Seeds - Zaden - Semences

Zo was het toen. Nu probeert de eerste de beste cravattencrimineel met een pak geld de zaden door middel van patenten tot de zijne te maken en de wereldvoedselvoorraden te gijzelen. Gevolg: de “oninteressante” zaden verdwijnen als sneeuw voor de zon.

“Oninteressante” zaden zijn zaden die voor de patenthouder en de controlerende overheid geen geld opbrengen of toch niet genoeg om de extreem hoge kosten van de goedkeuring te dekken. Dan stelt zich de vraag: goedkeuring door wie? En om welke redenen? En waarom is dat onbetaalbaar voor Jan Lul? Daarover later meer.

Belangrijk is dat steeds meer “onrendabele” zaden van de wereld verdwijnen, enkel omdat de (fucking) aandeelhouders meer winst maken in de industrie van de dood dan in het behoud van de diversiteit van het leven.

Er zijn natuurlijk ook internationale conserveringsprojecten die tot doel hebben de biodiversiteit in de vorm van zaden in verzekerde plaatsen onder te brengen. Zo worden meer dan een miljoen bakken met zaden bewaard in Spitsbergen (Noorwegen) op 120 meter diep in een berg. Die onverwoestbare “Ark van Noah” zou wel eens kunnen zinken in de gesmolten permafrost. De eerste tekenen daarvan manifesteerden zich in mei 2017, nog geen tien jaar na de ingebruikname (2008) van de Svalbard Global Seeds Vault.

The Guardian maakte melding van waterinsijpeling in de tunnel die leidt naar de zaadkluizen. De zaden zelf zijn (nog) niet aangetast maar de “onverwoestbaarheid” kreeg een ferme deuk. Bij de indienstname van de ondergrondse safe dacht niemand dat de permafrost zou smelten. Einde 2016 bleek de gemiddelde temperatuur op Spitsbergen 7°C hoger te liggen dan normaal. En ja, als je ijs opwarmt, dan smelt het.

Het personeel van de zaadbank werkt hard aan oplossingen maar geen enkel veiligheidsysteem is waterdicht. Er moeten dan ook andere oplossingen gevonden worden.

Er is een systeem dat meer zekerheid biedt dan al die extreem dure technologische halfoplossingen samen. Dat systeem is mogelijk onder bepaalde voorwaarden.

De belangrijkste voorwaarde is de vrijheid om alle gewassen te telen. “Freedom to farm”, zoals Encod het samenvat.
 

De Svalbard ‘doomsday’ seed vault werd gebouwd om miljoenen voedingsgewassen te beschermen tegen klimaatwijzigingen, oorlogen en natuurrampen.
Foto: John Mcconnico/AP
 

Spitsbergen2

Hassan, le Vieux

Il y a bien longtemps, la famine régnait au Maroc.

Le roi Hassan le Vieux, un homme au cœur bon,
ne pouvait plus supporter la misère de son peuple.

De tous les animaux d'élevage restaient seulement les plus forts,
mais eux aussi n'avaient plus que la peau sur les os.

La disette finit par provoquer la révolte des habitants du royaume,
il y avait trop de victimes.

En désespoir de cause,
le roi envoya ses ambassadeurs par le monde.

Ceux-ci parcoururent la terre en tous sens,
à la recherche d'une solution à cette famine.

Un à un, les émissaires rentrèrent de leur voyage,
présentant chacun leur découverte.

Mais aucune ne pouvait remédier à la misère du peuple marocain.

Un jour, l'ambassadeur envoyé à l'Est revint au royaume,
suivi d'une caravane.

Arrivé au palais d'Hassan, il lui offrit un grand coffre
aussi ouvragé que s'il contenait des joyaux.

Le roi l'ouvrit et y découvrit des graines,
des plus précieuses qui soient.

L'ambassadeur fit ensuite défiler la caravane devant Hassan,
en lui énumérant:

"Ce chameau est chargé de merveilleux tissus,
réalisés avec les tiges de cette plante."

Devant le deuxième animal, il continua:
"Celui-ci porte du papier très fin,
fabriqué à partir de la pulpe de la même plante."

Au troisième, il annonça:
"Ce chameau amène les meilleures herbes à thé
et des biscuits réalisés avec ses graines."

L'ambassadeur tira alors de sa poche une petite boîte en disant:
"Et voici le médicament le plus efficace,
tiré lui aussi de cette plante."

