is."

 

Onverstoord stelde de man uit New York een tweede vraag. Een vraag die voor de republikeinen even belangrijk was als voor de democraten onbelangrijk: "Mijnheer de voorzitter, krijgt dit wetsvoorstel de steun van de AMA?" Deze antwoordde: "Hun Dr. Wentworth kwam getuigen. Zij steunen het voorstel voor 100 procent". Dat was een leugen. Opmerkelijk was dat de man die in de commissie zetelde en het wetsvoorstel steunde, later rechter werd bij het Hooggerechtshof. De naam van de AMA-dokter was overigens Woodward en AMA steunde het voorstel níet. Maar het was voldoende voor de republikeinen. Ze bleven zitten en het wetsvoorstel werd goedgekeurd.

 

In de senaat was er nooit enig debat of een geregistreerde stemming. Het wetsvoorstel ging naar het bureau van president Roosevelt, hij tekende het en de VS hadden een nationaal verbod op marihuana.

 

De situatie van 1938 tot 1951

 

De volgende stap in het verhaal is de periode van 1938 tot 1951. Whitebread heeft drie verhalen te vertellen over die periode.

 

Het eerste: onmiddellijk na de goedkeuring van het nationale marihuanaverbod besliste Anslinger om een conferentie te houden met alle mensen die iets afwisten van marihuana. Het moest een grote nationale conferentie worden waarvoor hij tweeënveertig mensen uitnodigde. We vonden het exacte verslag van de conferentie.

 

De eerste ochtend van de conferentie stapten er van de 42 genodigden 39 uit de vergadering met een uitleg in de zin van: "Maar commissaris Anslinger, ik weet niet waarom u mij vroeg voor deze bijeenkomst, ik weet niets over marihuana."

 

Dus bleven er drie over. Behalve Dr. Woodward en diens assistent - en u weet wat zij ervan dachten - bleef er nog één man over, en dat was de farmacoloog van Temple University, de man van de honden.

 

Commissaris Anslinger benoemde hem tot officieel expert van het Federal Bureau of Narcotics voor marihuana, een functie die hij behield tot in 1962. Zijn benoeming als officieel expert spreekt voor zich: hij was de enige die het met Anslinger eens was.

 

Het volgende verhaal viel erg in de smaak tijdens mijn lezing voor de FBI Academy, omdat het over ordehandhaving gaat. Nadat het nationaal marihuanaverbod was goedgekeurd ontdekte Anslinger dat bepaalde mensen dit verbod overtraden. Jammer voor hen behoorden ze ook nog tot een herkenbare beroepsgroep, namelijk jazzmuzikanten! En dus stuurde Anslinger een rondschrijven aan zijn FBN-agenten:

 

"Beste Agent X,

Gelieve in uw rechtsgebied alle dossiers voor te bereiden inzake muzikanten die de marihuanawetten overtreden. We gaan een nationale razzia houden en al die personen zullen in één dag gearresteerd worden. Ik zal u laten weten welke dag."

 

Die brief dateert van 24 oktober 1947. De antwoorden van de plaatselijke FBN-agenten zaten allemaal in het dossier. Elke plaatselijke agent maakte voorbehoud. Het antwoord van de FBN-agent uit Hollywood klonk zo:

 

"Beste Commissaris Anslinger,

Ik ontvang uw brief van 24 oktober. Hierbij meld ik u dat de muzikantengemeenschap hier in Hollywood in een zeer gesloten bond is verenigd en wij zijn er niet in geslaagd een informant binnen te krijgen. Dus hebben we voor het ogenblik geen zaken rond muzikanten die betrokken zijn bij het overtreden van de marihuanawetten."

 

Het daaropvolgende anderhalf jaar kreeg Anslinger véél dergelijke brieven. Hij erkende echter nooit dat zijn agenten enig probleem zouden hebben met zijn ideeën. Steeds opnieuw stuurde hij hen dezelfde brief terug:

 

"Beste Agent Y,

Het verheugt me te horen dat u hard werkt om gevolg te geven aan mijn richtlijnen van 24 oktober 1947. We zullen (en hij onderlijnde steeds het woord 'zullen') een grote nationale razzia uitvoeren om alle muzikanten die de marihuanawetten overtreden, in één dag te arresteren. Maakt u zich geen zorgen, ik laat u weten welke dag."

