De geschiedenis van het marihuanaverbod

Het hasjiesjverbod van 1924

"Hasjiesj is de meest gevaarlijke toxische substantie. Hasjiesj is een dodelijk vergif waarvoor nooit een tegengif ontdekt werd. Hasjiesjgebruikers lijden aan enkele ernstige medische kwalen: 1. Acuut hasjiesjisme. 2. Chronisch hasjiesjisme.
 

Natuurlijk haalt iemand vroeg of laat die ouwe dossiers van onder het stof en dan begint de discussie over wat in 1930 bedoeld werd met het woord cannabis. Stof tot overdenken. Wat zouden ze eigenlijk bedoeld hebben...?

Stel je even deze scène voor: we bevinden ons in een muffe zaal en het stinkt er naar de mottenballen, 85 jaar geleden. De muren zijn gestoffeerd met heldendaden van eerbare voorouders in de Congo. De televisie is wel al uitgevonden, maar Bart Peeters is nog niet geboren. Spionnen dragen steevast een deukhoed en hun kraag staat altijd recht omhoog. De straten worden zuinig verlicht met gaslampen. Paardenstront rapen is een eerbaar beroep met toekomst en alles is nog in zwart-wit, of sepia.
 

Hij heeft vlagen van bevingen en dwangmatige handelingen. Hij heeft een totaal geheugenverlies. Hij verliest volledig de zin in seks. Zijn intelligentie verzwakt en het complete organisme verrot. De chronische hasjiesjgebruiker wordt uiteindelijk hysterisch en waanzinnig."

Geen paniek, dit is geen uittreksel uit een wetenschappelijke studie, maar de argumentatie van de Egyptische afgevaardigde tijdens de Tweede Opium Conferentie van Wenen in 1924.

De andere aanwezigen vroegen zich af waar hun Egyptische collega het over had. Ze kenden de materie niet waarover ze gingen oordelen. En het woord materie is hier heel toepasselijk. Stof, substantie, preparaat. Hier werd beslist over het al dan niet verbieden van een product, niet over een plant. Op basis van het pleidooi werd hasj in Europa in 1928 verboden door de League of Nations, de huidige Verenigde Naties.

Dat leidde dan in België tot het “Koninklijk Besluit van 31.12.1930 omtrent den handel in slaap- en verdoovende middelen”. Artikel 1, 15 zegt: "Onder de toepassing van dit besluit vallen de nagenoemde stoffen, alsmede de preparaten welke die stoffen bevatten: Cannabis, Extracta, Resinae, Tincturae." Stoffen en preparaten. Geen woord over planten.
 

Nederlandstalige bewerking: ©JosNijsten2001

Begin jaren '90 deed professor in de rechtsleer Charles Whitebread een verregaand onderzoek naar de oorsprong van het verbod op niet-medicinaal marihuanagebruik. Zijn bevindingen vatte hij samen in een lezing voor de jaarlijkse bijeenkomst van de California Judges Association in 1995.
 

Bronnen

De onderstaande lezing is een uittreksel uit The Forbidden Fruit and the Tree of Knowledge, een onderzoek naar de legale voorgeschiedenis van het Amerikaanse marihuanaverbod.
 

Professor Whitebread:

”Deze uiteenzetting gaat over de geschiedenis van het niet-medicinale gebruik van drugs. Ik wil even verduidelijken wat mijn motivering is om hierover te praten.

Voor ik les gaf aan de Universiteit van Zuid-Californië doceerde ik aan de Universiteit van Virginia, van 1968 tot 1981. In die periode schreef ik mijn eerste belangrijke werk: The Forbidden Fruit and the Tree of Knowledge - The Legal History of Marihuana in the United States. Ik schreef het samen met professor Richard Bonnie die nog steeds actief is aan de Universiteit van Virginia. Het werd gepubliceerd in de Virginia Law Review in oktober 1970 en nam bijna de volledige editie in beslag.
De uiteenzetting bestreek 450 pagina's en kreeg veel nationale belangstelling omdat niemand zich ooit eerder met het verbod had beziggehouden.
 

Inleiding

Charles Whitebread schreef het rapport samen met professor Richard J. Bonnie. In zijn lezing verwijst Whitebread naar The Hearings of the Marihuana Tax Act en aanverwante documenten, en naar Marihuana, a Signal of Misunderstanding, door de National Commission on Marihuana and Drug Abuse (NCMDA).
 

MRHN01-01C

Charles Whitebread

De Pure Food and Drug Act

Het gebruik van morfine bij medische ingrepen in oorlogssituaties was tijdens de Amerikaanse burgeroorlog zo algemeen dat, toen rond 1880 talloze Unionisten verslaafd waren aan morfine, de pers verwees naar morfinisme als 'de soldatenziekte'. De Confederale militairen kenden die morfineverslavingsproblemen niet. Voor hen was morfine te duur. Medische ingrepen op het slagveld bij het Confederale leger bleven beperkt tot het afhakken van het betreffende lichaamsdeel terwijl de gekwetste een paar slokken whisky dronk. De Noordelijken waren echter door het veralgemeende morfinegebruik zwaar verslaafd.
 

De situatie in 1900

Professor Bonnie werd benoemd tot vicevoorzitter van de NCMDA en ikzelf werd adviseur van de Commissie. Door onze functie binnen de Commissie kregen Richard en ik inzage in zowel de publieke als de geheime dossiers van wat toen het Bureau of Narcotics and Dangerous Drugs genoemd werd. Aan de hand van die informatie publiceerden we samen The Marihuana Conviction - The Legal Story of Drugs in the United States, een werk dat aan de Universiteit van Virginia zes herdrukken kende. Daarna werd het grotendeels verkocht binnen FBI-kringen.”
 

MRHN01-02c1

Richard Bonnie

Om meer te weten over het niet medicinale druggebruik gaan we terug naar de Verenigde Staten van 1900. Daarover moet eerst iets gezegd worden wat belangrijk kan zijn: in 1900 waren veel meer mensen drugsverslaafd dan vandaag. Afhankelijk van de bron of de interpretatie, wordt aangenomen dat tussen twee en vijf procent van de Noord-Amerikaanse bevolking verslaafd was. Voor die dramatische verslavingstoename rond 1900 zijn er twee belangrijke oorzaken.
 

MRHN01-04

De eerste oorzaak was het gebruik van morfine - en een aantal derivaten ervan - in de legale medicinale toepassingen. Tot in 1900 was het normaal, voornamelijk in regio waar medisch materiaal schaars was, dat je bijvoorbeeld voor een blindedarmontsteking naar het ziekenhuis werd gebracht, daar morfine toegediend kreeg als pijnstiller tijdens en na de operatie, en het ziekenhuis verliet zonder blindedarm maar met een morfineverslaving.
 

De tweede oorzaak van drugsverslaving rond 1900 is deze:

In die tijd behoorden de drugsverslaafden tot een totaal andere maatschappelijke groep dan van wie u dat vandaag zou verwachten. Volgens statistieken voldoen jonge mensen, van het mannelijk geslacht, stadsbewoners en behorend tot een minderheidsgroep, het meest aan het profiel van de druggebruiker. Dat is net de tegengestelde situatie van honderd jaar geleden.

Volgens de statistieken was in 1900 de blanke plattelandsvrouw van middelbare leeftijd het meest vatbaar voor drugsverslaving. Maar het gebruik van morfine bij medische ingrepen op het slagveld verklaart de hogere graad van verslaving niet bij vrouwen. Dat brengt ons bij de tweede oorzaak van het aantal verslaafden in die tijd: de groei en ontwikkeling van de industrie van de gepatenteerde medicijnen.

Sommigen onder u herinneren zich wellicht nog de beelden uit westerns, gesitueerd einde 19e eeuw, toen geneesmiddelen eerder zeldzaam waren.
Rondtrekkende handelaars, zonder medische vakkennis, doorkruisten het platteland. Ze brachten allerlei drankjes en elixirs aan de man (vrouw) met duidelijke slagzinnen als "Dokter Smith's Olie, goed tegen alle pijnen", of "Dokter Smith's Olie, goed voor mens en dier". Wat de verkoperkwakzalvers er niet bij vertelden was dat veel van die drankjes voor meer dan de helft uit morfine bestonden. Dat bleek toen later, in het kader van de patentverwerving, de producten getest werden. Het hoge morfinegehalte van de 'medicijnen' was nodig om te voldoen aan de vereisten van het patent, namelijk dat de werking die bij de promotie van het middel vooropgesteld werd, wel degelijk aanwezig was. En zeg nu zelf, het maakt niet uit wat uw probleem is, of dat van uw dieren, het gaat zeker een stuk beter na een paar slokjes elixir dat voor de helft uit morfine bestaat. Er was dan ook de algemene reactie van "Waaw, dit spul werkt!"

Even naar de winkel gaan en bijhalen was geen probleem.
Het werd rechtstreeks over de toonbank verkocht. En die gepatenteerde geneesmiddelen kregen van vrouwen meer aandacht dan van mannen. Er zijn dan ook redenen om aan te nemen dat er een verband bestaat tussen die officiële verkoop en de rol die de vrouw speelde in die tijd. In elk geval lag het gebruik van morfine bij heelkundige ingrepen en de verkoop van gepatenteerde geneesmiddelen met morfine, aan de basis van een dramatische stijging van het aantal drugsverslaafden.

Eerder meldde ik hier al dat in 1900 meer verslaafden waren dan vandaag maar dat de maatschappelijke groep waartoe ze behoren een andere is dan we vandaag zouden denken. Het belangrijkste punt waarin de drugsverslaving van toen verschilt met die van vandaag is dat de verslaving van toen zuiver accidenteel was. Mensen kwamen met drugs in aanraking maar wisten niet wat ze innamen en ze kenden de impact er niet van.
 

De bijsluiterverplichting, de voorschriftverplichting, en de weigering om de gepatenteerde medicijnen goed te keuren, deed die industrie instorten en drong zo de bron van accidentele verslaving terug. De Pure Food and Drug Act van 1906 deed méér aan het terugdringen van het aantal drugsverslaafden dan gelijk welke strafwet die daarna ooit gemaakt werd.
 

De enige wet die ooit in de VS de drugsverslaving kon terugdringen was geen strafwet. De 1906 Pure Food and Drug Act resulteerde in een sterke daling van de drugverslaving. De wet omvatte drie punten. Het was om te beginnen de basis voor de Food and Drug Administration (FDA) in Washington die alle voedingsproducten en geneesmiddelen voor menselijke consumptie moet goedkeuren. Het eerste gevolg van de oprichting van de FDA was dat de gepatenteerde medicijnen al na een eerste test afgekeurd werden voor menselijke consumptie.
 

MRHN01-05c

De Pure Food and Drug Act stelde verder dat bepaalde geneesmiddelen enkel op voorschrift verkocht mochten worden.

En ten slotte stelde de wet - en dat is in de VS nog steeds zo - dat, indien een geneesmiddel een verslavende werking heeft, dit op de bijsluiter moet vermeld worden.
 

De Harrison Act

Dat was de Harrison Act en daarvan moeten we slechts drie dingen onthouden die vandaag van belang zijn.

* Het eerste is de datum, 1914. Mogelijk dacht u dat er al sinds de tijd van de revolutie een strafwet bestond die van toepassing was op niet-medicinaal gebruik van geneesmiddelen. Dat is echter niet zo. Het hele experiment van strafrechtelijke sancties om niet-medicinaal gebruik van geneesmiddelen tegen te gaan begon in de VS in 1914 met de Harrison Act.
 

MRHN01-06b

De allereerste strafwet op federaal niveau in de Verenigde Staten waarbij niet-medicinaal gebruik van geneesmiddelen gecriminaliseerd werd, kwam er in 1914.
 

* Een tweede interessant gegeven in de Harrison Act was de lijst van geneesmiddelen waarnaar verwezen werd. Die lijst bevatte praktisch geen drugs waarover we ons vandaag zorgen zouden maken. De Harrison Act was van toepassing op opium, morfine en de derivaten ervan, alsook de derivaten van het cocablad, zoals cocaïne. Nergens was er sprake van amfetamines, barbituraten, marihuana, hasjiesj, hallucinogenen van gelijk welke aard. Enkel opium, morfine, coca, en de derivaten ervan waren in de Harrison Act opgenomen.
 

Hamilton Wright, auteur van de Harrison Act
 

* Het derde en meest interessante gegeven was de structuur van de Harrison Act. Die structuur was zeer uitzonderlijk en stond model voor elk stukje federale wetgeving dat tussen 1914 en 1969 geschreven werd. Wat was dan dat model?

Dat model werd de Harrison Narcotics Tax Act genoemd. De ontwerpers van de Harrison Act hebben zeer duidelijk gezegd aan het Congres wat zij wilden bereiken. Ze hadden twee doelstellingen: ze wilden het medicinale gebruik van die middelen geregeld zien, en ze wilden het niet-medicinale gebruik ervan criminaliseren. Maar ze hadden een probleem.

De grondwettelijke doctrine die we vandaag kennen als de states' rights bereikte omstreeks 1914 zijn hoogtepunt, waardoor algemeen werd aangenomen dat het Congres bevoegd was om een bepaald beroep te reglementeren, maar niet de macht had om een algemene strafwet te stemmen. Dat is ook de reden waarom er tot voor korte tijd zo weinig federale misdaden waren.

Met een mogelijke grondwettelijke oppositie in het vooruitzicht, kwamen in het Congres de voorstanders op de proppen met een nieuw idee. Dat bestond erin heel te zaak te maskeren als een belasting. Om te tonen hoe dat in zijn werk ging, geef ik een voorbeeld met fictieve bedragen.

Er waren twee belastingen. De eerste belasting werd door de artsen betaald. Het was een dollar per jaar (let wel, het gaat om een voorbeeld) en in ruil daarvoor kregen de artsen een stempel van de overheid waarmee ze de geneesmiddelen aan hun patiënten konden voorschrijven, zolang ze zich maar aan de reglementering hielden. Door het betalen van die ene taksdollar verbonden de artsen zich ertoe de bepalingen van die reglementering op te volgen.