Et quand Hassan le Vieux eut fumé, il s'exclama:

"Kif, c'est ça que je veux !
C'est ça que je veux pour mon peuple !"



 

Hassan, de Oude

Jaren geleden heerste in het koninkrijk Marokko hongersnood.

De koning, Hassan, de Oude, een goedhartig man,
kon niet langer toezien hoe zijn volk verzwakte.

Van de ooit zo gezonde veestapel bleven nog de sterkste,
maar ook deze dieren waren nog juist vel over been.

De honger bracht onenigheid, rellen en opstand onder het volk,
te veel onnodige slachtoffers.

Het was toen dat Hassan zijn gezanten
uitzond naar alle hoeken van de wereld.

Wijd en zijd zouden zij reizen,
op zoek naar de gepaste oplossing voor de hongersnood.

Eén voor één kwamen de gezanten terug van hun reis
en presenteerden hun ontdekkingen.

Maar niets zou het volk van Marokko vrijwaren van honger.

Tot op een dag de gezant uit het oosten weer thuiskwam
met een karavaan beladen.

In het paleis van Hassan De Oude aangekomen,
gaf hij de koning een kunstig bewerkte kist,
alsof het een schatkist beladen met goud en diamanten betrof.

De koning opende de kist
en deze was gevuld met het kostbaarste zaad.

En toen liet de gezant de karavaan aan de koning voorbijgaan
en vertelde:

“Deze kameel is beladen met de prachtigste stoffen,
gemaakt van de stam van de plant.”

“Deze kameel is beladen met het fijnste papier,
gemaakt van de pulp van diezelfde plant.”

“Deze kameel is beladen met de lekkerste kruiden en koeken, gemaakt van het zaad van toppen van de plant.”

Toen haalde de gezant een doosje uit zijn binnenzak en zei:
“En dit is de beste medicijn, gemaakt van diezelfde plant.”

En toen Hassan De Oude dit gerookt had zei hij:

“Kif, zo wil het !
Zo wil ik het voor mijn volk.”



 

Hassan, Amghar

Zik ira yedja jjua gi Lmaruk Azedjid.
Amghar Hassan.

Ira ydja ijen rxir w-wargaz, Iqs as rqum is n izar itedhaif.

Thihimriwin nni n reksibeth w-wamzgaru iqqim ges ha min ijehdhen.

Wexxa dh Lmal a wa ur yenni hetta wmi isellek.

Jjue iffegh deg gewdhan,
wa itagh x wa, wa icca th wa.
Wa ineq wa.

Suya ig essek Wemghar ireqqasen is ghar mkur thamurth.

Ruhen razzun gi mkur theghemmarth lakun adh
afen mizi gha harben laz.

Ireqqasen aeqben d wa itethfar wa, Mmaren min ufin

Maca ur d wwin bu dwa n iqetdan x jjue.

Hata wami ijen nhar, Idhewre d aawedh ureqqas zi ccarq
agi iju umezzughur ireghman.

Iwc as uzedjidh ijen ssenduq yarquem,
Astiq dh llwiz I dages dhixer.

Wami t yarzem yufa teccur s zarieth, zzarieth teswa t.

Arreqqas isseadha ireghman ij ij x ujedjidh.

Wa iksi d lkettan itwaxdhmen,
S thgiyath ughemmuy n zarrieth a, wa iksi d ereacub
t-tengurin itwaedhren s th kebusin u-ughemmuy n zarrieth a.

W iksi d rkighedh n d ikkin Seg gghemmuy n zarrieth a.

Ruxen ikks ed warqqas nni ijnt tsenduqth zi jjib,

Inna yas:

Wa dh dwa, arruh ughemmuy n zarrieth a.

Wami zges ikiyyef wemghar iheccec inna:

“Ikif. Amya itucegh. Amya ixsa I lqum iw.”



 

(Uit De Hennepnatie
Denise Aerts, Jos Nijsten, Ger De Zwaan – 1997)
 

Onderzoek naar de kwaliteit van hennepzaden en hennepolie

Tekst en foto's ©JosNijsten2008

1. Kwaliteit van de zaden

Voor voedingsdoeleinden zijn vetgehalte en samenstelling van de vetzuren in de olie van belang. Andere kwaliteitsbepalende elementen met het oog op menselijke voeding zijn het proteïnegehalte, de samenstelling van de aminozuren en het mineraalgehalte.
 