 

En dat ging zo maar door. U weet wellicht dat een aantal jazzmuzikanten effectief werden gearresteerd eind jaren 1940. In 1948 getuigde commissaris Anslinger voor een senaatscommissie. Hij zei: "Ik heb meer agenten nodig." De senators vroegen hem waarom. "Omdat er mensen zijn die de marihuanawetten overtreden.", zei Anslinger. De senators vroegen uiteraard wie zich daaraan schuldig maakte. En in een eerste reactie zei Anslinger: "Muzikanten". Dan keek hij in de richting van de commissieleden en gaf zich bloot door een uitspraak te doen die in de geschiedenis van het niet-medicinale gebruik van drugs in de VS een onverwacht grote reactie uitlokte: "En ik doel daarmee niet op goede muzikanten, ik bedoel jazzmuzikanten."

 

Het is onvoorstelbaar welke woordenvloed dit veroorzaakte. Binnen de 24 uren kreeg hij in 76 krantenartikels ervan langs, evenals in de speciale edities van de destijds snelgroeiende commerciële pers rond de jazzmuziekindustrie. In drie dagen tijd kreeg het departement van financiën 15.000 brieven. Stapels zaten nog ongeopend in de zakken. Ik opende er een paar.

 

Hier volgt een typische:

 

"Beste Commissaris Anslinger,

Ik juich uw inspanningen toe om Amerika te bevrijden van de gesel van de narcoticaverslaving. Indien u daarover echter even gedesinformeerd bent als over muziek, zal u nooit slagen."

 

Een van de leuke zaken waarin we inzage kregen, waren de agenda’s met afspraken tijdens zijn jarenlange mandaat. Vijf dagen nadat hij zijn gal gespuugd had over jazzmuzikanten, staat er in zijn agenda: "10 AM afspraak met de minister van financiën". Ik weet niet wat er gebeurd is op die afspraak, maar vanaf dat moment is nooit meer iets gezegd over de grote nationale razzia tegen muzikanten die de marihuanawetten overtraden.

 

Het laatste verhaal over deze periode is veruit het leukste. Weer moet u zich even verplaatsen in die ouwe tijd om de toestand te begrijpen. Einde jaren '30, begin '40 werd naar marihuana systematisch verwezen als the killer drug, de moordenaar van de jongeren. U kent wellicht Reefer Madness? Waar kwamen deze buitengewone verhalen vandaan die in de VS de ronde deden over wat marihuana kon doen met zijn gebruikers? Er wordt gesteld dat Anslinger ze overdroeg aan de Amerikanen in zijn pogingen om te wedijveren met Hoover (FBI). De verschrikkelijke reputatie die marihuana had eind jaren '30, begin jaren '40 vond zijn oorsprong in de woorden van Anslinger. "Marihuana is een verslavende drug die bij de gebruiker krankzinnigheid, criminaliteit en dood veroorzaakt". Het magische woord is krankzinnigheid! Marihuanagebruik, zei de overheid, veroorzaakt krankzinnigheid.

 

Omstreeks 1940 waren er ook de vijf ophefmakende moordzaken waarin de verdediging onschuldig pleitte, zich uitsluitend baserend op "krankzinnigheid door het gebruik van marihuana voor de misdaad".

 

Wie een verdediging bouwt op grond van krankzinnigheid, heeft in de eerste plaats een deskundige, een expert nodig. En de geschikte persoon zit in Temple University. Het is de man van de honden. U zult niet geloven wat er toen gebeurde.

 

De moordzaak die de meeste aandacht kreeg ging over twee vrouwen die op een bus waren gesprongen in Newark, New Jersey. Ze schoten de busbestuurder dood en beroofden hem. Zij gebruikten ter verdediging: "krankzinnigheid ten gevolge van marihuanagebruik". De verdediging contacteerde de farmacoloog, betrok hem als expert in de zaak, en stelde hem een aantal vragen.

 

Vraag: "Dokter, deed u onderzoek naar de materie, of zo ...? Schreef u hierover?"

 

Antwoord: "Ja, ik deed het onderzoek met de honden."

 

Vraag: "Wat hebt u met de drug gedaan?"

 

Antwoord: "Ik deed experimenten met honden, ik heb er iets over geschreven, en ik heb de drug zelf gebruikt".