En er was een tweede belasting (nogmaals, de gebruikte cijfers zijn hypothetisch en enkel om aan te tonen hoe het systeem werkte). Deze belasting beliep duizend dollar voor elke niet-medicinale transactie van elk van die geneesmiddelen. Wel, omdat niemand duizend dollar taks wil betalen voor iets dat in 1914 zelfs in grote hoeveelheden niet meer dan vijf dollar waard was, was de belasting eigenlijk geen belasting, maar een strafrechtelijk verbod.

Een ander voorbeeld: iemand werd in 1915 op straat in bezit gevonden werd van 100 gram cocaïne.
De federale aanklacht was dan niet het bezit van cocaïne of van gecontroleerde substanties.
De aanklacht was belastingontduiking!
Ziet u in welk gevaarlijk web we verstrikt raken? Als we vooruitblikken zien we dat de criminalisering van drugs in de meer dan veertig jaar die daarop volgen via het departement van financiën verloopt. Het komt eigenlijk gewoon neer op het innen van belastingen. Ik zal nog uitleggen hoe dit in de praktijk gebeurt, dan begrijpt u ook waarom het nationale marihuanaverbod van 1937, de Marihuana Tax Act (MTA) genoemd werd.
 

De eerste staatswetten voor marihuana

Voor we verder uitwijden over de federale wetgeving, de MTA van 1937, maken we een kleine omweg langs de eerste marihuanawetten die tussen 1915 en 1937 aangenomen werden.

Professor Whitebread:

Toen professor Bonnie en ik probeerden de legaliteit van het verbod in de VS te achterhalen, waren we geschokt door de vaststelling dat niemand dit ooit eerder gedaan had. En de weinige mensen die met de materie bezig waren, gingen terug tot de federale wet van 1937. Ze zagen die federale wet als het begin, maar dat is fout. Wie slechts tot 1937 teruggaat, houdt er geen rekening mee dat tussen 1915 en 1937 strafwetten uitgevaardigd werden tegen het gebruik van marihuana in 27 staten.

Richard Bonnie en ik gingen terug tot in de archieven van de diverse staten en naar de kranten die tijdens de periode van het verbod in de hoofdsteden van die staten verschenen waren. Zo probeerden we te ontdekken wat de motivering kon geweest zijn om strafwetten uit te vaardigen tegen het marihuanagebruik.

We stelden vast dat de 27 staten opgedeeld konden worden in drie groepen, al naargelang hun motivering voor het verbod.
 

De eerste groep omvatte de Rocky Mountains en de Zuidwestelijke staten Texas, New Mexico, Colorado en Montana. Het was niet nodig om verder te zoeken dan de overheidsarchieven om de motivering voor de marihuanawetten te kennen. Om de invoering ervan te begrijpen moet u weten dat die staten rond 1914 een grote Mexicaanse migratie kenden. De Mexicanen staken de grens over op zoek naar betere economische levensomstandigheden. Ze werkten keihard als landarbeiders, bietentelers, katoenplukkers, het soort werk dat eerder door zwarte slaven gedaan werd. Zij brachten de marihuana uit Mexico mee. De blanken kenden niets van marihuana.

Ik maak een onderscheid tussen blanken en Mexicanen om te wijzen op het onderscheid dat destijds door elke wetgever in die staten gemaakt werd. Je moest alleen maar kijken naar de motivering voor de marihuanawetten in de Rocky Mountains en de Zuidwestelijke staten.

Het beste voorbeeld hiervan is waarschijnlijk het wetsvoorstel van een Texaanse voorstander van de eerste marihuanawetgeving. Tijdens de senaatszitting in Texas zei die persoon, en ik citeer: "Alle Mexicanen zijn gek, en dit spul (verwijzend naar marihuana) is wat hen gek maakt."

Of, zoals de voorstander van de eerste marihuanawet in Montana het verwoordde (en neem er nota van dat dit dus in de senaat gebeurt), ik citeer: "Geef een van die bietendelvers een paar trekjes van een marihuanasigaret en hij denkt dat hij stierenvechter is in Barcelona."

Wel, daar had je het. Je moest niet verder zoeken dan naar wat van staat tot staat in de senaat gezegd werd. Wat aan de oorsprong van deze eerste marihuanawetten in de Rocky Mountains en de Zuidwestelijke staten van de VS lag, was niet de vijandigheid tegenover de drug, het was de vijandigheid tegen de nieuw aangekomen Mexicaanse migranten die het gebruikten.
 

De tweede groep van staten met strafwetten tegen marihuanagebruik waren de Noordoostelijke staten Connecticut, Rhode Island, New York en New Jersey.

Het is duidelijk dat de hypothese van de Mexicaanse migratie hier niet van toepassing is omdat het Noordoosten nooit veel Mexicaanse inwijkelingen had, en nog steeds niet heeft. Dus zochten we dieper naar de oorsprong van die wetten. We moesten niet alleen wetsarchieven uitspitten, maar ook de kranten uit die tijd. We stelden vast dat de eerste marihuanawetten in het Noordoosten gebaseerd waren op de 'angst voor verandering'.

Om die 'angst voor verandering' in de juiste tijdsgeest te plaatsen is het interessant een stukje editoriaal uit de New York Times van 1919 te citeren:

"Niemand hier in New York gebruikt die drug marihuana. We hebben alleen maar geruchten gehoord uit het Zuidwesten, maar het is toch beter om gebruiksverbod op te leggen vooraleer het hier geraakt. Anders zullen al de heroïne- en harddrugsverslaafden die door de Harrison Act hun drugtoevoer afgesneden zien, en al de alcoholdrinkers die hun drug zien verdwijnen door de drooglegging van 1919, hun genotmiddel vervangen door deze onbekende drug marihuana."

Uitgaande van de theorie dat deze nieuw ontdekte drug marihuana aan de harddrugs- en alcoholverslaafden een vervangmiddel bood voor hun verslaving, was voldoende om op basis van de 'angst voor verandering' preventief verbod te leggen op marihuanagebruik.
 

In 26 van de 27 staten lag de basis van het verbod bij de anti-Mexicaanse gevoelens in het Zuidwesten en de Rocky Mountains, en bij de angst voor veranderingen in het Noordoosten.

Er bleef dus nog slechts 1 staat over. Dat was voor ons de belangrijkste staat omdat het de allereerste was die een strafwet tegen marihuanagebruik uitvaardigde. Dat was de staat Utah.

U zal misschien zeggen: "Ja, maar Utah past perfect in het rijtje met Colorado en Montana. Het moet aan de aanwezigheid van de Mexicanen gelegen zijn."

Ja, dat dacht ik eerst ook. Maar we onderzochten nauwgezet de immigratiepatronen en ontdekten tot onze verrassing dat Utah toen en ook nu nog, geen substantiële Mexicaans-Amerikaanse bevolking heeft. Er moest dus ergens een andere reden zijn.

Het moest iets te maken hebben met het enige wat Utah uniek maakt in de Amerikaanse geschiedenis: de mormonenkerk.
 

MRHN01-08

Met de hulp van enkele mensen, verbonden aan de mormonenkerk in Salt Lake City, en het Mormon National Tabernacle in Washington, ontdekten we de oorsprong van de marihuanawet in dit land. Er was een rechtstreeks verband met de geschiedenis van Utah en het mormonisme.
 

De mormonenkerk gaf vroeger aan zijn mannelijke volgelingen de toelating om meer dan één vrouw te hebben - polygamie. In 1876 stelde het Amerikaanse Hooggerechtshof, in een zaak Reynolds tegen de VS, dat mormonen vrij waren te geloven wat ze wilden maar dat polygamie in de VS niet kon. En wie denkt u dat deze beslissing van het Hooggerechtshof in 1876 in de praktijk kon afdwingen, de staat en de plaatselijke politie? In Utah zijn dat allemaal mormonen. Er gebeurde dus niets gedurende jaren. Zij die polygaam wilden leven, deden gewoon verder als voorheen.

In 1910 bepaalde de mormonenkerk tijdens een synode in Salt Lake City dat polygamie een religieuze vergissing was en uit de mormonenkerk gebannen werd. Na die uitspraak was er een groot aantal onder hen die wilden leven volgens wat zij 'de traditionele weg' noemden. Velen verlieten Utah en de VS om zich in Noordwest-Mexico te vestigen. Ze schreven neer wat zij in Mexico wilden bereiken. Ze wilden nederzettingen bouwen om van daar uit de Indianen, Mexicanen en wat ze 'heidenen' noemden, te bekeren tot het mormonisme. In Noordwest-Mexico zijn er nu nog steeds heel wat mormonengemeenschappen.
 

MRHN01-09b

Maar blijkbaar waren veel mormonen niet zo gelukkig in hun nieuwe land.
Hun religie lag er niet zo goed in de markt en het grote succes bleef uit. Ze voelden zich ongemakkelijk en wilden terug naar Utah waar hun vrienden woonden. Dat gebeurde ook.
 

En met hen kwam de marihuana mee die ze bij de Indianen hadden leren gebruiken.
 

U weet dat de mormonenkerk altijd tegenstander was van het gebruik van genotsmiddelen, van welke aard ook. De terugkomers werden gezien met marihuana. In augustus 1915 kwam de kerk in synode bijeen en verklaarde het gebruik van marihuana strijdig met de mormonenreligie. Bijgevolg werd dit in oktober 1915 als staatswet aangenomen, want zo ging dat in die tijd in Utah.

Elk religieus verbod werd een strafwet. De eerste strafwet in de VS- geschiedenis tegen marihuanagebruik was in 1915 een feit.

Na deze uiteenzetting over de eerste marihuanawetten komen we terug op het federale spoor. Het is 1937 en we krijgen, in de VS, een nationaal marihuanaverbod: The Marihuana Tax Act.
 

The Marihuana Tax Act van 1937

Het lijkt wel of we al langer dan 1937 een verbod op marihuana hadden. Toch is dat niet zo. Dat marihuana veelbesproken was is mee te wijten aan de tijdsgeest eind jaren dertig. Maar er is meer. Telkens het Congress een wet gaat stemmen, worden hoorzittingen gehouden. Die kunnen zeer uitgebreid zijn, ze gaan maar door en duren soms dagen lang.

Mag ik erop wijzen dat de hoorzittingen over het nationale marihuanaverbod zéér kort waren. Ze duurden samen welgeteld twee uren. Omdat ze zo kort waren kan ik u bijna woordelijk vertellen wat er gezegd werd ter verdediging van het verbod.

Ik heb deze lezing ook gehouden voor de FBI Academy. Daar heb ik echter het volgende verhaal niet verteld. Het gaat over de dikte van het dossier van de hoorzittingen over het nationale marihuanaverbod. Toen we een kopie van het zittingsverslag vroegen aan de bibliotheek van het Congress, werd tot hun eigen verbazing niets gevonden. Wij reageerden met ongeloof.

Het duurde vier maanden vooraleer aan ons verzoek kon voldaan worden omdat de verslagen zo kort waren dat het dossier(tje) door een spleet in de archiefkast gesukkeld was. Uiteindelijk werd de kast gedemonteerd om het dossier eruit te vissen.

Er waren drie belangrijke getuigenissen op de hoorzittingen.
 

De eerste getuigenis kwam van Harry Anslinger, de pas benoemde commissaris van het Federal Bureau of Narcotics. Omstreeks 1930 werden in de VS twee federale politiediensten opgericht, het Federal Bureau of Investigation (FBI) en het Federal Bureau of Narcotics (FBN). De twee organisaties hadden een verschillende voorgeschiedenis maar ook enkele gelijkenissen. Eén ervan was dat elk van de Bureaus geleid werd door één persoon gedurende zeer lange tijd.

In het geval van het FBI was dat J. Edgar Hoover (met een belachelijke hoofddeksel). Bij het FBN was dat Harry Anslinger die het Bureau leidde van 1930 tot 1962. Commissaris Anslinger getuigde op de hoorzittingen voor de overheid. Hij schreef zijn teksten niet zelf. Daarvoor had hij ene mijnheer Stanley, een openbare aanklager uit New Orleans. Ik citeer: "Marihuana is een verslavende drug die bij zijn gebruikers waanzin, criminaliteit en dood veroorzaakt".
 

MRHN01-10a

Harry Anslinger

MRHN01-11c

J. Edgar Hoover

Dat was de getuigenis van de commissaris in naam van de overheid ter ondersteuning van het marihuanaverbod... Het uiteindelijke doel van die snelle hoorzitting was het verbod op de hennepteelt invoeren in Amerika. We weten dat hennep andere toepassingen heeft dan het recreatieve gebruik.
* hennep werd altijd al gebruikt om koorden te maken
* de olie van de hennepplant was de basisgrondstof voor verf en vernis
* het zaad van de hennepplant werd wereldwijd gebruikt in vogelzaad
Omdat deze industrieën betrokken partij waren, werden hun vertegenwoordigers gehoord.

Eerst kwam de koordenman vertellen: de hennep om koorden te maken was een belangrijk economisch gewas in Noord-Virginia en Zuid-Maryland ten tijde van de Burgeroorlog. Maar, zo vervolgde hij, rond 1820 was importeren uit het Verre Oosten goedkoper geworden dan zelf telen. De eigen teelt werd dus overbodig.

In dit verhaal zijn twee dingen opmerkelijk:

Het eerste is dat het verhaal aangeeft dat onze voorouders iets hadden met marihuana. We vonden geen bewijs van het recreatieve gebruik van hennep, maar ze kweekten het wel. Hennep was de belangrijkste teelt in Mount Vernon. Het was de tweede belangrijkste in Monticello.

Het tweede punt is nog interessanter. De koordenman zei in 1937 dat de hennepteelt overbodig geworden was. Vijf jaar later, in 1942, is de aanvoerlijn van hennep uit het Verre Oosten voor de VS afgesneden. We hebben grote hoeveelheden hennep nodig voor de schepen. Daarom begon de federale overheid met de teelt van hennep op gigantische farms door heel de Midwest en het Zuiden, om koorden te maken voor oorlogsschepen. Ook vandaag nog groeit de hennep langs de spoorlijnen, restanten van de enorme plantages die heel de oorlog zijn blijven bestaan.

De verf- en vernisman zei: "Wij kunnen iets anders gebruiken".