A. Proteïne- en mineraalgehalte

Het proteïnegehalte is met 22,8 procent als minimumwaarde aan eiwitten, hoger dan bij koolzaad (15 - 18 procent) en duidelijk hoger dan het proteïnegehalte van alle andere graansoorten. De vakliteratuur stelt dat het proteïne van hennepzaad zeer hoogwaardig is met een uitgebalanceerde verhouding aan essentiële aminozuren. Het gehalte aan lysine is relatief gering, zoals in alle oliehoudende planten die geen leguminosae zijn.

Het gehalte aan mineralen is in vergelijking met andere granen zeer hoog. Uiterst gering daarentegen is het gehalte aan zware metalen, wat een belangrijk aspect is als het over menselijke consumptie gaat (1).
 

Tabel 1: Proteïne- en mineraalgehalte van hennepzaad, gemiddeld over twaalf soorten
 

D. Δ-9-THC-gehalte

In het kader van de problematiek rond het THC-gehalte van hennepolie, werden enkele proeven genomen om de hoeveelheid delta-9-THC te bepalen (zie tabel).

Het delta-9-THC-gehalte van de onderzochte oliën schommelt tussen 1 en 9 µg/ml olie. In vergelijking met de onderzoeksresultaten van de Universiteit van Ulm (D) bij hennepproducten die vrij in de handel verkocht mogen worden, zijn deze waarden als relatief gericht te omschrijven.

De Ulmse wetenschappers vonden delta-9-THC-waarden tot 151 µg/ml (6). Bij inname van 40 ml olie met 151 µg/ml delta-9-THC, komt dit overeen met een opname van 6 mg THC.

Deze hoeveelheid is meetbaar in het bloed en komt overeen met 40 procent van de hoeveelheid THC die, volgens uitspraak van de hoogste rechtsinstantie in Duitsland, als eenheid voor consumptie kan beschouwd worden.
 

C. Vetzuurpatroon

Het vetzuurpatroon van hennepolie blijkt voedingsfysiologisch gezien, uiterst waardevol.

Slechts negen procent van het totaal aan vetzuren zijn verzadigde vetzuren. Daarmee ligt hennepolie binnen het bereik van een goede voedingsolie. Omdat hoge percentages aan verzadigde vetzuren in verband gebracht worden met een negatief effect op de cholesterol (vetstofwisseling) (4) is het de moeite te streven naar een lager gehalte.

Hennepolie overstijgt dit evenwel met een zeer hoog gehalte aan de twee essentiële vetzuren, nl. linolzuren (56 procent) en alfa-linoleenzuren (19 procent). Ons lichaam maakt deze stoffen niet zelf aan, ze worden via de voeding opgenomen. Daarbij is het gehalte aan alfalinolzuren, die als basisbouwstof voor belangrijke actieve bestanddelen van het menselijk lichaam van bijzondere waarde zijn, in vergelijking met andere plantaardige oliën, extreem hoog.
 

Een nadeel van het hoge alfalinolzuurgehalte is de hoge oxidatiegevoeligheid van de olie, waardoor deze voor bijvoorbeeld braden of als frituurolie niet geschikt is. Het gehalte aan enkelvoudige onverzadigde vetzuren is met 13 procent eerder gering. Het grootste gedeelte hiervan (11 procent) bestaat uit essentiële aminozuren. Een andere bijzonderheid is het relatief hoge gehalte aan zeldzame gammalinoleenzuren (3 procent).

Dit farmacologisch interessante vetzuur varieert bij de diverse soorten tussen de 1,2 en 3,9 procent. Gammalinolzuren worden ingezet bij de behandeling van neurodermatitis en arteriosclerose. Gammalinolzuren komen verder ook nog voor in o.a. de teunisbloem en in een aantal ruwbladigen. Behalve de hoge kostprijs vormt de extractie ervan met oplosmiddelen, een bijkomend nadeel (5). De winning van gammalinolzuren uit hennepzaad daarentegen kan gebeuren door middel van koude persing.

Onderzoek aan het FAL Braunschweig wijst uit dat het gehalte gammalinolzuren het hoogste bij de soorten Famaso (3,8 procent) en Juso (3,9 procent). Het laagste gehalte werd vastgesteld bij de Kompolti (1,2 procent), Lovrin 110 (1,7 procent) en de Futura 77
(1,9 procent). Voor de andere vetzuren blijken bij de diverse soorten geen grote verschillen te zijn.
 