 

Vraag: "Dokter, toen u de drug gebruikte, wat gebeurde er toen?"

 

In aanwezigheid van de voltallige pers die bij dit ophefmakende proces in Newark aanwezig was in 1938, zei de farmacoloog, en ik citeer: "Na twee trekjes van een marihuanasigaret veranderde ik in een vleermuis".

 

En daar bleef het niet bij. Hij getuigde dat hij vijftien minuten lang door de kamer vloog en terechtkwam op de bodem van een vijftig meter hoge inktpot ...

 

Dàt doet kranten verkopen. Wat dacht u van de krantenkop 's anderendaags in de Newark Star Ledger, op 12 oktober 1938?

"Killer Drug Turns Doctor to Bat!" (vrij vertaald: "marihuana verandert arts in vleermuis").

 

Wat we nog nodig hebben om krankzinnigheid ter verdediging aan te voeren is de getuigenis van de beklaagde. De beklaagde wordt naar voor gebracht voor verhoor.

 

Vraag: "Wat gebeurde er in de nacht van de misdaad?"

 

Antwoord: "Ik gebruikte marihuana."

 

Vraag: "En wat gebeurde er toen?"

 

Antwoord: "Na twee trekjes aan een marihuanasigaret werden mijn snijtanden 15 cm lang en bloed droop eraf."

 

Gekker kan je het niet maken. Telkens als krankzinnigheid door marihuana werd ingeroepen door de verdediging, bleek dit succesvol.

 

De zaak in New York was ook zeer eigenaardig. Twee politiemannen werden doodgeschoten. De beklaagde voerde de verdediging aan van krankzinnigheid door marihuana. In die zaak werd nooit de vraag gesteld of de beklaagde wel effectief marihuana gebruikt had. De beklaagde stelde dat vanaf het ogenblik dat een zak met marihuana in zijn kamer aanwezig was, deze 'moordende vibraties' uitstraalde. Hij begon met honden en katten te doden en uiteindelijk doodde hij twee politiemannen.

 

Anslinger zag dat de verdediging op basis van krankzinnigheid door marihuanagebruik meer succes had dan goed voor hem was. Hij schreef de farmacoloog van Temple University aan met de woorden: "Indien u niet stopt met getuigen voor de verdediging in dergelijke zaken, zal uw status van Officieel Expert van het Federal Bureau of Narcotics, ingetrokken worden."

 

Hij wilde zijn plaats niet verliezen dus stopte hij zijn getuigenissen. Na hem wilde niemand het vleermuizenverhaal voortzetten. Daarmee kwam een einde aan de verdediging op grond van krankzinnigheid door marihuanagebruik. Echter niet alvorens marihuana een zeer beruchte reputatie gekregen had.

 

We maken een sprong naar 1951. We krijgen dan een heel nieuwe drugwet, de Boggs Act genoemd, en die is voor ons om twee redenen belangrijk.

 

Er is allereerst de formule voor de drugwetgeving in de VS. Die is altijd van toepassing. Iemand, en meestal is dat de pers, stelt een toename van druggebruik vast. In de geschiedenis van de VS wordt steevast gereageerd met een nieuwe strafwet en zwaardere straffen voor elke soort overtreding. Zag u ooit films uit die periode zoals High School Confidential? Over jongeren van de middelbare scholen die beginnen te experimenteren met drugs. Het antwoord is altijd gekend. Een verviervoudiging van de straffen in alle overtredingcategorieën. De Boggs Act had ook een heel nieuwe redenering rond het marihuanaverbod.

 

De denkwijze dat marihuana een verslavende drug was die bij de gebruiker krankzinnigheid, criminaliteit en dood veroorzaakte, moest aangepast worden. Net voor Anslinger zou gehoord worden voor de Boggs Act getuigde een arts van de Kentucky Narcotics Rehabilitation Clinic dat de medici wisten dat marihuana geen verslavende drug was. Het veroorzaakte geen dood of krankzinnigheid, en in plaats van criminaliteit veroorzaakte het eerder passiviteit, aldus de arts.