Van de afgevaardigden van de industrie bood enkel de vogelzaadman enig verzet. Aan hem werd gevraagd: "Kunnen jullie geen ander zaad gebruiken?" De vogelzaadman antwoordde daarop - de citaten staan letterlijk in de teksten van de hoorzittingen: "Nee, dat kunnen we niet. We hebben nooit een ander zaad kunnen vinden dat aan de vogels zulke glanzende veren geeft en waarvan ze zo goed zingen". Omdat de vogelzaadman geen alternatief had werd voor hem een uitzondering gemaakt op de Marihuana Tax Act.

Die uitzondering is vandaag nog steeds van kracht.

Dus we hadden de getuigenis van Anslinger en de getuigenissen van de industrie. Restte nog één partij die op deze korte hoorzitting moest getuigen, en dat was de medische.
Er waren twee stukken medisch bewijs voorgelegd met betrekking tot het marihuanaverbod.

 

Het eerste kwam van een farmacoloog van Temple University die beweerde dat hij het actieve ingrediënt van marihuana ingespoten had in de hersenen van 300 honden en dat twee van die honden doodgegaan waren.
 

MRHN01-13b

Toen de Congressleden vroegen: "Dokter, hebt u honden gekozen vanwege de gelijkenis van hun reacties met die van mensen?" antwoordde de farmacoloog: "Ik zou het niet weten, ik ben geen hondenpsycholoog".
 

Welnu, het actieve bestanddeel van cannabis werd voor het eerst afgezonderd in een labo in Nederland na WO 2. Wat die farmacoloog bij de honden heeft ingespoten zullen we nooit weten, maar het is vrijwel zeker dat het niet ging om de actieve stof van marihuana.

Het andere medische bewijsstuk kwam van Dr. William C. Woodward. Dr. Woodward was zowel advocaat als arts en hoofd van de adviesraad van de American Medical Association (AMA). Hij kwam getuigen in naam van AMA en zei, ik citeer: "De AMA weet niets van enig bewijs dat marihuana een gevaarlijke drug zou zijn".

Verbazingwekkend is hier de manier waarop de Congressleden reageerden. Een van hen zegt: "De AMA weet niets van enig bewijs dat marihuana een gevaarlijke drug zou zijn? Dokter, als u niets goeds te vertellen hebt over wat we hier trachten te doen, waarom gaat u dan niet naar huis?" Een ander Congresslid zei: "Dokter, we worden er ziek van naar u te luisteren."
 

De interessante vraag voor ons gaat niet over de waarde van het medische bewijsmateriaal. De vraag is waarom de wettelijke vertegenwoordiger van de meest prestigieuze artsenorganisatie van de VS op een dergelijke laatdunkende en autoritaire manier wordt behandeld.

De geschiedenis van drugs weerspiegelt perfect de geschiedenis van dit land. Er gebeurden vele dingen in de VS in die periode. Het belangrijkste was de herverkiezing in 1936 van Franklin Roosevelt als president na de grootste verkiezingscampagne die tot dan toe in de VS opgezet werd. Tegenover elke republikein stonden twee democraten, maar ze waren het bijna allemaal eens over het economische en sociale hervormingsplan dat bekend stond onder de naam 'New Deal'.

De AMA verzette zich vanaf 1932 tot 1937 systematisch tegen elk onderdeel van de New Deal-wetgeving. Vandaar dat in 1937 de Commissie, goed voorzien van New Deal-democraten, zegt, mottig te worden bij het aanhoren van Woodward.
 

En zo, ondanks de weerstand van AMA werd het wetsvoorstel door de Commissie naar de senaat verwezen. U denkt wellicht dat het debat over het verbod in de senaat wat serener gevoerd zou worden. Niet zo: het duurde volgens mijn berekening welgeteld één minuut en 32 seconden. U krijgt de tekst ervan in elk geval woordelijk. Het had ook te maken met de weersomstandigheden in Washington DC, midden augustus, een vrijdagnamiddag, in die tijd zonder airconditioning in de senaat. Er waren dan ook onvoldoende afgevaardigden voor een debat. Er werd geen woord gewisseld. De wet werd zonder debat doorgestuurd naar het Huis van Afgevaardigden.

Voorzitter Sam Rayburn riep op om de wet goed te keuren op basis van 'tellers'. Dat systeem is simpel: de afgevaardigden negeren het ene of het andere onderwerp, en op basis daarvan wordt het wetsvoorstel goedgekeurd. Het Huis van Afgevaardigden wilde de wet zonder debat en zonder geregistreerde stemming doen goedkeuren toen ze door een van de weinige aanwezige republikeinen, iemand uit New York, onderbroken werden. Hij stelde twee vragen.

"Mijnheer de voorzitter, waar gaat dit wetsvoorstel over?"

Voorzitter Rayburn antwoordde: "Ik weet het niet. Het heeft te maken met iets dat marihuana genoemd wordt, een soort drug is, denk ik."

Onverstoord stelde de man uit New York een tweede vraag. Een vraag die voor de republikeinen even belangrijk was als voor de democraten onbelangrijk: "Mijnheer de voorzitter, krijgt dit wetsvoorstel de steun van de AMA?" Deze antwoordde: "Hun Dr. Wentworth kwam getuigen. Zij steunen het voorstel voor 100 procent". Dat was een leugen. Opmerkelijk was dat de man die in de commissie zetelde en het wetsvoorstel steunde, later rechter werd bij het Hooggerechtshof. De naam van de AMA-dokter was overigens Woodward en AMA steunde het voorstel níet. Maar het was voldoende voor de republikeinen. Ze bleven zitten en het wetsvoorstel werd goedgekeurd.

In de senaat was er nooit enig debat of een geregistreerde stemming. Het wetsvoorstel ging naar het bureau van president Roosevelt, hij tekende het en de VS hadden een nationaal verbod op marihuana.
 

De situatie van 1938 tot 1951

De volgende stap in het verhaal is de periode van 1938 tot 1951. Whitebread heeft drie verhalen te vertellen over die periode.

Het eerste: onmiddellijk na de goedkeuring van het nationale marihuanaverbod besliste Anslinger om een conferentie te houden met alle mensen die iets afwisten van marihuana.
 

MRHN01-15

Harry Anslinger

Het moest een grote nationale conferentie worden waarvoor hij tweeënveertig mensen uitnodigde. We vonden het exacte verslag van de conferentie.

De eerste ochtend van de conferentie stapten er van de 42 genodigden 39 uit de vergadering met een uitleg in de zin van: "Maar commissaris Anslinger, ik weet niet waarom u mij vroeg voor deze bijeenkomst, ik weet niets over marihuana."

Dus bleven er drie over. Behalve Dr. Woodward en diens assistent - en u weet wat zij ervan dachten - bleef er nog één man over, en dat was de farmacoloog van Temple University, de man van de honden.
 

Commissaris Anslinger benoemde hem tot officieel expert van het Federal Bureau of Narcotics voor marihuana, een functie die hij behield tot in 1962. Zijn benoeming als officieel expert spreekt voor zich: hij was de enige die het met Anslinger eens was.

Het volgende verhaal viel erg in de smaak tijdens mijn lezing voor de FBI Academy, omdat het over ordehandhaving gaat. Nadat het nationaal marihuanaverbod was goedgekeurd ontdekte Anslinger dat bepaalde mensen dit verbod overtraden. Jammer voor hen behoorden ze ook nog tot een herkenbare beroepsgroep, namelijk jazzmuzikanten! En dus stuurde Anslinger een rondschrijven aan zijn FBN-agenten:
 

"Beste Agent X,

Gelieve in uw rechtsgebied alle dossiers voor te bereiden inzake muzikanten die de marihuanawetten overtreden. We gaan een nationale razzia houden en al die personen zullen in één dag gearresteerd worden. Ik zal u laten weten welke dag."

Die brief dateert van 24 oktober 1947. De antwoorden van de plaatselijke FBN-agenten zaten allemaal in het dossier. Elke plaatselijke agent maakte voorbehoud. Het antwoord van de FBN-agent uit Hollywood klonk zo:

"Beste Commissaris Anslinger,

Ik ontvang uw brief van 24 oktober. Hierbij meld ik u dat de muzikantengemeenschap hier in Hollywood in een zeer gesloten bond is verenigd en wij zijn er niet in geslaagd een informant binnen te krijgen. Dus hebben we voor het ogenblik geen zaken rond muzikanten die betrokken zijn bij het overtreden van de marihuanawetten."

Het daaropvolgende anderhalf jaar kreeg Anslinger véél dergelijke brieven. Hij erkende echter nooit dat zijn agenten enig probleem zouden hebben met zijn ideeën. Steeds opnieuw stuurde hij hen dezelfde brief terug:

"Beste Agent Y,

Het verheugt me te horen dat u hard werkt om gevolg te geven aan mijn richtlijnen van 24 oktober 1947. We zullen (en hij onderlijnde steeds het woord 'zullen') een grote nationale razzia uitvoeren om alle muzikanten die de marihuanawetten overtreden, in één dag te arresteren. Maakt u zich geen zorgen, ik laat u weten welke dag."
 

En dat ging zo maar door. U weet wellicht dat een aantal jazzmuzikanten effectief werden gearresteerd eind jaren 1940. In 1948 getuigde commissaris Anslinger voor een senaatscommissie. Hij zei: "Ik heb meer agenten nodig." De senators vroegen hem waarom. "Omdat er mensen zijn die de marihuanawetten overtreden.", zei Anslinger. De senators vroegen uiteraard wie zich daaraan schuldig maakte. En in een eerste reactie zei Anslinger: "Muzikanten". Dan keek hij in de richting van de commissieleden en gaf zich bloot door een uitspraak te doen die in de geschiedenis van het niet-medicinale gebruik van drugs in de VS een onverwacht grote reactie uitlokte: "En ik doel daarmee niet op goede muzikanten, ik bedoel jazzmuzikanten."

Het is onvoorstelbaar welke woordenvloed dit veroorzaakte. Binnen de 24 uren kreeg hij in 76 krantenartikels ervan langs, evenals in de speciale edities van de destijds snelgroeiende commerciële pers rond de jazzmuziekindustrie. In drie dagen tijd kreeg het departement van financiën 15.000 brieven. Stapels zaten nog ongeopend in de zakken. Ik opende er een paar.

Hier volgt een typische:
 

"Beste Commissaris Anslinger,

Ik juich uw inspanningen toe om Amerika te bevrijden van de gesel van de narcoticaverslaving. Indien u daarover echter even gedesinformeerd bent als over muziek, zal u nooit slagen."

Een van de leuke zaken waarin we inzage kregen, waren de agenda’s met afspraken tijdens zijn jarenlange mandaat. Vijf dagen nadat hij zijn gal gespuugd had over jazzmuzikanten, staat er in zijn agenda: "10 AM afspraak met de minister van financiën". Ik weet niet wat er gebeurd is op die afspraak, maar vanaf dat moment is nooit meer iets gezegd over de grote nationale razzia tegen muzikanten die de marihuanawetten overtraden.

Het laatste verhaal over deze periode is veruit het leukste. Weer moet u zich even verplaatsen in die ouwe tijd om de toestand te begrijpen. Einde jaren '30, begin '40 werd naar marihuana systematisch verwezen als the killer drug, de moordenaar van de jongeren. U kent wellicht Reefer Madness? Waar kwamen deze buitengewone verhalen vandaan die in de VS de ronde deden over wat marihuana kon doen met zijn gebruikers? Er wordt gesteld dat Anslinger ze overdroeg aan de Amerikanen in zijn pogingen om te wedijveren met Hoover (FBI). De verschrikkelijke reputatie die marihuana had eind jaren '30, begin jaren '40 vond zijn oorsprong in de woorden van Anslinger. "Marihuana is een verslavende drug die bij de gebruiker krankzinnigheid, criminaliteit en dood veroorzaakt". Het magische woord is krankzinnigheid! Marihuanagebruik, zei de overheid, veroorzaakt krankzinnigheid.
 

Omstreeks 1940 waren er ook de vijf ophefmakende moordzaken waarin de verdediging onschuldig pleitte, zich uitsluitend baserend op "krankzinnigheid door het gebruik van marihuana voor de misdaad".

Wie een verdediging bouwt op grond van krankzinnigheid, heeft in de eerste plaats een deskundige, een expert nodig. En de geschikte persoon zit in Temple University. Het is de man van de honden. U zult niet geloven wat er toen gebeurde.

De moordzaak die de meeste aandacht kreeg ging over twee vrouwen die op een bus waren gesprongen in Newark, New Jersey. Ze schoten de busbestuurder dood en beroofden hem. Zij gebruikten ter verdediging: "krankzinnigheid ten gevolge van marihuanagebruik". De verdediging contacteerde de farmacoloog, betrok hem als expert in de zaak, en stelde hem een aantal vragen.

Vraag: "Dokter, deed u onderzoek naar de materie, of zo ...? Schreef u hierover?"

Antwoord: "Ja, ik deed het onderzoek met de honden."

Vraag: "Wat hebt u met de drug gedaan?"

Antwoord: "Ik deed experimenten met honden, ik heb er iets over geschreven, en ik heb de drug zelf gebruikt".

Vraag: "Dokter, toen u de drug gebruikte, wat gebeurde er toen?"
 

MRHN01-18b

In aanwezigheid van de voltallige pers die bij dit ophefmakende proces in Newark aanwezig was in 1938, zei de farmacoloog, en ik citeer: "Na twee trekjes van een marihuanasigaret veranderde ik in een vleermuis".
 

En daar bleef het niet bij. Hij getuigde dat hij vijftien minuten lang door de kamer vloog en terechtkwam op de bodem van een vijftig meter hoge inktpot ...

Dàt doet kranten verkopen. Wat dacht u van de krantenkop 's anderendaags in de Newark Star Ledger, op 12 oktober 1938?

"Killer Drug Turns Doctor to Bat!" (vrij vertaald: "marihuana verandert arts in vleermuis").

Wat we nog nodig hebben om krankzinnigheid ter verdediging aan te voeren is de getuigenis van de beklaagde. De beklaagde wordt naar voor gebracht voor verhoor.

Vraag: "Wat gebeurde er in de nacht van de misdaad?"

Antwoord: "Ik gebruikte marihuana."

Vraag: "En wat gebeurde er toen?"

Antwoord: "Na twee trekjes aan een marihuanasigaret werden mijn snijtanden 15 cm lang en bloed droop eraf."