B. Vetgehalte

Het vetgehalte in combinatie met de zaadproductie geeft uitsluitsel over de maximaal mogelijke olieproductie. De samenstelling van de vetzuren is bepalend voor de toepassingsmogelijkheden van de hennepolie.

Dit zijn onder meer: menselijke voeding, industrieel gebruik (verf, reinigingsmiddelen, cosmetica) en een farmacologisch gebruik van vetzuren met specifieke werking (gammalinolzuren).

Aan het Landesanstalt für Pflanzenbau (LAP) worden de basisvetgehalten van verschillende soorten door extractie met een vetoplosmiddel volgens een nieuw meetprincipe bepaald (2). De bepaling van het vetzuurgehalte gebeurt via gaschromatografie na verestering van de olie tot een vetzuurmethylester. Als onderzoeksmateriaal werd naast de eerste vier soorten (zie onderstaande tabel) het zaad gebruikt van de oogst van 1996. Voor alle andere onderzoekingen werd zaaigoed voor 1997 gebruikt.

Het vetgehalte van de verschillende soorten schommelt tussen de 29 en 35 procent. Deze resultaten stemmen goed overeen met de in de literatuur beschreven waarden (3). Daarbij onderscheidt het oliegehalte bij de klassieke hennepsoorten (Fedora 19, Felina 34, Fasamo) zich niet van de andere geteste soorten. Het oliegehalte van de zaden uit de oogst van 1996 ligt circa 5 procent hoger dan bij het zaaigoed voor 1997 (zie tabellen).
 

HPVD-02
HPVD-03

Tabel 2: Vetgehalte van de belangrijkste oliehoudende gewassen
 

HPVD-04

Tabel 3: Vetgehalte van diverse hennepsoorten
 

De THC concentraties in de olieproeven door het LAP liggen ver beneden de gevonden maximumwaarden in Ulm en zijn daarom zonder enig gevaar voor de gezondheid aan te zien.
 

2. Kwaliteit van perskoeken

Bij de koude persing van hennepzaad blijft een aanzienlijke hoeveelheid hennepkoek over. De kwaliteit ervan als voeding werd onderzocht door een analyse te maken van de aanwezige mineralen en de voedingswaarde.

Met 6,9 procent water en 8,5 procent minerale stoffen zijn de perskoeken een relatief stabiele, resp. mineraalrijke voedingsgrondstof. Het gehalte aan fosfor (P), kalium (K), Calcium (Ca) en Magnesium (Mg) komt overeen met de onderzoeksresultaten van Ulm.
 

Wanneer men het mineralengehalte van hennepolie vergelijkt met dit van meel en perskoeken van ander oliehoudende gewassen (7) valt in het bijzonder het hoge fosfaatgehalte op. Koolzaadmeel, (resp. sojameel - waarde tussen haakjes) bevatten 2,3 (1,6) procent P2O5, 0,8 (0,4) procent CaO en 0,8 (0,5) procent MgO.

De lage Ca-waarde en de hoge P-waarde tonen parallellen met graan zodat het in graanmest bestaande onevenwicht, ten nadele van calcium, nog versterkt wordt. Met een proteïnegehalte in de perskoeken van 35 procent zit de hennep-perskoek in dezelfde orde van grootte als bijvoorbeeld soja, zonnebloem, vlas, koolzaad. Voor niet-herkauwers is de perskoek (lysinearm) minder geschikt.
 

De proteïnekwaliteit is bij herkauwers evenwel van minder belang zodat zich in die richting mogelijkheden aandienen. Het vezelgehalte ligt met 26 procent zeer hoog. Het grootste gedeelte ervan zit in de pel die echter slecht verteert en de voedingswaarde vermindert. Bij andere oliehoudende planten ligt het vezelgehalte tussen 3 en 15 procent (8).

De energie-inhoud is met 4,0 MJ/kg en 549 calorieën per kilo eerder gering als we vergelijken met koolzaadperskoek waar de resp. waarden op 5,9 MJ/kg en 590 calorieën, voor sojaperskoek op 7,2 MJ/kg en 720 calorieën per kilo (9).
 