 

Dan kwam Anslinger aan het woord. De argumenten die hij op de hoorzitting van 1937 gebruikt had om het verbod erdoor te krijgen, waren intussen volledig onderuit gehaald. Hij had al wat opdoffers gekregen om wat hij gezegd had en vreesde voor een herhaling. In een echte gladde federale bochtenwringerij zei hij: "De dokter heeft gelijk, marihuana is geen verslavende drug, het veroorzaakt geen krankzinnigheid noch dood. Maar het is een zekere eerste stap op weg naar heroïneverslaving." Anslinger heeft altijd geloofd dat er iets in marihuana zit dat crimineel gedrag veroorzaakt. Zijn opmerking dat marihuana de opstap was naar heroïne werd in 1951 de nieuwe denkwijze voor het nationale marihuanaverbod. Het was de eerste maal dat marihuana op één hoop gegooid werd met andere drugs en niet apart behandeld werd. De straffen werden nogmaals verdubbeld in elke overtredingcategorie.

 

De wetgeving is de weerspiegeling van de geschiedenis van het land. In 1951 hadden we de Koreaanse oorlog, de koude oorlog. De pers deed er dan ook niet lang over om het waargenomen druggebruik in de scholen af te schilderen als een poging van 'buitenlandse vijanden' om via drugs de Amerikaanse jeugd te ontwrichten.

 

Dat was de nieuwe strategie: onze buitenlandse vijanden gebruikten de drugs om via de Amerikaanse jongeren het land te ondermijnen. Die nieuwe denkwijze lag aan de basis van een nieuwe strafverhoging. Een keer dat je dat systeem in gang zet, gaat de bal rollen aan een niet te stoppen tempo.

 

1956 en de Daniel Act

 

In 1956 krijgen we een nieuwe drugwet, de Daniel Act, genoemd naar de Texaanse Price Daniel. Ze is voor ons op twee punten belangrijk. Ten eerste, de wet weerspiegelt weer de gekende formule: iemand stelt een (vermeende) stijging vast van druggebruik in dit land, en het antwoord is steevast een nieuwe strafwet met strengere straffen in alle overtredingcategorieën.

 

Waar kwam die 'vaststelling' van verhoogd druggebruik nu opeens vandaan?

 

In 1956 werden voor het eerst hoorzittingen van de senaat op televisie uitgezonden. De eerste die aan de beurt kwam was senator Estes Kefauver uit Tennessee. Hij kwam getuigen over de georganiseerde criminaliteit in Amerika. Deze hoorzittingen, die door iedereen bekeken werden, toonden twee zaken die we vandaag wel allemaal kennen, maar in die periode grote verbazing opwekten: enerzijds wezen zij op het bestaan van zoiets als een georganiseerde criminaliteit, en anderzijds dat deze gefinancierd werd door de drugshandel. Dat was voldoende om de wet erdoor te jagen en de straffen in alle categorieën te verzwaren. Eerder al verhoogd met factor vier, werden de straffen nogmaals verhoogd met factor acht.

 

De aanvaarding van al die wetten resulteerde in wantoestanden. In de periode van 1958 tot 1969 was in de staat Virginia - een typisch voorbeeld - de zwaarst bestrafte misdaad het bezit van marihuana. Dat betekende een minimumstraf van 20 jaar waartegen geen beroep mogelijk was.

 

Ter verduidelijking, in die periode stond op moord met voorbedachtheid een minimumstraf van 15 jaar. Verkrachting kostte minstens 10 jaar. Bezit van marihuana werd bestraft met minimum 20 jaar, verkoop van marihuana met 40 jaar.

 

1969 en de Dangerous Substance Act

 

In 1969 krijgen we een nieuwe drugwet. Het is de eerste in de geschiedenis die afwijkt van de geijkte formule. Het is de wet van 1969 op gevaarlijke producten (Dangerous Substances Act). Voor de eerste keer in de geschiedenis van de Verenigde Staten worden, na een vastgestelde stijging van het druggebruik, de wetten niet verstrengd maar versoepeld. Meer nog, in de Dangerous Substance Act van 1969 wordt uiteindelijk afgestapt van het zogenaamde 'tax'-verhaal.

 

In de federale wet van 1969 worden alle drugs opgenomen die we kennen. Behalve twee. Nicotine en alcohol. Maar behalve die twee, alle andere drugs.