Gekker kan je het niet maken. Telkens als krankzinnigheid door marihuana werd ingeroepen door de verdediging, bleek dit succesvol.

De zaak in New York was ook zeer eigenaardig. Twee politiemannen werden doodgeschoten. De beklaagde voerde de verdediging aan van krankzinnigheid door marihuana. In die zaak werd nooit de vraag gesteld of de beklaagde wel effectief marihuana gebruikt had. De beklaagde stelde dat vanaf het ogenblik dat een zak met marihuana in zijn kamer aanwezig was, deze 'moordende vibraties' uitstraalde. Hij begon met honden en katten te doden en uiteindelijk doodde hij twee politiemannen.

Anslinger zag dat de verdediging op basis van krankzinnigheid door marihuanagebruik meer succes had dan goed voor hem was. Hij schreef de farmacoloog van Temple University aan met de woorden: "Indien u niet stopt met getuigen voor de verdediging in dergelijke zaken, zal uw status van Officieel Expert van het Federal Bureau of Narcotics, ingetrokken worden."
 

Hij wilde zijn plaats niet verliezen dus stopte hij zijn getuigenissen. Na hem wilde niemand het vleermuizenverhaal voortzetten. Daarmee kwam een einde aan de verdediging op grond van krankzinnigheid door marihuanagebruik.
 

Echter niet alvorens marihuana een zeer beruchte reputatie gekregen had.
 

The Boggs Act van 1951

We maken een sprong naar 1951. We krijgen dan een heel nieuwe drugswet, de Boggs Act genoemd, en die is voor ons om twee redenen belangrijk.

Er is allereerst de formule voor de drugwetgeving in de VS. Die is altijd van toepassing. Iemand, en meestal is dat de pers, stelt een toename van druggebruik vast. In de geschiedenis van de VS wordt steevast gereageerd met een nieuwe strafwet en zwaardere straffen voor elke soort overtreding. Zag u ooit films uit die periode zoals High School Confidential? Over jongeren van de middelbare scholen die beginnen te experimenteren met drugs. Het antwoord is altijd gekend. Een verviervoudiging van de straffen in alle overtredingcategorieën. De Boggs Act had ook een heel nieuwe redenering rond het marihuanaverbod.

De denkwijze dat marihuana een verslavende drug was die bij de gebruiker krankzinnigheid, criminaliteit en dood veroorzaakte, moest aangepast worden.
Net voor Anslinger zou gehoord worden voor de Boggs Act getuigde een arts van de Kentucky Narcotics Rehabilitation Clinic dat de medici wisten dat marihuana geen verslavende drug was. Het veroorzaakte geen dood of krankzinnigheid, en in plaats van criminaliteit veroorzaakte het eerder passiviteit, aldus de arts.

Dan kwam Anslinger aan het woord. De argumenten die hij op de hoorzitting van 1937 gebruikt had om het verbod erdoor te krijgen, waren intussen volledig onderuit gehaald. Hij had al wat opdoffers gekregen om wat hij gezegd had en vreesde voor een herhaling. In een echte gladde federale bochtenwringerij zei hij: "De dokter heeft gelijk, marihuana is geen verslavende drug, het veroorzaakt geen krankzinnigheid noch dood. Maar het is een zekere eerste stap op weg naar heroïneverslaving." Anslinger heeft altijd geloofd dat er iets in marihuana zit dat crimineel gedrag veroorzaakt. Zijn opmerking dat marihuana de opstap was naar heroïne werd in 1951 de nieuwe denkwijze voor het nationale marihuanaverbod. Het was de eerste maal dat marihuana op één hoop gegooid werd met andere drugs en niet apart behandeld werd. De straffen werden nogmaals verdubbeld in elke overtredingcategorie.

De wetgeving is de weerspiegeling van de geschiedenis van het land. In 1951 hadden we de Koreaanse oorlog, de koude oorlog. De pers deed er dan ook niet lang over om het waargenomen druggebruik in de scholen af te schilderen als een poging van 'buitenlandse vijanden' om via drugs de Amerikaanse jeugd te ontwrichten.

Dat was de nieuwe strategie: onze buitenlandse vijanden gebruikten de drugs om via de Amerikaanse jongeren het land te ondermijnen. Die nieuwe denkwijze was de basis voor een nieuwe strafverhoging. Een keer dat je dat systeem in gang zet, gaat de bal rollen aan een niet te stoppen tempo.
 

1956 en de Daniel Act

Ze is voor ons op twee punten belangrijk. Ten eerste, de wet weerspiegelt weer de gekende formule: iemand stelt een (vermeende) stijging vast van druggebruik in dit land, en het antwoord is steevast een nieuwe strafwet met strengere straffen in alle overtredingcategorieën.
 

MRHN01-20c

Price Daniel

In 1956 krijgen we een nieuwe drugwet, de Daniel Act, genoemd naar de Texaanse Price Daniel.
 

Waar kwam die 'vaststelling' van verhoogd druggebruik nu opeens vandaan?

In 1956 werden voor het eerst hoorzittingen van de senaat op televisie uitgezonden. De eerste die aan de beurt kwam was senator Estes Kefauver uit Tennessee. Hij kwam getuigen over de georganiseerde criminaliteit in Amerika. Deze hoorzittingen, die door iedereen bekeken werden, toonden twee zaken die we vandaag wel allemaal kennen, maar in die periode grote verbazing opwekten: enerzijds wezen zij op het bestaan van zoiets als een georganiseerde criminaliteit, en anderzijds dat deze gefinancierd werd door de drugshandel. Dat was voldoende om de wet erdoor te jagen en de straffen in alle categorieën te verzwaren. Eerder al verhoogd met factor vier, werden de straffen nogmaals verhoogd met factor acht.

De aanvaarding van al die wetten resulteerde in wantoestanden. In de periode van 1958 tot 1969 was in de staat Virginia - een typisch voorbeeld - de zwaarst bestrafte misdaad het bezit van marihuana. Dat betekende een minimumstraf van 20 jaar waartegen geen beroep mogelijk was.

Ter verduidelijking, in die periode stond op moord met voorbedachtheid een minimumstraf van 15 jaar. Verkrachting kostte minstens 10 jaar. Bezit van marihuana werd bestraft met minimum 20 jaar, verkoop van marihuana met 40 jaar.
 

1969 en de Dangerous Substance Act

In 1969 krijgen we een nieuwe drugwet. Het is de eerste in de geschiedenis die afwijkt van de geijkte formule. Het is de wet van 1969 op gevaarlijke producten (Dangerous Substances Act). Voor de eerste keer in de geschiedenis van de Verenigde Staten worden, na een vastgestelde stijging van het druggebruik, de wetten niet verstrengd maar versoepeld. Meer nog, in de Dangerous Substance Act van 1969 wordt uiteindelijk afgestapt van het zogenaamde 'tax'-verhaal.

In de federale wet van 1969 worden alle drugs opgenomen die we kennen. Behalve twee. Nicotine en alcohol. Maar behalve die twee, alle andere drugs.

Oh ja, als u straks over drugs praat, mag ik u dan vragen de totaal misplaatste term narcotics niet meer te gebruiken. Narcotics zijn drugs die de mensen in slaap doen en praktisch alle drugs die ons vandaag interesseren, doen dat niet.

Binnen het kader van de Dangerous Substance Act waagde men zich in 1969 niet meer aan een definitie van narcotics. Wat wél gedaan werd in de meeste staten van de VS was het klasseren van alle drugs, behalve nicotine en alcohol. En dit volgens twee criteria:
 

Wat is de medicinale waarde van de drug?
Wat is het potentieel van de drug voor misbruik?
 

We klasseren alle drugs volgens die twee criteria en plakken daar dan straffen op voor bezit, bezit met handel als doel, verkoop, verkoop aan minderjarigen, naargelang de soort drug.

De hoogste categorie omvat drugs met weinig of geen medicinale waarde en met een hoog potentieel voor misbruik. In die lijst staan LSD, marihuana, hasj, ... Dan volgt de lijst van substanties met enige medicinale waarde en hoog potentieel voor misbruik, zoals barbituraten, amfetamines. Daarna volgen de stoffen met een hoge medicinale waarde en een hoog potentieel voor misbruik zoals morfine, codeïne. Codeïne zit in zowat elke voorgeschreven hoestsiroop en is zwaar verslavend. Dan komen we bij de antibiotica met een hoge medicinale waarde en praktisch geen potentieel voor misbruik.

Van toen de indeling van drugs een feit was, werd het mogelijk aan die indeling straffen te koppelen. In 1969 wilde men de straffen voor marihuana verminderen en daarom moest marihuana apart kunnen behandeld worden. De Dangerous Substances Act was belangrijk omdat we waren afgestapt van het 'tax'-verhaal, en omdat het de eerste wet in de Amerikaanse geschiedenis was die straffen verlichtte in plaats van ze te verhogen.

Het vervolg kent u. We kregen de War on Drugs. In de jaren 1980 werd een verhoogd druggebruik waargenomen en er volgde de dramatische beslissing om de oorlog te verklaren aan de drugs en meerbepaald, aan de drugsgebruikers. U hebt het zien gebeuren. U zag ook hoe we de ene wet na de andere kregen en hoe we de straffen verhoogden.

De War on Drugs was een goedkope oorlog. De boetes en de verbeurdverklaringen werden gebruikt om hem te financieren. Wie gepakt werd, betaalde de kosten van de oorlog. Maar de verbeurdverklaringen doen nu vragen rijzen over het eigendomsrecht.

 

Besluit: het probleem van het verbod.

Er is nog iets dat ik hier wil vertellen. Ik ben eerlijk gezegd niet geïnteresseerd in drugs of in de criminalisering ervan. Ik ben wel van mening dat we de strafrechtelijke vervolging voor drugs moeten afschaffen en die zaken op een medische manier moeten benaderen. Er is een veel breder gegeven dan drugs alleen. Het idee achter de prohibitie, het gebruik van het strafrecht om op te treden tegen iets waarmee een groot aantal onder ons bezig is, dat interesseert mij.

Professor Bonnie bleef zich bezighouden met de drugwetgeving. Ik niet. Mijn interesse gaat naar het strafrechtelijk verbod en voor dit doel had ik als criminoloog gelijk welk ander verbod kunnen kiezen. Het alcoholverbod bijvoorbeeld, of het verbod op kansspelen dat in vele staten nog gehandhaafd wordt.

Of wat dacht u van het verbod in Engeland van 1840 tot 1880 op het drinken van gin? Geen drankverbod, neen, enkel een verbod op gin. Begrijpt u dat?

We hadden gelijk welk verbod kunnen onderzoeken, we hebben dat niet gedaan. We kozen voor het marihuanaverbod omdat dat verhaal nooit verteld was en omdat het een verbazingwekkende geschiedenis is.

We hadden alcohol kunnen kiezen, maar daarover zijn al zoveel interessante dingen geschreven. En weet u dat iedereen die ooit serieus over het nationale alcoholverbod geschreven heeft, tot dezelfde conclusie gekomen is als het ging over de reden van het mislukken van de handhaving van het verbod. De reden van die mislukking is dat de ijzeren wet van de prohibitie overtreden werd. Ik verduidelijk:

 

Verbod wordt altijd door ONS bepaald om het gedrag van ANDEREN te leiden en te beheersen.
 

Wie het alcoholverbod bestudeerde weet waarom het faalde. Veel mensen steunden het idee van de prohibitie terwijl ze zelf niet tegen alcohol waren. Wablief? Een voorbeeld: We zijn republikein in New York in 1919. Drinker of niet, u bent voor het alcoholverbod omdat door het verbod de vergunde saloons in de stad gesloten worden. Die saloons werden gezien als de plaats waar corrupte klandizie zich ophield. Ze stonden bekend als uitvalsbasis van de New Yorkse Democratische Partij. Zowat elke republikein in New York was voorstander van het nationaal alcoholverbod. Toen het verbod er kwam, zeiden ze: "Wel, kijk eens aan, we zijn geslaagd. Daar drinken we op."

Ik wil even teruggaan naar het verbod op het drinken van gin. Hoe kan het drinken van alleen gin verboden zijn gedurende 40 jaar? Enkel gin, geen andere drank. Antwoord: de rijken dronken geen gin, die dronken whisky. De minderbedeelden dronken gin.
 

Laat ons het gokverbod eens bekijken. Gokken, u weet toch hoe dat gaat ... we waren gisteren samen, we hebben ons goed geamuseerd, we hebben vandaag al contact gehad, we kennen elkaar al jaren.
 

Wat dacht je ervan, na onze bespreking hebben we wel wat tijd om voor een paar centen een kaartje te leggen. Beetje pokeren deze namiddag? Waarom niet, het is toch leuk ...
 

Zouden we het dan weerzinwekkend vinden als de politie zou komen binnenvallen en ons arresteren wegens overtreding van het gokverbod? Natuurlijk zouden we dat weerzinwekkend vinden. Want van wie wordt verwacht niet te gokken? Het kan niet aanvaard worden van arme mensen. God bewaar me, ze zullen het armoedige huishoudgeld vergokken. Zij weten niet hoe ze het gokken moeten controleren. Zij kunnen er niet mee om. Maar wij, wij weten wel wat we doen.

Daarover gaat het. Elk strafrechtelijk verbod heeft diezelfde inslag. Het wordt door ONS opgelegd aan ANDEREN. Als u nu begrijpt dat het spel zo gespeeld wordt, dan weet u welk verbod gehandhaafd blijft en welk niet. De ijzeren wet van het verbod - alle verboden - is dat het verbod ingevoerd wordt door een herkenbare ONS om aan een herkenbare ANDERE een bepaald gedrag op te leggen.
 

Een verbod wordt onuitvoerbaar als we de reactie over ONS heen krijgen. Indien ooit, op eender welke manier, een verbod als een boemerang terugkeert en ONS stoort, dan zullen we het zeker laten vallen, verdomd als het niet waar is.
 

Kijk naar het alcoholverbod als u een snel voorbeeld wil. Zolang het alleen ANDEREN treft (u weet wel, die criminelen, die gekke mensen, die jongeren, die minderheden), dan is alles in orde. Maar elk verbod dat als een boemerang terugkomt en ONS stoort, gaat eraan.