3. Voedingcontrole

Sedert hennep opnieuw als industriële grondstofleverancier in de vorm van THC-arme soorten geteeld kan worden, is er ook een toenemende productie van voedingswaren die met zaden of met de olie van hennep gemaakt worden. In 1997 werd door de BgVV (Bundesinstitut für gesundheitlichen Verbraucherschutz und Veterinärmedizin - federaal instituut voor consumentenveiligheid en diergeneeskunde) al een maximum THC-opname uit levensmiddelen vastgelegd op 1 à 2 µgram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Deze inschatting werd in maart 2000 bevestigd zodat thans met die waarden rekening gehouden wordt.
 

Berekend op herhaaldelijk dagelijks gebruik van voedingswaren met hennepingrediënten, werden de waarden als volgt bepaald:

* 5 µg/kg voor alcoholische en niet-alcoholische dranken

* 5.000 µg/kg voor voedingsolie

* 150 µg/kg voor alle andere levensmiddelen.

Er wordt bij gezegd dat deze waarden voorlopig zijn 'omdat de werking van THC nog niet voldoende bekend is'.

HanfHaus GmbH, einde jaren negentig de belangrijkste producent van hennepvoedingswaren en Europees marktleider in hennepproducten in het algemeen, reageerde met ongeloof. Dergelijke voorwaarden worden immers enkel gesteld wanneer het om levensgevaarlijk hoogradioactief afval gaat. Voor Mathias Br￶ckers, publicist en voormalig zaakvoerder van HanfHaus, was dit onaanvaardbaar. HanfHaus omvatte twaalf filialen en toeleveringsbedrijven met meer dan 100 arbeidsplaatsen en was daarmee één van de belangrijkste ecologische vernieuwingen van de jaren 90. Er is trouwens voorbijgegaan aan het feit dat hennepzaden al 10.000 jaar als voedingszaden in gebruik zijn. De vastgelegde waarden betekenen de doodsteek voor de Duitse hennepindustrie. Indien dezelfde norm gehanteerd zou worden voor alcohol - als het over roes gaat - zou de helft van alle fruit en duizenden andere levensmiddelen uit de handel moeten verdwijnen.

Bröckers stelt dat het niet kan dat een ecologische industrie met zulk potentieel door grenswaarden in voedingsmiddelen geruïneerd wordt, grenswaarden die niet gebaseerd zijn op wetenschappelijke consensus maar ingegeven zijn door een achterhaalde drugpolitiek.

Tot op heden werd geen enkele klacht genoteerd van gezondheidsproblemen door THC in voedingswaren. Bröckers vraagt dan ook aan de overheid de aanbevelingen van de BgVV niet te volgen en de zaak wetenschappelijk te bekijken alvorens te concluderen (10).

Het is toch wel eigenaardig dat de maximaal toegelaten hoeveelheden voor THC in de voeding zo scherp worden gesteld als uit 15 jaar ervaring met marinol blijkt dat een patiënt per dag 20 mg toegediend mag krijgen. Het is nog eigenaardiger als we de vergelijking maken met de maximaal toegelaten hoeveelheden van andere stoffen.

Zo liggen de waarden van de restanten van bestrijdingsmiddelen veel hoger:

* Anorganische arseenverbindingen (fruit, groenten, aardappelen, enz) : 0,1 milligram per kilogram voedselgewicht.

* DDT (dierlijke producten): 1 milligram per kilo voedselgewicht.

* Paraquat (olijven): 2 milligram per kilo gewicht.

* Blauwzuur of cyanide (bloem, noot, cacao, koffie, thee, peulvruchten): 6 milligram/kg.

* Blauwzuur of cyanide (specerijen, granen): 15 milligram per kilogram voedselgewicht.

Van paraquat en arsenicumverbindingen is geweten dat zij in derdewereldlanden kwistig gesproeid worden en mee verantwoordelijk zijn voor de tienduizenden acute sterfgevallen en de honderdduizenden ernstige vergiftigingen elk jaar opnieuw. De effectiviteit van het bestrijdingsmiddelengebruik is discutabel. In de Verenigde Staten zijn gegevens bekend over de periode 1945 tot 1986. Het gebruik in kilo's actieve stof nam toe met factor 33. De giftigheid steeg in die periode met factor 10. De kracht van de ingezette bestrijdingsmiddelen is dus sinds 1945 meer dan 300 keer zo groot geworden. De oogstverliezen zijn desondanks niet gedaald...  (11)
 