 

Oh ja, als u straks over drugs praat, mag ik u dan vragen de totaal misplaatste term narcotics niet meer te gebruiken. Narcotics zijn drugs die de mensen in slaap doen en praktisch alle drugs die ons vandaag interesseren, doen dat niet.

 

Binnen het kader van de Dangerous Substance Act waagde men zich in 1969 niet meer aan een definitie van narcotics. Wat wél gedaan werd in de meeste staten van de VS was het klasseren van alle drugs, behalve nicotine en alcohol. En dit volgens twee criteria:

 

Wat is de medicinale waarde van de drug?

Wat is het potentieel van de drug voor misbruik?

 

We klasseren alle drugs volgens die twee criteria en plakken daar dan straffen op voor bezit, bezit met handel als doel, verkoop, verkoop aan minderjarigen, naargelang de soort drug.

De hoogste categorie omvat drugs met weinig of geen medicinale waarde en met een hoog potentieel voor misbruik. In die lijst staan LSD, marihuana, hasj, ... Dan volgt de lijst van substanties met enige medicinale waarde en hoog potentieel voor misbruik, zoals barbituraten, amfetamines. Daarna volgen de stoffen met een hoge medicinale waarde en een hoog potentieel voor misbruik zoals morfine, codeïne. Codeïne zit in zowat elke voorgeschreven hoestsiroop en is zwaar verslavend. Dan komen we bij de antibiotica met een hoge medicinale waarde en praktisch geen potentieel voor misbruik.

 

Van toen de indeling van drugs een feit was, werd het mogelijk aan die indeling straffen te koppelen. In 1969 wilde men de straffen voor marihuana verminderen en daarom moest marihuana apart kunnen behandeld worden. De Dangerous Substances Act was belangrijk omdat we waren afgestapt van het 'tax'-verhaal, en omdat het de eerste wet in de Amerikaanse geschiedenis was die straffen verlichtte in plaats van ze te verhogen.

 

Het vervolg kent u. We kregen de War on Drugs. In de jaren 1980 werd een verhoogd druggebruik waargenomen en er volgde de dramatische beslissing om de oorlog te verklaren aan de drugs en meerbepaald, aan de drugsgebruikers. U hebt het zien gebeuren. U zag ook hoe we de ene wet na de andere kregen en hoe we de straffen verhoogden.

 

De War on Drugs was een goedkope oorlog. De boetes en de verbeurdverklaringen werden gebruikt om hem te financieren. Wie gepakt werd, betaalde de kosten van de oorlog. Maar de verbeurdverklaringen doen nu vragen rijzen over het eigendomsrecht.

 

Besluit: het probleem van het verbod.

 

Er is nog iets dat ik hier wil vertellen. Ik ben eerlijk gezegd niet geïnteresseerd in drugs of in de criminalisering ervan. Ik ben wel van mening dat we de strafrechtelijke vervolging voor drugs moeten afschaffen en die zaken op een medische manier moeten benaderen. Er is een veel breder gegeven dan drugs alleen. Het idee achter de prohibitie, het gebruik van het strafrecht om op te treden tegen iets waarmee een groot aantal onder ons bezig is, dat interesseert mij.

 

Professor Bonnie bleef zich bezighouden met de drugwetgeving. Ik niet. Mijn interesse gaat naar het strafrechtelijk verbod en voor dit doel had ik als criminoloog gelijk welk ander verbod kunnen kiezen. Het alcoholverbod bijvoorbeeld, of het verbod op kansspelen dat in vele staten nog gehandhaafd wordt.

 

Of wat dacht u van het verbod in Engeland van 1840 tot 1880 op het drinken van gin? Geen drankverbod, neen, enkel een verbod op gin. Begrijpt u dat?

 

We hadden gelijk welk verbod kunnen onderzoeken, we hebben dat niet gedaan. We kozen voor het marihuanaverbod omdat dat verhaal nooit verteld was en omdat het een verbazingwekkende geschiedenis is.

 

We hadden alcohol kunnen kiezen, maar daarover zijn al zoveel interessante dingen geschreven. En weet u dat iedereen die ooit serieus over het nationale alcoholverbod geschreven heeft, tot dezelfde conclusie gekomen is als het ging over de reden van het mislukken van de handhaving van het verbod. De reden van die mislukking is dat de ijzeren wet van de prohibitie overtreden werd. Ik verduidelijk:

 

Verbod wordt altijd door ONS bepaald om het gedrag van ANDEREN te leiden en te beheersen.