Nemen we nog even het marihuanaverbod. Denkt u dat die 650.000 personen die in 1993 gearresteerd (bedankt Bill Clinton) werden wegens overtreding van de drugwetgeving allemaal individuen zijn uit minderheidsgroepen? Nee hoor. Helemaal niet. Het zijn zeer herkenbare kinderen van ONS, kinderen uit de middenklasse.

Ik verwacht geen antwoord op mijn mening. Geen enkel verbod houdt stand, nooit, als het zich keert tegen ONS en onze eigen kinderen straft, de kinderen van ONS, door wie het verbod is ingesteld. Welk prachtig sociologisch onderzoeksvoorwerp zullen wij zijn als de eerste maatschappij in de wereldgeschiedenis die de kinderen van haar eigen rijke klasse straft. Nooit eerder vertoond!
 

MRHN01-23b

We zullen de War on Drugs nog een tijdje zien doorgaan tot iedereen ziet dat die oorlog gefaald heeft. Maar het is niet zeker dat het gezonde verstand het zal halen. Wij geilen immers op het idee van prohibitie. Echt waar! Daar houden we van in dit land. Daarom wil ik me aan een voorspelling wagen. U kan altijd zien welk verbod verdwijnt en welk verschijnt. We zullen een nieuw verbod krijgen omdat we houden van de gedachte dat we complexe medische, economische en sociale problemen kunnen oplossen door simpelweg een nieuwe strafwet in te voeren. Wij kicken daarop.
 

Slot

En nu komt het nieuwe verbod er aan. Wat zal het worden? Wapens? Nee, te moeilijk. Het zal zo iets zijn van: "Volksgezondheid heeft besloten ..." ... nee, niet "we moeten nog wat extra onderzoek doen" ... of "er is tegenstand van redelijke mensen" ... nee. "Volksgezondheid heeft besloten dat het roken van sigaretten u zal doden." Wat er nu nodig is voor een nieuw verbod is een complex medisch, economisch of sociaal probleem.

Maar dat is niet genoeg. Er moet nog iets anders bij. Er moet een klassenverschil gemaakt worden, sociaal of economisch, tussen ONS en de ANDEREN.

U weet dat de federale overheid heel wat geld heeft uitgegeven sinds 1968 om ons te overhalen niet te roken. En inderdaad, de absolute cijfers zijn een beetje gedaald. Maar, weet u wie gestopt is met roken? Zij die hogere studies gedaan hadden stopten met roken. En zij zijn degenen die in de toekomst de maatregelen nemen en de stampen uitdelen. Zij roken niet.

De rokers zijn degenen waartegen de maatregelen genomen worden en die de stampen krijgen. En eens de opdeling gemaakt is tussen de eerste en de tweede groep, is alles snel gebeurd. Het begint met "Weet je, zij zouden beter met roken stoppen, ze doden zichzelf". Dan draait het en kijk maar naar de advertenties: "Ze zouden beter niet roken, ze doden ons."

En heel snel komt er die klassenverdeling. De wetgevers nemen de maatregelen en stampen om zich heen. En dan komt het wat er al heel de tijd zat aan te komen. "Weet je", zeggen ze dan, "dit moet gedaan zijn, en wij hebben het middel om dat te stoppen. We geven een crimineel statuut aan de productie, de verkoop of het bezit van tabak en tabaksproducten. Punt."

U weet dat de tabaksindustrie dit verwacht, dus hebben zij hun activiteiten verplaatst, weg van de VS. Alle bedrijvigheid wordt gefragmenteerd. Ze gaan hun sigaretten verkopen in China. Ze zijn hun activiteiten al aan het verhuizen. Wat zal dan het vervolg zijn? We weten het wel, op zekere dag, over tien of vijftien jaar, staat er een politicus op die zegt alsof het nog nooit eerder gezegd is: "We weten dat we het tabaksprobleem moeten aanpakken en ik heb een oplossing: criminalisering, verbod op productie, verkoop of bezit van tabakssigaretten."

En u weet wat er dan gebeurt. Dan moeten de rokers onder ons zich verbergen op het toilet om te roken. Sigaretten zullen dan geen drie dollar kosten per pakje, maar ze zullen drie dollar per stuk kosten. En wie zal ze aan u verkopen? De mensen die u alles willen verkopen, de georganiseerde criminaliteit. Het concept is er en we zullen weer de hele weg doorgaan omdat dit land verslaafd is aan het begrip 'verbod'.

Om te besluiten wil ik u zeggen dat ik niet denk dat hierover gedebatteerd zal worden. Als we hier over tien jaar terugkomen, dan zal het waarschijnlijk zo zijn dat het bezit van marihuana geen crimineel feit meer is in deze staat. Maar de productie, verkoop en bezit van tabak zal dat wél zijn. Omdat wij geilen op het idee van het verbod, we kunnen er niet zonder. Verbieden is onze favoriete bezigheid omdat we weten hoe we complexe medische, economische of sociale problemen moeten oplossen: een nieuwe strafwet met hardere straffen in elke categorie voor iedereen.

 

(Originele titel "The History of the Non-Medical Use of Drugs in the United States" door Charles Whitebread, Professor of Law, USC Law School – een lezing voor de California Judges Association 1995 annual conference. Nederlandstalige bewerking: ©JosNijsten).
 

Tekst ©JosNijsten2004 - foto's ©Meve

Een onderzoeker aan de Universiteit van Edinburg, Groot-Brittannië, analyseerde hoe cannabis onderdeel werd van een internationale narcoticawetgeving. Hij schrijft: "Hoewel cannabis (Indische hennep) niet voorkwam op de agenda van de Tweede Opiumconferentie (in 1924), stelde de Egyptische delegatie dat het even gevaarlijk was als opium en daarom onder dezelfde internationale controle moest komen, een stelling die door verschillende andere landen gesteund werd. Hiervoor werd geen bewijs aangevoerd en de afgevaardigden die op de conferentie aanwezig waren, bleken niet over cannabis te zijn geïnformeerd. Enige oppositie kwam van Groot-Brittannië en enkele andere koloniale mogendheden. Zij betwistten de stelling niet dat cannabis vergelijkbaar was met opium, maar zij wilden geen verbintenis aangaan waarbij het gebruik ervan in hun Aziatische en Afrikaanse koloniën verboden werd."
 

We moeten er daarom op wijzen dat het gedrag onder invloed van een acuut hasjiesjdelirium altijd sterk gerelateerd is tot het karakter van de gebruiker. Het acute hasjiesjdelirium wordt gevolgd door slaperigheid, voortdurend onderbroken en verstoord door beangstigende en verschrikkelijke nachtmerries. Hasjiesjgebruik in hogere doses veroorzaakt een ernstig en krachtig delirium samen met een sterke lichamelijke agitatie. Het geeft de neiging tot gewelddadige handelingen bij alle zwakke en sterke karakters en veroorzaakt de meest waanzinnige lachuitbarstingen. Daarna volgt een zware bedwelming die niet vergelijkbaar is met een slaaptoestand. Zware vermoeidheid laat zich voelen bij het ontwaken en het gevoel van depressie en ellende blijft nog meerdere dagen duren.

Gewoontegebruik van hasjiesj leidt zeer snel naar wat bekend is als 'chronisch hasjiesjisme'.
 

Acuut hasjiesjisme doet zich voor als de consument sporadisch en occasioneel gebruikt in de kleinst mogelijke doses. Geconsumeerd in de kleinste dosis geeft hasjiesj een gevoel van neerslachtigheid en ongemak. Er volgt dan een soort hilarisch en luidruchtig delirium bij mensen met een opgewekt karakter, maar het delirium wordt gewelddadig bij mensen met een gewelddadig karakter.
 

HASJ04-01
HASJ04-02

De gelaatsuitdrukking van de chronische hasjiesjgebruiker is onveranderlijk teneergeslagen. Zijn haar is slordig, zijn ogen staan ver opengesperd en hij heeft een onnozele blik. Hij is stil. Hij heeft geen fysieke kracht. Hij lijdt aan lichamelijke kwalen, hartproblemen, ademhalingsproblemen, ernstige pijnen en spijsverteringsproblemen.
Hij hallucineert.
 

Mottenballen

Na op een Bourgondische wijze uitgelezen spijzen en dranken tot zich te hebben genomen, zitten ze rond de grote tafel, vol van glorie omdat ze mogen meebeslissen over het plebs, het gepeupel, én over de vrouwen, want die mochten zich in die tijd enkel roeren in de KeuKen, in de KraamKamer, en in de KerK. Drie keer in de KK dus.
 

En dan komen de argumenten op tafel. Een mannetje in aangemeten pak, opgeschoren stekelhaar en een klein snorretje, houdt een donderpreek waarbij de vlokken schuim in het rond vliegen. De Welgestelde Lichamen knikken instemmend. Geen van hen wil pretbederver zijn. Er wordt een stevig glas gedronken op de goede afloop, et voilà! et santé! - ah oui, het was toen allemaal in het Frans. In het midden van het dessert, valt het woord cannabis, een soort drug waar in Amerika en in Egypte rare dingen mee gebeuren. Wat voor rare dingen wisten ze niet, want hun talenkennis ging niet verder dan hun salonfrans.

En wat doe je als je niet de taalonkundige criticus van de groep uitverkorenen wil zijn? Je tekent eender wat. En dat hebben ze gedaan ook. Het verbod werd éénstemmig aangenomen.

(Bronnen: Citaat 'hasjiesjisme' uit dvd Howard Marks – Samenvatting onderzoek Kendell R. Addiction 2003 Feb;98(2):143-51)

P.S. Het is belangrijk de zaken in hun juiste context te zien. Wat in 1920 belangrijk lijkt, is in 1960 belachelijk. Wat in 1960 van levensbelang is, is voor jongeren in 2000 niet meer te vatten. Een voorbeeld? Probeer onderstaande leerstof maar eens uit in een moderne school.
 

Religieuze huishoudschool voor vrouwen

HASJ04-03

Meneer de Baron, Meneer de Bankier, Meneer de Fabrikant, Meneer de Predikant,
en andere Meneren zijn uitgenodigd door de Grootste Meneer
van alle Grote Meneren.
 

Authentiek uittreksel uit een leerboek uit 1961, het jaar van het Enkelvoudig Verdrag inzake Verdovende Middelen
 

Voor wie zich een beeld wil vormen van de situatie en de mentaliteit van vijftig jaar geleden kan het onderstaande juweeltje een ferme bijdrage leveren. Met dank aan de kampioenen van de hypocrisie die ons inwijden in de geheimen van het christelijke vrouwen-dom. De regels waren (zijn?) bestemd voor meisjes van vijftien jaar, het doel was hen 'klaarmaken' voor een leven in dienst van de man.
 

Zorg ervoor dat het avondeten klaar is

Maak alles klaar op voorhand, de avond voordien als het nodig is, zodat een heerlijke maaltijd op hem wacht als uw echtgenoot terugkomt van zijn werk.
 

Wees klaar

Neem vijftien minuten om te rusten zodat u ontspannen bent als hij thuiskomt. Werk uw schmink bij, doe een lint in uw haren en wees fris en innemend. Hij heeft de dag doorgebracht in gezelschap van mensen die zwaar belast zijn met zorgen en werk. Wees opgewekt en interessanter dan de laatstgenoemden. Zijn zware dag moet opgevrolijkt worden en het behoort tot uw taken om daarvoor te zorgen op een of andere manier.
 

Tijdens de koudste maanden van het jaar

U moet zorgen voor de kachel en het vuur aansteken opdat hij zich kan verwarmen en ontspannen. Uw echtgenoot moet het gevoel hebben dat hij in een rustige en ordentelijke haven aanmeert en dat zal u ook gelukkig maken. Uiteindelijk zal het waken over zijn comfort u een enorme persoonlijke voldoening schenken.
 

Herleid alle lawaai tot een minimum

Onthaal hem niet met uw klachten en uw problemen

Klaag niet als hij te laat thuiskomt voor het avondeten of zelfs niet wanneer hij heel de nacht wegblijft. Beschouw het als ondergeschikt aan wat hij tijdens de dag heeft moeten doorstaan. Onthaal hem zo hartelijk mogelijk. Stel hem voor zich in een comfortabele zetel te ontspannen of in de slaapkamer wat te gaan liggen. Maak een warme of koude drank voor hem klaar. Schud zijn hoofdkussen op en stel hem voor om zijn schoenen uit te doen. Spreek hem toe met een zachte, vredige en aangename stem. Stel hem geen vragen over wat hij gedaan heeft en stel nooit zijn oordeel of zijn integriteit in vraag. Vergeet niet dat hij de meester des huizes is en dat hij in die hoedanigheid steeds zijn wensen vervult op een juiste en eerlijke manier.
 

Aan het einde van de avond

Ruim het huis op zodat alles klaar is voor de volgende ochtend en denk eraan om zijn ontbijt op voorhand klaar te maken. Het ontbijt van uw echtgenoot is essentieel om op een positieve manier de confrontatie met de buitenwereld aan te gaan. Wanneer u zich dan beide in de slaapkamer terugtrekt, zorg er dan voor dat u zo snel mogelijk in het bed ligt.
 

Wat betreft de intieme betrekkingen met uw echtgenoot

Het is belangrijk dat u zich uw plechtige huwelijksbelofte herinnert en in het bijzonder uw verplichting hem te gehoorzamen. Als hij onmiddellijk wil gaan slapen, dan is het ook zo. Laat u hiervoor leiden door de verlangens van uw echtgenoot en oefen op geen enkele manier druk uit op hem om intieme betrekkingen te provoceren of te stimuleren.
 

KATH61-01

Het is een manier om hem te laten weten dat u aan hem denkt en dat u zich bekommert om zijn noden. De meeste mannen hebben honger als ze thuiskomen en het vooruitzicht van een goede maaltijd (vooral zijn favoriete gerecht) maakt deel uit van de noodzakelijke warmte van het onthaal.
 

KATH61-02

Ruim de wanorde op

Maak een laatste ronde in de belangrijkste kamers van het huis, net voordat uw echtgenoot thuiskomt. Ruim de schoolboeken op, het speelgoed, papieren, enz. en ga vervolgens met een stofdoek over de tafels.
 