HPVD-06

Tabel 4: Δ9-THC-gehalte in hennepolie van verschillende soorten
 

HPVD-07

Tabel 5: Gehalte aan mineralen: gemeten in een mengsel van diverse perskoeken (gemiddelde van twee onafhankelijke studies)
 

HPVD-08

Tabel 6: Voedingswaarde van hennepperskoeken gemeten in een mengsel van diverse soorten (analyse van LUFA Augustenberg)
 

Bronnen

(1) Wirtshafter D.J.D. 1995: Why Hemp Seeds ? In: nova-Institut (Hrsg.): Biorohstoff Hanf, Bioresource hemp, Reader zum Symposium, Frankfurt 2.3-5.3.1995.
(2) Siegel H., 1997: Solid-Fluid-Wirbelstrom-Serienextraktionsverfahren, GIT Laborfachzeitschrift 41 (5), 486-487.
(3) Theimer R.R., Mölleken H. 1995: Ergebnisse derr Hanfölanalytik - Nutzungsmöglichkeiten. In: nova-Institut (Hrsg.): Biorohstoff Hanf, Bioresource hemp, Reader zum Symposium, Frankfurt 2.3-5.3.1995
(4) Trautwein E. A., Erbersdobler H. F. 1997: Rapssorten mit verändertem Fettsäuremustereine ernährungswissenschaftliche Betrachtung, Raps 15 (4), 152-155
(5) Wirtshafter D.J.D. 1995: Why Hemp Seeds ? In: nova-Institut (Hrsg.): Biorohstoff Hanf, Bioresource hemp, Reader zum Symposium, Frankfurt 2.3-5.3.1995
(6) Alt A., Reinhardt G. 1996: Speiseöle auf Hanfbasis und ihr Einfluß auf die Ergebnisse von Urin und Blutanalysen, Blutalkohol Vol. 3, 347-356
(7) Bell J.M. 1989: Nutritional characteristics and protein uses of oilseed meals. In: Röbbelen G., Downey R.K., Ashri A. (Hrsg.): Oil crops of the world, 193-207, McGraw-Hill, New York
(8) Bell J.M. 1989: Nutritional characteristics and protein uses of oilseed meals. In: Röbbelen G., Downey R.K., Ashri A. (Hrsg.): Oil crops of the world, 193-207, McGraw-Hill, New York
(9) Dr. Bettina Seith, Kerstin Stolzenburg, Klaus Mastel Landesanstalt für Pflanzenbau, Rheinstetten.
(10) Persmededeling nova-Institut 16.03.2000.
(11) Reynders L., 1991, Bestrijdingsmiddelen.



 

 

 

HPVD-05

Patent nemen op levende organismen tast die vrijheid aan, vernietigt de biodiversiteit, gebruikt honger als wapen en legitimeert een repressief optreden tegen wie zich verzet en die politiekindustriële wetten overtreedt.
 

Dat is wat je kan verwachten in een autoritair regime maar niet in een democratie. ‘Democratie’ wil zeggen: de macht ligt bij het volk. Politici die in hun luchtuitlaat het woord democratie in alle ballonvormen opblazen moeten niet verbaasd zijn als het woord in hun gezicht ontploft. Het volk wil geïnformeerd worden over levensbelangrijke onderwerpen. Het volk wil begrijpen waarom 1 kilo zaad belangrijker is dan 1 kilo goud. Politici die je met ‘goud’ in slaap wiegen om samen met hun industriële medeplichtigen jouw zaden te stelen, zullen dan op hun crimineel gehalte beoordeeld kunnen worden.
 

FTF01

Van Gogh - De Zaaier

seeds02
Future of cannabis seeds 1

The Future of Cannabis Seeds (Cannabis News Network)

Lucht, water, aarde, zaden, basisrechten

In maart werd de documentaire “Seed: The Untold Story” van Taggart Siegel en Jon Betz in België voorgesteld op Docville, het festival van de  documentaire in Leuven. Bart Vereecke interviewde de makers van de documentaire. Het gesprek verscheen op Mondiaal Nieuws (http://www.mo.be/interview/de-beslissing-om-zaden-die-aan-de-basis-liggen-van-elke-vorm-van-natuurlijke-voortplanting).
Er is een trailer beschikbaar en info over hoe je het volledige document kan bekijken.