 

Wie het alcoholverbod bestudeerde weet waarom het faalde. Veel mensen steunden het idee van de prohibitie terwijl ze zelf niet tegen alcohol waren. Wablief? Een voorbeeld: We zijn republikein in New York in 1919. Drinker of niet, u bent voor het alcoholverbod omdat door het verbod de vergunde saloons in de stad gesloten worden. Die saloons werden gezien als de plaats waar corrupte klandizie zich ophield. Ze stonden bekend als uitvalsbasis van de New Yorkse Democratische Partij. Zowat elke republikein in New York was voorstander van het nationaal alcoholverbod. Toen het verbod er kwam, zeiden ze: "Wel, kijk eens aan, we zijn geslaagd. Daar drinken we op."

 

Ik wil even teruggaan naar het verbod op het drinken van gin. Hoe kan het drinken van alleen gin verboden zijn gedurende 40 jaar? Enkel gin, geen andere drank. Antwoord: de rijken dronken geen gin, die dronken whisky. De minderbedeelden dronken gin.

 

Laat ons het gokverbod eens bekijken. Gokken, u weet toch hoe dat gaat ... we waren gisteren samen, we hebben ons goed geamuseerd, we hebben vandaag al contact gehad, we kennen elkaar al jaren.

 

Wat dacht je ervan, na onze bespreking hebben we wel wat tijd om voor een paar centen een kaartje te leggen. Beetje pokeren deze namiddag? Waarom niet, het is toch leuk ...

 

 

Zouden we het dan weerzinwekkend vinden als de politie zou komen binnenvallen en ons arresteren wegens overtreding van het gokverbod? Natuurlijk zouden we dat weerzinwekkend vinden. Want van wie wordt verwacht niet te gokken? Het kan niet aanvaard worden van arme mensen. God bewaar me, ze zullen het armoedige huishoudgeld vergokken. Zij weten niet hoe ze het gokken moeten controleren. Zij kunnen er niet mee om. Maar wij, wij weten wel wat we doen.

 

Daarover gaat het. Elk strafrechtelijk verbod heeft diezelfde inslag. Het wordt door ONS opgelegd aan ANDEREN. Als u nu begrijpt dat het spel zo gespeeld wordt, dan weet u welk verbod gehandhaafd blijft en welk niet. De ijzeren wet van het verbod - alle verboden - is dat het verbod ingevoerd wordt door een herkenbare ONS om aan een herkenbare ANDERE een bepaald gedrag op te leggen.

 

Een verbod wordt onuitvoerbaar als we de reactie over ONS heen krijgen. Indien ooit, op eender welke manier, een verbod als een boemerang terugkeert en ONS stoort, dan zullen we het zeker laten vallen, verdomd als het niet waar is.

 

Kijk naar het alcoholverbod als u een snel voorbeeld wil. Zolang het alleen ANDEREN treft (u weet wel, die criminelen, die gekke mensen, die jongeren, die minderheden), dan is alles in orde. Maar elk verbod dat als een boemerang terugkomt en ONS stoort, gaat eraan.

 

Nemen we nog even het marihuanaverbod. Denkt u dat die 650.000 personen die in 1993 gearresteerd (bedankt Bill Clinton) werden wegens overtreding van de drugwetgeving allemaal individuen zijn uit minderheidsgroepen? Nee hoor. Helemaal niet. Het zijn zeer herkenbare kinderen van ONS, kinderen uit de middenklasse.

 

Ik verwacht geen antwoord op mijn mening. Geen enkel verbod houdt stand, nooit, als het zich keert tegen ONS en onze eigen kinderen straft, de kinderen van ONS, door wie het verbod is ingesteld. Welk prachtig sociologisch onderzoeksvoorwerp zullen wij zijn als de eerste maatschappij in de wereldgeschiedenis die de kinderen van haar eigen rijke klasse straft. Nooit eerder vertoond!