Luister naar hem

Het zou kunnen dat u een dozijn belangrijke dingen aan hem te vertellen hebt maar zijn thuiskomst is daar niet het geschikte ogenblik voor. Laat hem eerst spreken, denk eraan dat zijn gespreksonderwerpen veel belangrijker zijn dan de uwe. Zorg ervoor dat de avond hem toebehoort.
 

KATH61-03

Wanneer hij thuiskomt, vermijd dan alle lawaai van wasmachine, droogkast of stofzuiger. Probeer de kinderen tot kalmte te manen.
Wees gelukkig hem te zien. Onthaal hem met een warme glimlach en toon hem uw oprechte verlangen om hem te behagen.
 

Beklaag u er nooit over als hij laat thuiskomt

of als hij uit gaat eten of naar andere plaatsen om zich te ontspannen zonder u. Integendeel, probeer ervoor te zorgen dat de huiselijke haard een oord van vrede, orde en rust is waar uw echtgenoot zijn lichaam en geest kan ontspannen.
 

Wanneer hij gedaan heeft met eten, ruim dan de tafel af en doe snel de afwas

Als uw echtgenoot zijn hulp aanbiedt, weiger dan zijn aanbod omdat het risico bestaat dat hij zich verplicht zal voelen om dit in de toekomst weer te doen en na een lange werkdag heeft hij geen behoefte aan bijkomend werk.
 

Moedig uw echtgenoot aan om zich over te leveren aan zijn favoriete bezigheden en zich te wijden aan zijn interesses en toon uw belangstelling zonder evenwel de indruk te geven dat u zich opdringt op zijn domein.
 

KATH61-04

Als u zelf ook kleine bezigheden hebt, verveel hem dan niet door erover te praten want de interesses van de vrouwen zijn dikwijls te onbelangrijk in vergelijking met die van de mannen.
 

Hoewel de vrouwelijke hygiëne van groot belang is

hoort het niet dat uw vermoeide echtgenoot moet aanschuiven om de badkamer te gebruiken zoals hij dat al moet doen om zijn trein te nemen.
 

Laat u evenwel van uw beste kant zien als u gaat slapen. Probeer er innemend uit te zien zonder uitdagend te zijn. Als u gezichtscrème moet gebruiken of krulspelden wilt draaien, wacht dan tot hij slaapt want een dergelijke aanblik zou hem in de war kunnen brengen bij het inslapen.
 

KATH61-05

Als uw echtgenoot de paring oppert

Aanvaard dan alles met nederigheid en houd u voor de geest dat het plezier van een man veel belangrijker is dan dat van een vrouw. Wanneer hij het orgasme bereikt is het vaak voldoende om een zacht gekerm te laten horen om hem aan te moedigen en hem te tonen welk genot u hebt mogen ervaren.
 

KATH61-06

toon uzelf gehoorzaam en berustend maar laat uw eventueel gebrek aan enthousiasme blijken door te zwijgen. Het is mogelijk dat uw echtgenoot dan snel slaapt; herschik uw nachtkleding, verfris u en gebruik uw nachtcrème en de verzorgingsproducten voor uw haren.
 

Als uw echtgenoot op een of andere manier minder gebruikelijke handelingen suggereert,

Dan kan u de wekker instellen

om de volgende ochtend korte tijd voor hem op te staan. Dat biedt u de mogelijkheid om voor hem de ochtendthee klaar te hebben zodra hij opstaat.
 

Aardig stukje proza uit 1961, vind je niet? Amper drie jaar eerder hadden we nog Expo'58 met echte negertjes uit de Congo, met strooien rokjes in strooien hutjes op de Heizel in Brussel. Daar konden we ons eens lekker superieur voelen en ons vergapen aan die halfblote wilden.
 

De vrouw moest altijd en uitsluitend ten dienste staan van de hard werkende echtgenoot die veel belangrijkere dingen te doen had dan een simpele vrouw zich met haar klein verstand kon voorstellen. De simpele vrouw moest de sloor zijn van de vermoeide echtgenoot. Vrouwen moesten zich in alle opzichten onderwerpen aan de wetten van oude mannen in jurken ... Ik denk dat weinig vrouwen van vandaag zich daarin terug kunnen vinden.

Bepaalde groepen van mannen blijven nochtans achter dat schuindenken staan, onder anderen de apostelen van het Enkelvoudig Verdrag inzake Verdovende Middelen dat op 30 maart 1961 in een internationale wet werd omgezet. Het is een overrijpe puist.

Vrouwen die de uittreksels hierboven gelezen hebben, kunnen zich het best indenken hoe bekrompen en vernederend die oude denkwijzen kunnen zijn voor normale mensen.

JosNijsten2007

* Enkelvoudig Verdrag inzake Verdovende Middelen 30 maart 1961:
Nederlands: https://nl.wikipedia.org/wiki/Enkelvoudig_Verdrag_inzake_verdovende_middelen
Engels: https://en.wikipedia.org/wiki/Single_Convention_on_Narcotic_Drugs
Frans: https://fr.wikipedia.org/wiki/Convention_unique_sur_les_stup%C3%A9fiants_de_1961
 

Le guide de la bonne épouse FR

 

 

Archief HISTORY NL

* De geschiedenis van het marihuanaverbod
*
Het hasjverbod van 1924
*
VN Reefer Madness
*
De oorlog tegen drugs kan niet gewonnen worden
*
De oorlog tegen drugs is rechteloos
*
Polak vs Costa
 

 

Het jaar van het Enkelvoudig Verdrag Drugs

MRHN01-07c
MRHN01-14d
MRHN01-16d
MRHN01-19d

Reefer Madness bij de Verenigde Naties

 

Tekst ©JosNijsten2006

Antonio Maria Costa (foto: IRIN/David Gough), hoofd van de UNODC (United Nations Office on Drugs and Crime) sloot zich aan bij het "Amerikaans Blok" van John Walters en andere drugbestrijders tijdens de persconferentie in Washington op 27 juni 2006 waar het Wereld Drug Rapport 2006 werd voorgesteld.

Daarmee wilde hij de jaarlijkse Internationale Dag tegen Drugmisbruik en Illegale Handel bekronen.
 

Costa, Walters en Co maakten van de gelegenheid gebruik (of misbruik?) om elkaar te bedelven onder de gelukwensen met hun "vooruitgang" in de strijd om het druggebruik te elimineren. Dat deden ze met enkele zeer opmerkelijke verklaringen. Analysten en hervormers van het drugbeleid van overal ter wereld reageerden prompt met scherpe kritiek en wezen erop dat een zeer verwrongen beeld werd opgehangen over het succes van een algemeen drugverbod.

"Drugbestrijding werkt en het werelddrugsprobleem is tot staan gebracht," zei Costa. "In de voorbije paar jaren hebben de inspanningen die de wereldwijde dreiging die verboden drugs vormen, een rem gezet op de stijging van het drugsmisbruik die vijfentwintig jaar duurde. De opiumproductie daalde op wereldvlak met 5 procent,” zo luidt het rapport, eraan toevoegend dat de productie in de Zuidoost-Aziatische Gouden Driehoek nagenoeg uitgeroeid was en de productie in Laos tot 14 ton gedaald was. Afghanistan anderzijds is nu verantwoordelijk voor bijna 90 procent van de totale wereldproductie, wat in 2005 goed was voor 400 ton.

De cocaïneproductie en de globale markt voor amfetamines en andere stimulerende middelen is 'gestabiliseerd', aldus het rapport.

Maar marihuana daarentegen, in 2004 minstens één keer gebruikt door 162 miljoen mensen, is een serieus probleem, zei Costa. In feite zei hij dat marihuana in geen enkel opzicht anders was dan harddrugs als heroïne en cocaïne. Hij maakte zijn beklag over het feit dat sommige regeringen faalden in een stevige aanpak van de cannabisplant. "Vandaag verschillen de schadelijke eigenschappen van cannabis niet van die van andere plantaardige drugs zoals heroïne en cocaïne," zei Costa.

"Het cannabisbeleid verschilt van land tot land en soms wordt de wetgeving elk jaar gewijzigd. Met een stijgende cannabisgerelateerde gezondheidsschade is het fundamenteel fout dat landen het cannabisbeleid afhankelijk maken van wie er in de regering zit."

"Het marihuanagebruik loopt uit de hand omdat het een onkruid is dat overal groeit. Het loopt uit de hand omdat het verkeerdelijk als een lichte drug wordt aanzien," zei Costa.
"Maar het is inderdaad uiterst problematisch als gevolg van het sterk verhoogde THC-gehalte."

Eigenaardig genoeg klopten de opgeschroefde opmerkingen die Costa op de persconferentie uitte, niet met de inhoud van het rapport zelf.

Daarin staat: "Veel van de vroegere gegevens over cannabis worden thans als onjuist beschouwd. Een groot aantal studies in diverse landen hebben cannabis gezuiverd van veel van de tenlasteleggingen tegen de plant."
 

Citaten

Costa ziet dat wellicht anders maar de reactie op zijn lichtzinnige opmerkingen over marihuana en de onmiddellijke kritieken op het rapport in het algemeen, maken duidelijk dat de dagen van het onbetwiste verbodsbeleid op drugs, geteld zijn.
Intussen viert China zijn Internationale anti-drugsdag zoals het dat gewoonlijk doet: drugshandelaars executeren tijdens obsene publieke rituelen. Volgens de Chinese pers werden minstens 27 mensen geëxecuteerd voor drugshandel. Tien anderen werden maandag 26 juni ter dood veroordeeld. Costa had daar geen commentaar op.
(Bron: DRCNet Drug War Chronicle 30 juni 2006)

"In 1961 namen de VN zich voor om opium uit te roeien tegen 1979 en cannabis en coca tegen 1989. De productie is sindsdien gestegen. Nu adopteert men nieuwe streefdata zonder zich af te vragen waarom de oude niet gehaald werden, zodat er politiek niets hoeft te veranderen."
(Alex Robinson, directeur Drug Policy Foundation - Tom Ronse in De Morgen op 11 juni 1998)

"Het is een vreemde bedoening. We komen hier uit de hele wereld om te praten over resoluties die al lang door ambtenaren zijn opgesteld en goedgekeurd, en om te bevestigen dat we allemaal heel erg tegen drugs zijn. Het is een papegaaiencircus."
(Hedy d'Ancona, ex-minister volksgezondheid Nederland - Tom Ronse in De Morgen op 11 juni 1998)

"Eén van de bestaansredenen van het verdrag uit 1961 is het beschermen van de volksgezondheid. Het repressief handhaven van het verbod doet meer kwaad aan de volksgezondheid dan de drug zelf."
(Joep Oomen in De Morgen op 28 maart 2001 naar aanleiding van 40 jaar VN-verbod op drugs)

"Als wij geen leidende positie hebben, is dat een groot verlies voor de internationale gemeenschap. Wij spelen een dominante rol in het onderzoek naar en de ontwikkeling van antidrugsprogramma's in de hele wereld. De steun die wij verlenen aan de VN, de EU en de voormalige sovjetstaten, kan ernstig worden aangetast."
(Barry McCaffrey in mei 2001 na zetelverlies van de VS in de International Narcotics Control Board - INCB)

"Mijn stelling dat we over acht jaar in een drugsvrije wereld kunnen leven is geen loze droom. Ons programma werd ruim twee jaar geleden opgestart en begint vruchten af te werpen. Alleen weet niemand het."
(Pino Arlacchi – in De Morgen op 14 juni 2000)

"Dat in Bolivia, Pakistan, Laos en Thailand de coke- en papaverproductie gevoelig verminderde, is volgens het Bureau te danken aan de begeleiding van de boeren bij de overschakeling naar andere gewassen."
(Pino Arlacchi van de UDCCP - DM 2001)

"Het model van de VN-aanpak is de 'Oorlog tegen Drugs' die in de VS in de jaren 80 gelanceerd werd. Het congres keurde toen een resolutie goed die stelde dat Amerika in 1995 drugsvrij moest zijn. In 1995 zaten er acht keer zoveel Amerikanen achter de tralies en er werden meer harddrugs gebruikt dan ooit. De drugsbusiness boekte recordwinsten. Het congres vroeg zich toen niet af waarom de strijd mislukt was en wat er moest veranderen. Dergelijke resoluties met arbitraire streefdata worden gestemd en vergeten." "Binnen tien jaar is Pino Arlacchi met pensioen. Hij zal zich niet moeten verantwoorden voor het feit dat de coca- en papaverteelt niet verminderde."
(Ethan Nadelman, directeur Lindesmith Center in De Morgen op 8 juni 1998)

 

Het probleem is niet dat onze politie zijn werk niet goed doet. Het is waar dat zij een gevaarlijke en moeilijke taak hebben en dat zij die taak beter uitvoeren dan we mogen verwachten. Zij zijn evenmin verantwoordelijk voor de faling van het drugsverbod dan Elliott Ness dat was voor de faling van het alcoholverbod.

Het probleem is eerder dat door onze verbodsbepalingen het handelen in illegale drugs zo walgelijk winstgevend is geworden dat we nooit een halt kunnen toeroepen aan de toevoer van criminelen die het risico willen lopen op vervolging en gevangenisstraf en de productie en verkoop voortzetten.
In feite brengt het huidige systeem ons in de slechts denkbare situatie. Als rechtstreeks gevolg van ons drugsverbod is de criminaliteit gestegen. Het geweld, corruptie, belastingdruk en – in veel gevallen – zelfs het drugsgebruik zijn toegenomen, terwijl de gezondheid en de burgerlijke vrijheden erop achteruit gingen.

Het Amerikaanse "industriële gevangenissencomplex" is zo vetgemest en machtig geworden door het vele geld dat de overheid in de War on Drugs gepompt heeft, dat het voor de verkozenen gelijk staat aan politieke zelfmoord als zij zich tegen het huidige beleid durven uitspreken.

In die omstandigheden is het aan de gewone mensen – als burgers, belastingbetalers en kiezers – om dit falend beleid te verwerpen.
 

We zouden kunnen beginnen met ons het volgende af te vragen:

- Wat is een "drug"? Als het antwoord is dat een drug een "stof is die geestesveranderend en soms verslavend werkt", waarom worden stoffen als nicotine, alcohol en zelfs cafeïne dan niet op dezelfde manier beoordeeld?