Interview en français : Préservons les semences de l’avidité des actionnaires
 

 

seeds03

JAMAICA CANNABIS - Schitterende documentaire over de beste Jamaïcaanse variëteiten en hun toepassingen
®FREEDOMTV - Duur: 41’21 - (19 juni 2015)
 

STRN17-02

 

 

 

Wiet patenteren is onrecht zaaien voor de toekomst

Craig Nard / The Conversation
Nederlandse bewerking: Cannaclopedia2017
 

Cannabis blijft dan wel illegaal, dat verhindert niet dat er patenten op genomen worden. Het is moeilijk de logica van het beleid daarin te volgen.
 

De DEA houdt cannabis in Klasse 1 wat betekent dat de overheid “geen aanvaard medisch gebruik” ziet en een hoog misbruikpotentieel. Cannabis staat dan ook geklasseerd bij LSD en heroïne. De Trump-administratie staat duidelijk sceptisch tegenover de medische voordelen van cannabis. Justitieminister Jeff Sessions noemt het een “hype”.

Maar, legale wiet is uitgegroeid tot een miljardenbusiness die de schatkist van acht staten spekt, staten waar de kiezers voor legaal creatief cannabisgebruik gestemd hebben.
 

Als professor die onderzoek doet en doceert over patentrecht, heeft Craig Nard vastgesteld hoe private bedrijven in alle stilte deze patenten op cannabis gebaseerde producten en productiemethoden vastleggen, ondanks de opname van cannabis als Klasse 1 drug. Ironisch genoeg is het de Amerikaanse overheid zelf die patent genomen heeft op het “toedienen van een therapeutisch effectieve hoeveelheid cannabinoïden”.

Deze betrokkenheid van de overheid met het patentensysteem roept verschillende interessante vragen op nu de legale wietindustrie floreert en medisch cannabisonderzoek vooruitgang boekt.
 

Botsende wetten

Patenteren van levende organismen

Eerst en vooral, hoe kan een individu of een bedrijf patent bekomen op een levend organisme dat in het wild groeit en al vijfduizend jaar bekend is?

Voormalig voorzitter van het hooggerechtshof Warren Burger, schreef in 1980 in een zaak de jurisprudentie en zorgde daarmee voor een keerpunt. Hij stelde dat het in aanmerking komen voor patentbescherming niet afhankelijk is van het feit of een stof levend is of niet. De hamvraag is of de uitvinder het werk van de natuur veranderd heeft in zoverre dat het resultaat van de uitvinding kan beschouwd worden als een niet in de natuur voorkomende stof.

Daarbij komt nog dat twee federale wetten uitdrukkelijk patentbescherming van variëteiten erkennen, inclusief de Plant Protection Act van 1930 waarin een uitvinder grondwettelijk gedefinieerd wordt als niet alleen iemand die iets nieuws creëert maar ook iemand die “ontdekker is, iemand die ontdekt en uitvindt”.

Volgens die redenering krijgen seksueel of aseksueel geproduceerde planten patentbescherming, of dat nu bessen of rozen of geraniums zijn. Hetzelfde geldt voor verschillende variëteiten van de natuurlijk voorkomende cannabis sativa en cannabis indica planten, beide ook bekend onder de naam “marihuana” (Ik probeer de naam ‘marihuana’ zoveel mogelijk te vermijden omdat die ontsproten is uit racistische geesten tegen Mexicanen enerzijds, en om burgers te misleiden anderzijds).
 

Geen oordeel

En waarom dan, zal je je afvragen, geeft en heeft de overheid patenten op stoffen waarvan ze het bezit verbieden? Waarom worden patenten afgeleverd op planten die je niet kan kweken of verhandelen zonder de wet te overtreden? En kunnen mensen, bedrijven of andere entiteiten die deze patenten bezitten, hun rechten doen gelden in een federale rechtbank als iemand die patenten schendt?

In tegenstelling tot Europees patentrecht, waarin patenten of uitvindingen die beschouwd worden als “tegenstrijdig aan de openbare orde en de moraliteit” verboden zijn, is het Amerikaanse patentrecht amoreel en onoordeelkundig.

Amerikaanse rechtbanken hebben geoordeeld dat het patent- en merkenbureau zowel het alledaagse (fietsen en blikopeners) als het controversiële (preservatieven, genetisch gemodifieerde muizen, munitie,…) op dezelfde manier behandeld dienen te worden. Daarom worden alle variëteiten van bloeiende planten – of dat nu tomaten zijn of cannabis – op dezelfde leest geschoeid. Nochtans volgen het patent- en merkenbureau (onderdeel van het departement voor handel) en de DEA (een agentschap van het departement justitie) verschillende regels en wetten als het over gecontroleerde stoffen gaat.
 