 

Slot

 

We zullen de War on Drugs nog een tijdje zien doorgaan tot iedereen ziet dat die oorlog gefaald heeft. Maar het is niet zeker dat het gezonde verstand het zal halen. Wij geilen immers op het idee van prohibitie. Echt waar! Daar houden we van in dit land. Daarom wil ik me aan een voorspelling wagen. U kan altijd zien welk verbod verdwijnt en welk verschijnt. We zullen een nieuw verbod krijgen omdat we houden van de gedachte dat we complexe medische, economische en sociale problemen kunnen oplossen door simpelweg een nieuwe strafwet in te voeren. Wij kicken daarop.

 

En nu komt het nieuwe verbod er aan. Wat zal het worden? Wapens? Nee, te moeilijk. Het zal zo iets zijn van: "Volksgezondheid heeft besloten ..." ... nee, niet "we moeten nog wat extra onderzoek doen" ... of  "er is tegenstand van redelijke mensen" ... nee. "Volksgezondheid heeft besloten dat het roken van sigaretten u zal doden." Wat er nu nodig is voor een nieuw verbod is een complex medisch, economisch of sociaal probleem.

 

Maar dat is niet genoeg. Er moet nog iets anders bij. Er moet een klassenverschil gemaakt worden, sociaal of economisch, tussen ONS en de ANDEREN.

 

U weet dat de federale overheid heel wat geld heeft uitgegeven sinds 1968 om ons te overhalen niet te roken. En inderdaad, de absolute cijfers zijn een beetje gedaald. Maar, weet u wie gestopt is met roken? Zij die hogere studies gedaan hadden stopten met roken. En zij zijn degenen die in de toekomst de maatregelen nemen en de stampen uitdelen. Zij roken niet.

 

De rokers zijn degenen waartegen de maatregelen genomen worden en die de stampen krijgen. En eens de opdeling gemaakt is tussen de eerste en de tweede groep, is alles snel gebeurd. Het begint met "Weet je, zij zouden beter met roken stoppen, ze doden zichzelf". Dan draait het en kijk maar naar de advertenties: "Ze zouden beter niet roken, ze doden ons."

 

En heel snel komt er die klassenverdeling. De wetgevers nemen de maatregelen en stampen om zich heen. En dan komt het wat er al heel de tijd zat aan te komen. "Weet je", zeggen ze dan, "dit moet gedaan zijn, en wij hebben het middel om dat te stoppen. We geven een crimineel statuut aan de productie, de verkoop of het bezit van tabak en tabaksproducten. Punt."

 

U weet dat de tabaksindustrie dit verwacht, dus hebben zij hun activiteiten verplaatst, weg van de VS. Alle bedrijvigheid wordt gefragmenteerd. Ze gaan hun sigaretten verkopen in China. Ze zijn hun activiteiten al aan het verhuizen. Wat zal dan het vervolg zijn? We weten het wel, op zekere dag, over tien of vijftien jaar, staat er een politicus op die zegt alsof het nog nooit eerder gezegd is: "We weten dat we het tabaksprobleem moeten aanpakken en ik heb een oplossing: criminalisering, verbod op productie, verkoop of bezit van tabakssigaretten."

 

En u weet wat er dan gebeurt. Dan moeten de rokers onder ons zich verbergen op het toilet om te roken. Sigaretten zullen dan geen drie dollar kosten per pakje, maar ze zullen drie dollar per stuk kosten. En wie zal ze aan u verkopen? De mensen die u alles willen verkopen, de georganiseerde criminaliteit. Het concept is er en we zullen weer de hele weg doorgaan omdat dit land verslaafd is aan het begrip 'verbod'.

 

Om te besluiten wil ik u zeggen dat ik niet denk dat hierover gedebatteerd zal worden. Als we hier over tien jaar terugkomen, dan zal het waarschijnlijk zo zijn dat het bezit van marihuana geen crimineel feit meer is in deze staat. Maar de productie, verkoop en bezit van tabak zal dat wél zijn. Omdat wij geilen op het idee van het verbod, we kunnen er niet zonder. Verbieden is onze favoriete bezigheid omdat we weten hoe we complexe medische, economische of sociale problemen moeten oplossen: een nieuwe strafwet met hardere straffen in elke categorie voor iedereen.

 

(Originele titel "The History of the Non-Medical Use of Drugs in the United States" door Charles Whitebread, Professor of Law, USC Law School – een lezing voor de California Judges Association 1995 annual conference. Nederlandstalige bewerking: ©JosNijsten).