- Waarom maken we geen onderscheid tussen druggebruik, drugsmisbruik, onverantwoord gebruik en verslaving? Ik ben het ermee eens dat marihuana bijvoorbeeld, schadelijk kan zijn voor de gebruiker in geval van regelmatig overdreven gebruik. Maar dat is ook zo voor alcohol. Ik drink praktisch elke avond een glas wijn bij het eten. Betekent dit dat een behandeling tegen alcoholmisbruik noodzakelijk is?

- Waarom wordt het vanzelfsprekend geacht dat een begaafd acteur als Robert Downey Jr. naar de gevangenis moet voor van zijn cocaïneproblemen en Betty Ford een medische behandeling krijgt voor haar alcoholproblemen? Zijn dat allebei geen medische zaken die door medici moeten behandeld worden? Moet het strafrecht niet dienen om wangedrag aan te pakken? En moeten dan niet eerder de medische en sociale sector zich bezighouden met wat mensen zich toedienen?

- Als je er rekening mee houdt, dat in heel de menselijke geschiedenis nooit een samenleving bestaan heeft die niet een of ander geestesverruimend middel koesterde om te gebruiken en te misbruiken, zou het dan niet verstandiger zijn te focussen op beperking van de schade, dan te vechten tegen de menselijke aard via een verbodsmechanisme?

- En waarom houdt de overheid geen rekening met de problemen die door de Oorlog tegen Drugs zélf veroorzaakt worden? Bijvoorbeeld, ik heb nog nooit iemand horen beweren dat het heerlijk is om heroïneverslaafde te zijn. Maar als sommige mensen heroïneverslaafde worden, waarom moeten zij dan op de koop toe nog AIDS krijgen door vuile naalden? Dat is een apart probleem en dat wordt veroorzaakt door het verbod op de distributie en het bezit van injectienaalden. Ook het criminaliseren van drugsverslaafden en hen op die manier nog verder vervreemden van de medische faciliteiten waar zij kunnen geholpen worden, is een probleem dat veroorzaakt wordt door de War on Drugs.

- Waarom moet bovendien het Colombiaanse volk toezien hoe hun militairen, politie, juridisch systeem, veiligheid en levenswijze gecorrumpeerd worden met ons drugsgeld? De Colombianen hebben geen drugsprobleem: niemand gaat dood van cocaplanten. Zij hebben enkel een vernietigend drugsgeldprobleem.
 

Selectief oorlog voeren

Lessen uit het verleden

De geschiedenis is een goede leerschool. U moet weten dat toen het alcoholverbod werd opgeheven in de Verenigde Staten, het aantal moorden met 60 procent daalde op amper een jaar tijd en dat die daling aanhield tot aan het begin van WO II. Ik heb er niet de minste twijfel over dat we gelijkaardige resultaten zullen zien als we eindelijk het drugsverbod intrekken.
 

Daarom moeten we aan de vraag naar behandeling tegemoet komen en de niet-problematische gebruikers uit het strafrechtelijk systeem halen.

Dat biedt ons de mogelijkheid om onze schaarse financiële middelen te besteden aan probleemgebruikers – mannen en vrouwen die, gedreven door drugs, gewelddaden begaan.

Verder moeten we doen wat we kunnen om het winstmotief uit de drugsverkoop te halen. Decriminalisering en medicalisering werken effectief in Nederland en Zwitserland. Dat ligt ook binnen het bereik van de VS en Canada.

(Bron: Door James P. Gray in National Post (Canada) op 12 oktober 2005)
 

 

Update februari 2016

VNWD06-01

Er kwam onmiddellijk reactie op Costa's uitspraken over cannabis. "Drugscope is verbaasd en bezorgd over de verklaringen van het UNODC-hoofd omtrent cannabis," zei Martin Barnes van de Britse analystengroep. "De Britse overheid, het onderwijsnet, diverse andere organisaties, hebben de laatste jaren hard gewerkt om jonge mensen te verzekeren van feitelijke informatie over de relatieve schadelijkheid van drugs. Uit internationaal erkend bewijsmateriaal blijkt duidelijk dat cocaïne en heroïne veel grotere gezondheidsproblemen en sociale schade veroorzaken dan cannabis. Het is misleidend en onverantwoord om het anders voor te stellen. Cannabis is een schadelijke stof maar de grotere schade, veroorzaakt door cocaïne en heroïne mogen niet geminimaliseerd worden."
 

Marihuana is inderdaad "een enorm globaal probleem," vond ook drugczar Walters van de VS.
"Het is geen toegangspoort, het is zowel een doodlopende straat als een toegang voor velen om andere dingen te gebruiken en zo polygebruikers worden. Dat was vroeger ook al zo,"
zei Walters op de persconferentie.
 

Rapport zonder inhoud

Dit betekent dat resultaten uit de succesverhalen van de laatste tien jaar, zoals de daling van het aantal drugsdoden en minder minder HIV-infecties dankzij schadebeperking, totaal ontbreken."

"Dit rapport is bevooroordeeld en onevenwichtig,"
voegde TNI drugonderzoeker Tom Blickman eraan toe. "Het gebruik van pseudowetenschappelijk bewijsmateriaal om cannabisgebruik te demoniseren is identiek aan de vorige vergissing die resulteerde in het onderbrengen van cannabis in dezelfde klasse als heroïne en cocaïne," zei hij.

"Het rapport lijdt onder de spanningen die heersen tussen aan de ene kant de UNODC beleidsmakers die een strikte controle willen behouden en onder grote Amerikaanse financiële druk staan, en aan de andere kant de deskundigen die een eerlijk debat willen openen over de effectiviteit van achterhaalde aspecten van het huidige beleidskader," zei hij.
"Costa is de geschikte man voor de job!" verklaart Joep Oomen, coördinator van ENCOD.
 

De UNODC kwam nog zwaarder onder vuur te liggen. Het Wereld Drug Rapport "worstelt om succesverhalen te fabriceren over de doeltreffendheid van een globale drugscontrole," zei het Amsterdamse Transnationale Instituut (TNI) in een eerste reactie. De organisatie beschuldigt de UNODC van "gebrekkige vergelijkingen" en "vooringenomen stellingen over cannabis". Het rapport staat "bol van de wetenschappelijke beledigingen", zei Martin Jelsma, coordinator van het Drugs en Democratie Programma van het TNI.
 

 De UNODC zou oog moeten hebben voor de beperking van de echte schade die met druggebruik geassocieerd wordt, zei hij, maar "over de ontwikkeling van een schadebeperkingbeleid is in het rapport nergens iets terug te vinden.
 

Hij is een manipulator die angst als wapen gebruikt om mensen te overtuigen om afstand te nemen van hun gezond verstand. Maar hij is ook een zielenpoot zoals de kapitein van de Titanic, omringd door officieren die de koers van het schip niet willen wijzigen, ook al stevenen ze recht op de ijsberg af," zei Oomen aan DRCNet.

De opmerkingen van Costa waren vooral gericht tegen Nederland, zei Oomen. "Tussen de regels verwijst hij naar de Europese regeringen die hun beleid willen wijzigen in het voordeel van een meer flexibele aanpak van cannabis. In de wereld van Costa zullen die regeringen moeten doen wat hij hen vraagt hoewel alle bewijzen, die in de laatste dertig jaar verzameld werden, in de andere richting wijzen," zei hij.

"In Nederland werd duidelijk dat een systeem van legaal geregelde toegang tot cannabis voor volwassenen, de criminaliteit vermindert en voordelen biedt wat kwaliteit en gezondheid betreft," verduidelijkt Oomen. "De huidige Nederlandse regering wil het nationale cannabisbeleid niet verdedigen. Maar dat zou kunnen veranderen na de parlementsverkiezingen die in mei 2007 gehouden worden.

Voorstellen om de cannabisteelt voor de bevoorrading van de coffeeshops te regulariseren, circuleren al een hele tijd bij de socialisten, die zeer waarschijnlijk als winnaar uit die verkiezingen zullen komen. Dat is de nachtmerrie van Costa. Daarom dringt hij aan op ‘een consequente inzet over de partijgrenzen heen en in alle lagen van de bevolking’. En dat mogen we graag horen,"
zegt Oomen. "Met dit soort verklaringen steunt Costa in feite de hervorming van het drugsbeleid."
 

VNWD06-02

 

De Oorlog tegen Drugs kan niet gewonnen worden

Judge J.P. Gray - Nederlandstalige bewerking: JosNijsten2005

Steunend op mijn ervaring als federaal procureur bij het US Attorney's Office in Los Angeles, als verdediger in strafzaken voor de US Navy JAG Corps en als rechter in Orange County Californië sinds 1983, ben ik tot het besluit gekomen dat het verbodsbeleid van de Amerikaanse overheid inzake drugs, niet alleen gefaald heeft maar ook hopeloos is.
 

VNWD06-03
VNWD06-04

"Costa liegt over de zogenaamde successen in de Oorlog tegen Drugs, hij waarschuwt te tolerante overheden dat ze het drugsprobleem krijgen dat ze verdienen en hij zaait paniek over verhoogde potentie van cannabis.
 

Gelukkige verjaardag VN en val nu maar snel dood

De internationale overeenkomsten betreffende verdovende middelen waren einde jaren 1950 zo onoverzichtelijk geworden dat een nieuw verdrag diende tot stand te komen. Dat werd het Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties van 1961 en het zal op 30 maart 2011 precies 50 jaar geleden zijn dat dit gedrocht ter wereld kwam. De gemiddelde leeftijd van een gezonde overeenkomst is 20 jaar. Hoogtijd dus voor euthanasie.

Lees de originele tekst van het Enkelvoudig Verdrag in het Engels

Het verdrag dateert van een periode met een hoog hypocrietgehalte. In dat jaar werden jonge meisjes in Engelse christelijke scholen klaargestoomd voor …
lees zelf maar hierboven.
 

GRAY05-01
GRAY05-02

In juni 1994 gaf de RAND Corporation onderzoeksresultaten vrij waaruit bleek dat het rendement van ons belastingsgeld zeven keer hoger zou liggen als we drugsverslaafden zouden behandelen in plaats van hen in gevangenissen te stoppen.
 

Een dikke tien jaar verder staan we dus nog altijd op dezelfde plaats te trappelen. Het overheidsbeleid houdt alle vooruitgang tegen. En hoe verder je kijkt, hoe meer je dat beseft.
Hieronder een paar bijkomende argumenten van Gray:

Best Marijuana Argument Ever Given
https://www.youtube.com/watch?v=JFTUhUsI9cA

High Time for Change - Decrimmialize Drugs
https://www.youtube.com/watch?v=1yd_IWvLZOQ

Speaking About Drug Regulation
https://www.youtube.com/watch?v=DvMkTflb0oA

The Six Groups Who Benefit From Drug Prohibition (2010)
https://www.youtube.com/watch?v=b6t1EM4Onao

Judge Jim Gray on The O'Reilly Factor (2008) – Voor wie O’Reilly niet kent … houden zo.
https://www.youtube.com/watch?v=LH1pcrtsYc8
 

De Oorlog tegen Drugs is rechteloos

Door Milton Friedman - 11 januari 1998 – Nederlandse bewerking JosNijsten2007

"Hebben we, ethisch gezien, het recht het overheidsapparaat te gebruiken om een individu te verhinderen om alcoholist of drugsverslaafde te worden? Minstens als het kinderen betreft, zal zowat iedereen 'ja' antwoorden. Maar voor verantwoorde volwassenen zou ik persoonlijk 'nee' antwoorden.
Praten met een potentiële verslaafde, ja. De gevolgen van verslaving duidelijk maken, ja. Maar ik geloof niet dat we het recht hebben dwang te gebruiken, rechtstreeks of onrechtstreeks, om een medemens te verhinderen zelfmoord te plegen, laat staan hem ervan te weerhouden alcohol te drinken of drugs te gebruiken."

Dat fundamenteel gebrek aan ethiek heeft de laatste 25 jaar onvermijdelijk kwaadaardige gevolgen gehad. Dat was ook zo tijdens onze eerdere poging om alcohol te verbieden.
 

Informanten zijn niet nodig bij misdaden zoals overvallen en moorden omdat de slachtoffers van dergelijke misdaden sterk gemotiveerd zijn om er aangifte van te doen. In de drughandel omvat het gepleegde misdrijf een transactie tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper. Geen van beiden heeft er belang bij om de inbreuk op de wetgeving aan te geven. Integendeel, het is in beider belang dat de inbreuk niet gemeld wordt.

Daarom worden informanten ingezet. Het gebruik van informanten en de enorme bedragen die ermee gemoeid zijn, genereren onvermijdelijk corruptie, net zoals dat bij de drooglegging het geval was. Het leidt ook tot schendingen van de rechten van onschuldige burgers, tot schandelijke praktijken als gewelddadige invallen en verbeurdverklaringen van eigendommen zonder vorm van rechtspraak.

Zoals ik in 1972 schreef: "... verslaafden en dealers zijn niet de enigen die corrupt zijn. Grote bedragen staan op het spel.
Het is onvermijdelijk dat sommige relatief slecht betaalde politieagenten of andere ambtenaren - sommige hooggeplaatste personen inbegrepen - bezwijken voor de verlokking van het gemakkelijk te verdienen geld."
 

1. Het gebruik van informanten

2. Het vullen van gevangenissen

De poging om drugs te verbieden is veruit de belangrijkste oorzaak van de verschrikkelijke aangroei van de gevangenispopulatie. Er is geen licht aan het einde van die tunnel. Van hoeveel medeburgers willen we nog criminelen maken voor we roepen "genoeg!"?
 

3. Wanverhouding gevangenschap van zwarten

Sher Hosonko, voormalig voorzitter van de dienst verslaafdenhulp van de staat Connecticut beklemtoonde dit gevolg van het drugsverbod tijdens een lezing in juni 1995:

"Momenteel zitten in dit land 3.109 per 100.000 zwarten in de gevangenis. Om u even een idee te geven van het dramatische van dit aantal: onze dichtste concurrent in het gevangen zetten van zwarten is Zuid-Afrika met 729 gevangenen per 100.000 zwarten - en dit in de pré Nelson Mandela periode onder een openlijk apartheidsregime.

Bedenk dit eens goed:
Het land van de vrijheid steekt vier keer meer zwarten in de gevangenis dan het enige land ter wereld dat een openlijke politiek van apartheid verkondigt."
 