Craig Nard

Prof. Graig Nard

Voor medisch gebruik is wiet in bijna 30 staten gelegaliseerd.

Van deze beloftevolle industrie getuigt ook de uitgifte van dozijnen patenten die verband houden met cannabinoïden en diverse cannabisvariëteiten, inclusief tabletvormen met toevoeging van cannabisextracten, kweektechnieken en methoden voor het maken van dranken met cannabisextract. Sommige van die producten bevatten een belangrijke hoeveelheid THC, het psychoactieve element in cannabis dat de high veroorzaakt.
 

Bron: Alternet - Craig A. Nard
Galen J. Roush Professor of Law; Director, Spangenberg Center for Law, Technology & the Arts and the FUSION Certificate Program in Design, Innovation & IP Management

B.A. 1987 (Washington & Jefferson), J.D. 1990 (Capital),
LL.M. 1995, J.S.D. 1999 (Columbia)
Phone 216/368-6348
Email: craig.nard@case.edu
View CV (PDF) - Open Access Publications

Geen wonder dat deze federale regels en wetten over wiet tegenstrijdig zijn. Veronderstel dat de patenthouder een specifieke cannabisvariëteit, een cannabiskweker in Colorado (waar wiet voor creatief gebruik gelegaliseerd is) voor een federale rechtbank daagt voor een schending van zijn patent. Patentrecht is een exclusief federale materie en daarom kan de kweker niet argumenteren dat de patentwetgeving niet geldt. Toch kan de kweker aanvoeren dat het patentrecht niet afdwingbaar is. Niet omdat de patentwetten geschonden worden maar omdat het patent een illegale stof beschermt.

De kweker zou kunnen aanvoeren dat de patenthouder hem niet kan verhinderen iets te doen dat volgens de staatswetten toegelaten is en dat volgens federale wetten voor de patenthouder verboden is. De patenthouder kan dan argumenteren dat de federale wetgeving hem het recht geeft om anderen het gebruik (of het kweken) van zijn gepatenteerde ‘uitvinding’ te verhinderen. Daarom kan een patent op een specifieke variëteit gebruikt worden om te verhinderen dat die variëteit te gekweekt of verkocht wordt, zelfs in een staat waar wiet gelegaliseerd is.

In theorie kan de patenthouder iemand verhinderen om specifieke gepatenteerde wietplanten te kweken eender waar in de VS, of wiet er legaal is of niet. Dat is tot op heden nog niet gebeurd.
 

Tot slot, waarom zou iemand patent nemen op een cannabisvariëteit, wetende dat hun ‘uitvinding’ een verboden Klasse 1 product is? Een mogelijk antwoord is prospectie. Waar poen kan gepakt worden, nu of in de toekomst, zullen ondernemers de risico’s nemen.

Kwekers werken al of zullen dat binnenkort doen, legaal volgens de staatswetten in Alaska, Californië, Colorado, Maine, Massachusetts, Nevada, Orgeon en Washington, en met enkele beperkingen ook in het District of Columbia (Washington DC). Veel patentaanvragers positioneren zich vandaag voor wat ze verwachten in een post-Trump nabije toekomst: cannabis zal legaal worden voor creatief en medisch gebruik over de totale VS, onder federale wetgeving, met gelijke wetten in alle staten.

Niet iedereen in de cannabisindustrie heeft zoveel hoop (sorry). Kleinere kwekers, wetenschappers die de natuurlijke vorm van cannabis aanpassen voor medisch gebruik, vrezen dat agromultinationals als Monsanto en Syngenta zich zullen bewapenen met cannabispatenten en hun enorme economische macht zullen inzetten om zich in een dominante positie te wringen op een veelbelovende markt.

Een volledige legalisering zoals volgend jaar voorzien in Canada, is voor de VS nog jaren verwijderd, gezien het huidige politieke klimaat. Maar hoe deze dreigende juridische strijd ook zal verlopen, hij zal belangrijke gevolgen hebben voor innovatie en voor de mogelijkheden van cannabisextracten als medicijn.
 

Zoektocht naar variëteiten

Website_Design_NetObjects_Fusion
LOGO2016
HND1
HND2
AE link