4. Vernietiging van stadscentra

Het drugsverbod is een van de belangrijkste oorzaken van de huidige verpaupering. De dichtbevolkte woonwijken hebben een relatief voordeel voor de drugverkoop.
 

En velen onder hen, vooral de jongeren, laten zich niet tegenhouden door de kogels die bij geschillen tussen concurrerende drugdealers kwistig in het rond vliegen. Die kogels vliegen alleen maar rond omdat het handelen in drugs illegaal is.

Al Capone belichaamt onze vroegere poging tot verbod; de Crips en de Bloods belichamen het drugsverbod.
 

5. Uitbreiding van de schade bij gebruikers

Prohibitie maakt drugs buitensporig duur en de kwaliteit is onbetrouwbaar. Een gebruiker moet met criminelen onderhandelen om drugs te krijgen en velen worden zelf crimineel om hun gewoonte te bekostigen. De moeilijk te verkrijgen naalden worden dikwijls gedeeld, met voorspelbare verspreiding van ziekten tot gevolg.

Uiteindelijk komt het er op neer dat een verslaafde die behandeld wil worden eerst moet opbiechten dat hij een crimineel is vooraleer hij in aanmerking kan komen voor een behandeling. Anderzijds moeten de gezondheidswerkers die aan verslaafdenhulp doen, informant of zelf crimineel worden.
 

6. Ondoelmatige behandeling van chronische pijn

Het federale departement voor gezondheid en sociale zaken heeft rapporten voorgelegd waaruit blijkt dat tweederden van alle terminale kankerpatiënten geen afdoende pijnstillers krijgt en dat aantal ligt zeker hoger bij niet-terminale patiënten. Die ernstige tekortkoming in de behandeling van chronische pijn is een rechtstreeks gevolg van de druk die de Drug Enforcement Agency (DEA) uitoefent op artsen die narcotica voorschrijven.
 

7. Het toebrengen van schade aan andere landen

Milton Freedman: Why Drugs Should Be Legalized
https://www.youtube.com/watch?v=nLsCC0LZxkY
 

Ons drugbeleid heeft geleid tot duizenden doden en een enorm verlies aan welvaart in landen als Colombia, Peru en Mexico en heeft de stabiliteit van die regeringen ondermijnd. En dat allemaal omdat we er niet in slagen in eigen land onze wetten te doen naleven. Moesten we daar wél in slagen, dan zou er geen markt zijn voor geïmporteerde drugs. Er zou geen Cali-cartel bestaan.

Die landen zouden hun soevereiniteit niet verliezen en bij de zaak betrokken worden omdat zij ‘adviseurs’ en troepen laten opereren op hun grondgebied, hun schepen laten doorzoeken en de plaatselijke militairen aanmoedigen hun vliegtuigen af te schieten.
Zij zouden hun eigen zaken kunnen regelen en wij van onze kant zouden kunnen vermijden dat onze militaire macht van haar eigenlijke functie afgeleid wordt.

Kan een beleid dat, hoewel goed bedoeld, ethisch aanvaard worden als het leidt tot wijdverbreide corruptie, overvolle gevangenissen, racisme, verpauperde woonwijken, de ondergang van misleide en kwetsbare individuen en het zaaien van dood en vernieling in andere landen?
 

WDRC07-01

In 1972 verklaarde president Richard M. Nixon de "Oorlog aan de Drugs".

Ik keurde dit besluit af in mijn kroniek "Prohibition and Drugs" in Newsweek van 1 mei dat jaar, zowel op ethische als opportunistische gronden.
 

In 1970 zaten 200.000 mensen in de gevangenis. Vandaag (1998*) zijn er dat 1,6 miljoen. Dat is acht keer zoveel in aantal, zes keer zoveel als met de bevolkingsaangroei rekening gehouden wordt.
Daarbij komen nog 2,3 miljoen anderen die op proef of voorwaardelijk vrij zijn.
 

WDRC07-02
WDRC07-03

In tegenstelling tot de kopers, wonen de verkopers wél in de verpauperde centra.
Op heel vroege leeftijd worden jongens en meisjes geconfronteerd met de opschepperij van rijke dealers waar ze naar opkijken.
In vergelijking met de opbrengsten uit een traditionele loopbaan van studeren en hard werken, bekoren de opbrengsten uit drughandel zowel jong als oud.
 

(*) Vandaag is hier 1998. In 2004 werd de grens van de twee miljoen gevangenen overschreden in het land van de vrijheid. In 2013 stond de teller al op 2.217.000 gratis mankracht en bij de actualisering in februari 2016 werd de 2,3 miljoen gehaald. Dat is vierhonderd procent meer dan in 1970.
 

De verzamelde pers had geen aandacht voor de schizofrene houding van Costa. De video illustreert de arrogantie van de macht op een onmiskenbare manier. En dan wordt koudweg beweerd dat beslissingen op een democratische manier genomen worden op basis van objectieve gegevens. Onder welke soort democratie moeten we dit dan plaatsen? De "prille" democratie van Nepal? De "disciplinaire" democratie van Birma? Of de "big business" democratie van de VS?

ENCOD trok lessen uit de Weense worst. Lees hierover op http://www.encod.org/info/ENCOD-BULLETIN-40,1186.html
 

Hoe verklaart u dat in Nederland minder jongeren cannabis proberen dan in de omliggende landen, terwijl in Nederland cannabis vrij te verkrijgen is in coffeeshops terwijl in de andere landen een veel strikter beleid wordt gehanteerd?
 

Polak vs Costa

De vraag van Polak bleef onbeantwoord zijn microfoon werd uitgeschakeld. Toch bleef de vraag Costa achtervolgen. In zoverre zelfs dat hij een uitstapje maakte naar Amsterdam om een coffeeshop (Dampkring) en een gebruikersruimte te bezoeken. Hij moet gedacht hebben, ik heb nu een coffeeshop gezien dus weet ik waar het over gaat als die ambetanterik van een Polak mij nog iets vraagt ... En jawel hoor, tijdens het vragenuurtje in Barcelona op de IHRA conferentie van 15 mei, dook het kwelduiveltje van Costa weer op met zijn vraag. Lichtjes aangepast deze keer.

"Wat hebt u in Amsterdam geleerd?" vroeg F. Polak aan de UNODC directeur.

"Availability causes use" - "Beschikbaarheid leidt tot gebruik" - stelde Costa. "De verslaving in Amsterdam is driemaal groter dan eender waar in Europa".
 

In de video "NGO partner gemuilkorfd" van de Hungarian Civil Liberties Union zien we hoe UNODC's Directeur Costa weigert te antwoorden op de vraag van ENCOD's Frederick Polak:
 

 

Besluiten van een wetenschappelijk onderzoek.

E
en gebeurtenis die niet zomaar voorbijging: het verschijnen van een editoriaal in The Lancet op 11 november 1995. De integrale tekst:
 

The Lancet nr. 8985 van 11 november 1995

"De globale drugsmarkt is niet verkleind, laat staan geëlimineerd". Dat zegt Martin Jelsma, coördinator van het Drugs & Democracy Program. "Voor iemand als Antonio Maria Costa in zijn functie van directeur van de UNOCD is het natuurlijk uitgesloten om toe te geven dat zijn organisatie gefaald heeft over de hele lijn", besluit Jelsma.
 

Peter D.A. Cohen en Hendrien L. Kaal onderzochten met een identieke methodologie de verschillen/gelijkenissen tussen Amsterdam en San Francisco. De studie werd in 2004 gepubliceerd in het American Journal of Public Health onder de titel "The Limited Revelance of Drug Policy" en kan geconsulteerd worden op http://www.cedro-uva.org.
 

Meer over de twee evenementen - Video Drugreporter

Vertaling: JosNijsten1995 - Copyleft

IHRA 19th International Conference
Barcelona May 2008

Bronnen

 

UN Commission on Narcotic Drugs
51st Session - Vienna March 2008

WDRC07-04b
VNFP08-01

Dr. Alex Wodak, directeur van de Dienst Alcohol en Drugs van het St Vincent Ziekenhuis van Sydney, Australië, ontkent die bewering ten stelligste.

Er is slechts één enkele vergelijkende studie gedaan, namelijk de studie Reinarman.
 

VNFP08-04
VNFP08-08b

De verklaringen van Costa over het terugdringen en stabiliseren van de drugsmarkt zijn gebaseerd op gemanipuleerde gegevens.
 

VNFP08-09

Questions from a Parallel Universe
15 mei 2008 -  Duur: 8’09
 

Toen Frankrijk dreigde het akkoord op te zeggen - Nederland zou "de grootste drugdealer van Europa" zijn - werd door Nederland gereageerd en de coffeeshops moesten het ontgelden. Politiek terzijde gelaten, wat is er dan zo "schadelijk" aan de decriminalisering van cannabis? Het is niet schadelijk voor de gebruikers, en de drugsmaffia is niet gelukkig met decriminalisering.

Maar decriminalisering van bezit gaat ons inziens niet ver genoeg. Er is ook nood aan kwaliteitscontrole, distributie, reclame, zoals thans gebeurt met tabak. In feite een systeem dat zeer nauw aanleunt bij de bestaande regeling in Nederland via coffeeshops.

Cannabis is een politieke voetbal geworden die door regeringen wordt ontweken. Zoals bij voetbal nochtans botst die bal terug.

Vroeg of laat zullen politici moeten stoppen met wegduiken en zullen ze zich moeten neerleggen bij het bewijsmateriaal: cannabis op zich is geen gevaar voor de maatschappij, cannabis in de criminele sfeer brengen en houden is daarentegen een concreet gevaar.'

Deze conclusie is niet nieuw: In 1894 kwamen onderzoekers tot de slotsom dat het gebruik van 'bhang' niet schadelijk was voor de gezondheid (Reports of the Indian Hemp Drug Commission).
Het was een geïntegreerd genotmiddel dat geen alarmerende nadelige effecten had.
De Engelsen dachten financieel voordeel te halen uit de wijdverbreide roes door accijnzen te heffen op hennep. Die aanslag op het sociale leven werd echter niet doorgevoerd omdat een van de commissieleden van mening was dat 'het verboden is belasting te heffen op iets dat armen genoegen verschaft'.
 

"In een limousine van Amerikaanse makelij toert de Franse president Chirac door Amsterdam. Vriendelijk zwaait hij naar toeschouwers die zich achter het raam van een coffeeshop hebben geposteerd. Het liberale Nederlandse drugsbeleid is de Fransen jarenlang een doorn in het oog geweest" - Foto: Evert Elzinga.
 

Als een politicus zijn nek durft uitsteken (zoals de Britse MP Clare Short - foto -, die onlangs opriep tot een nieuw debat over decriminalisering van cannabis) dan is de reactie voorspelbaar: algemene veroordeling door collega's, en daartegenover, enorme steun van degenen die het beu zijn om te blijven vastroesten in politieke inertie.
 

Wat Mrs. Short aangaat, zij werd niet alleen op het matje geroepen bij de partijleiding, deze laatsten verklaarden hun eigen standpunt tegen legalisering als "volstrekt logisch vermits legalisatie van cannabis zou leiden tot vergroting van de toevoer, daling van de prijs en verhoging van gebruik".

Volgens een rapport van het Home Office (ministerie van binnenlandse zaken) in het voorjaar van 1995 is het aantal cannabisgebruikers in de laatste 10 jaar verdubbeld - zonder hulp van "liberale" maatregelen. Misschien lag de echte angst bij de politiekers bij hun idee dat vrijheid om cannabis te gebruiken automatisch zou leiden tot verhoging van het gebruik van middelen als cocaïne en heroïne. Als dat zo is, dan hebben zij geen kennis van het recente verslag van de Nederlandse regering dat uitwijst dat het decriminaliseren van het bezit van softdrugs niet geleid heeft tot een verhoging van het harddrugsgebruik.

Indien de Nederlandse benadering zo succesvol is, waarom worden dan in Den Haag maatregelen aangekondigd om in te binden ?

Eerst stelde de Amsterdamse burgemeester voor om de helft van de coffeeshops die cannabis verkopen te sluiten, en lijkt daarmee het rapport van zijn eigen gezondheidsdepartement dat zich vóór legalisatie van softdrugs uitspreekt, te verwerpen.

De Nederlandse regering, die van de legalisatie een verkiezingsbelofte gemaakt had, legde in oktober 1995 een voorstel neer dat de Amsterdamse aanpak weerspiegelde. Indien, zoals voorzien, het Nederlandse parlement de ingediende voorstellen goedkeurt, zullen de helft van de 4.000 coffeeshops gesloten worden en de toegelaten hoeveelheid die verkocht mag worden zal de 5 gram per persoon niet mogen overschrijden.

Vermits de regering echter in zijn eigen beleid geen opening laat voor zulke ommekeer moet de reden van die nieuwe maatregelen elders gezocht worden. Daarvoor moet niet verder gekeken worden dan de buurlanden en medeondertekenaars van het Schengen-akkoord, waardoor de grenscontroles tussen Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Luxemburg en België wegvallen.
 

'Het roken van cannabis, zelfs gedurende lange periode, is niet schadelijk voor de gezondheid. Toch is dit veelgebruikt product bijna overal verboden. Er zijn ontelbare oproepen gedaan door de jaren heen om softdrugs, waarvan cannabis bij alle sociale groepen tot het meest populaire behoort, te legaliseren of uit het strafrecht te halen. In deze kwestie werd de Nederlandse benadering als de meest redelijke genoemd.

In Nederland kunnen coffeeshopklanten tot 30 gram cannabis kopen hoewel de drug technisch gezien illegaal is. De shops mogen niet adverteren of verkopen aan jongeren onder de 16.

Voorstanders van een hervorming tot legalisatie - ondersteund door constructieve voorstellen - zijn o.m. politiechefs en medici, mensen die goed weten dat de bestaande politiek tegenover cannabis in de meeste landen inefficiënt en onhaalbaar is.
 

Politici houden zich ondertussen gedeisd over cannabis, zichtbaar bevreesd een deel van hun kiezers tegen zich te keren wegens "zwakke houding tegenover criminaliteit".
 

LNCT95-02
LNCT95-01b
Website_Design_NetObjects_Fusion
LOGO2016
HND1
HND2
AE link